Volledige werkgelegenheid hoeft helemaal geen illusie te zijn

De Tweede Kamer bespreekt deze week de begroting van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. In de debatten zal de aanpak van de snel oplopende werkloosheid centraal staan. Volgend jaar zullen naar verwachting 625.000 mensen werkloos zijn en zal het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering oplopen tot 715.000, een na-oorlogs record.

Aan de vooravond van de behandeling van de begroting spreken twee deskundigen zich uit over het werkgelegenheidsbeleid van minister De Vries. Volgens socioloog prof.dr. H.P.M. Adriaansens, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), heeft hij onvoldoende oog voor de ingrijpende sociaal-culturele veranderingen die zich in de samenleving voltrekken. Afschaffen van de 'kostwinnersideologie', waarvan nagenoeg alle sociale en fiscale regelingen in dit land zijn doordrenkt, zou pas echt zoden aan de dijk zetten. Econoom prof.drs. G. Zalm, directeur van het Centraal Planbureau, zoekt het vooral in een versobering van de sociale zekerheid, een verzakelijking van de overheid en het scheppen van laagbetaalde banen. Volledige werkgelegenheid achten beiden haalbaar, als Nederland maar wil.

“Langdurig werklozen met nauwelijks of geen opleiding zijn te vergelijken met overtollige tomaten. Te veel aanbod en te weinig vraag. De tomaten worden tegen bodemprijzen doorgedraaid. Maar wat gebeurt er met de werklozen? De prijs van laaggeschoolde arbeid wordt kunstmatig hoog gehouden.”

Directeur prof.drs. G. Zalm van het Centraal Planbureau (CPB), leunt achterover en steekt nog een sigaret op. Nederland staat voor een groot probleem. Na iedere recessie blijkt dat de werkloosheid op een hoger niveau ligt dan daarvoor - om daar vervolgens te blijven liggen. Ook nu trekt de economie bescheiden aan, maar groeit de werkloosheid door. Volgend jaar dreigen 715.000 mensen een werkloosheidsuitkering te hebben, hetgeen een naoorlogs dieptepunt betekent.

De trends zijn sterke internationale concurrentie, een vergrijzende bevolking in Nederland en een toename van vaak minder goed gekwalificeerde migranten op de arbeidsmarkt. “Als de huidige instituties niet ingrijpend veranderen en het zit internationaal tegen, explodeert de hele welvaartstaat. Bovendien voorzie ik een griezelige situatie als de problematiek van de laaggeschoolden op de arbeidsmarkt samenvalt met de migrantenproblematiek.”

De boodschap van Zalm is simpel: Nederland moet soberder leven. De poorten van de sociale zekerheid moeten streng bewaakt worden, de overheid moet zakelijker handelen. De uitkeringen mogen minder snel stijgen om zo het verschil tussen uitkering en minimumloon te vergroten. “Want wie gaat er nu nog veertig uur werken als hij met nietsdoen nagenoeg hetzelfde ontvangt?” Het verschil tussen het bruto en netto loon, de wig, moet kleiner. Werken moet financieel weer aantrekkelijk worden en daarom moet het arbeidskostenforfait omhoog.

De directeur van het CPB, tevens kroonlid van de Sociaal Economische Raad (SER) waarin ook werkgevers en vakbeweging zitten, erkent de risico's. “Accepteert de bevolking meer verplichtingen, scherpere controle en inbreuken op de privacy? Is een verharding van de sociale zekerheid politiek wel haalbaar?”

Ook van de sociale partners verwacht Zalm de nodige medewerking. Zij moeten de ruimte tussen het minimumloon en de laagste loonschalen in de CAO's weer benutten. “In de bouw ligt de laagste loonschaal 25 procent hoger dan het wettelijk minimumloon!” Nemen vakbeweging en werkgevers deze verantwoordelijkheid niet, dan moet de minister van sociale zaken ingrijpen door dergelijke 'dure' CAO's niet aan alle ondernemingen in de bedrijfstak opleggen - het algemeen verbindend verklaren van de CAO.

“Van het verdwijnen van dit systeem gaat een dynamische werking uit, want dure CAO's worden vanzelf afgestraft.” Het algemeen verbindend verklaren van de arbeidsovereenkomsten voor de gehele bedrijfstak is ooit opgezet om loonconcurrentie te voorkomen. Maar als Nederland nu ergens behoefte aan heeft, is het wel aan loonconcurrentie, meent Zalm.

Niet alleen loonafspraken moeten niet meer bindend aan de bedrijfstak worden opgelegd, ook het aantal vrije dagen en de Vut moet onder handen worden genomen. Zalm verwijst opnieuw naar de bouw. “Daar loopt het aantal vrije dagen inclusief ATV tegen de vijftig!” En de Vut? “De vergrijzing noopt ertoe dat ouderen langer moeten werken. Bovendien willen veel jonge werknemers geen torenhoge premies betalen voor een regeling waarvan zij nooit gebruik zullen maken.” De oplossing ziet Zalm onder meer in flexibel pensioen; wie eerder stopt met werken, krijgt minder geld.

Zalm steunt minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid in zijn streven het algemeen verbindend verklaren van CAO's te beëindigen. Mits het op een fatsoenlijke wijze gebeurt en niet met terugwerkende kracht. “Ministers hebben twintig jaar lang blind hun handtekening gezet. Een fundamentele wijziging moet je daarom lang vantevoren aankondigen.”

Een volgende sigaret. In een vierdaagse werkweek zegt de directeur geen heil te zien. De economie heeft last van tijdelijke tegenwind. Collectief verkorten van de werkweek is daarentegen een structurele oplossing, die zich tegen het bedrijfsleven kan keren als straks de economie aantrekt en de mensen weer langer moeten werken. “Voer je in Nederland iets moois in, dan krijg je de oude situatie nooit meer terug.” Werken in deeltijd zou een betere oplossing zijn - conform de wensen van werkgever èn werknemer en voor evenredig minder loon.

Desgevraagd neemt Zalm het lijstje van De Vries met werkgelegenheidsplannen door. De meeste voorstellen dragen zijn goedkeuring. Bijvoorbeeld een versobering van de wet die de arbeidsomstandigheden regelt, de Arbowet. “Die is tamelijk uitbundig. De wet verbiedt onder meer het verrichten van eentonige arbeid en dat voorkomt dat je laaggeschoolde mensen dit werk kan laten doen.” Of het versoepelen van het ontslagrecht, want met de huidige procedure bedenken sommige werkgevers zich wel zes keer voordat ze iemand aannemen. Alleen over het intrekken van het vergunningenstelsel voor uitzendbureaus heeft hij zijn twijfels; het risico van malafide praktijken gluurt daar om de hoek.

Optimistisch heeft Zalm toch zijn hoop op de instituties gevestigd. De vakbeweging en de werkgevers zijn van “goede wil, maar langzaam”. Ondernemers vrezen immers voor loonconcurrentie en de vakbonden bewegen pas als de banen van zittende werknemers in gevaar komen, meent Zalm. Toch is volledige werkgelegenheid op de lange termijn haalbaar. “Als we het echt willen en bereid zijn de prijs daarvoor te betalen.”