Verzet Cohen tegen uithollen positie assistent in opleiding

ZOETERMEER, 14 DEC. Staatssecretaris Cohen (hoger onderwijs) zal niet toestaan dat de universiteiten de positie van assistenten in opleiding (aio's) uithollen.

Dat heeft een woordvoerder van het ministerie vanochtend gezegd, in reactie op een plan van de Universiteit van Amsterdam om in plaats van aio's promovendi aan te stellen met een beurs of stipendium. Op die manier hoopt de universiteit aan de hoog oplopende wachtgelden voor deze werknemers te ontkomen. Aio's, die in vier jaar moeten promoveren, krijgen een salaris en hebben recht op 1,5 jaar wachtgeld bij werkloosheid. Promovendi met een beurs gelden niet als werknemers en de universiteit hoeft hun dan ook geen wachtgeld te betalen.

Met het plan wil de UvA de landelijke discussie “aanjagen” over het in 1986 ingevoerde aio-stelsel, dat steeds meer onder druk komt te staan van de hoog oplopende wachtgelden. Volgens cijfers van de vereniging van universiteiten VSNU geven de universiteiten nu ongeveer 330 miljoen uit aan de zevenduizend aio's. Daarvan gaat zo'n twintig procent (55 miljoen) op aan wachtgeld. De UvA verwacht aan de wachtgelden dit jaar en in 1994 ruim zes miljoen te moeten betalen.

Het ministerie volgt het plan van de UvA met argusogen, omdat de wettelijk beschermde positie van de aio zo op de tocht komt te staan. “Het mag niet zo zijn dat er straks aan een universiteit twee soorten promovendi zijn die vergelijkbaar werk doen maar een totaal verschillende rechtspositie hebben”, aldus een woordvoerder. Het plan van de UvA is volgens hem “in strijd met de geest van de wet en beleidsmatig ongewenst”. Als de universiteit het plan doorzet kan de minister streefcijfers opleggen voor het minimale aantal aio's. Een universiteit die minder aanstelt, kan dan rekenen op een navenante korting op haar budget. Ook kan het ministerie de universiteiten korten op het bedrag dat ze krijgen voor hun wachtgeld.

In het plan van de UvA kunnen alle faculteiten voorstellen indienen voor het aantrekken van jonge promovendi met een beurs. De faculteit politieke en sociaal-culturele wetenschappen wil daarmee al in januari beginnen. Directeur G.J. van Oenen van de faculteit onderstreept dat het niet de bedoeling is geen aio's meer aan te stellen, maar wel hun aantal aan banden te leggen. “In plaats van door te groeien naar honderd aio's in 1997 willen we hun aantal beperken tot de huidige zestig plaatsen.” Volgens Van Oenen zullen de promovendi nieuwe-stijl geen onderwijs geven, zoals de aio's, en andersoortig onderzoek verrichten. “Ik zou het liefst naar een Amerikaans systeem gaan waarin je voor bepaald onderzoek werknemers kunt aanstellen en voor ander onderzoek post-doctorale studenten met een beurs.” De faculteitsdirecteur noemt het in het algemeen “belachelijk” dat aio's een aparte personeelscategorie zijn geworden. “Het zijn studenten in de tweede fase, na het doctoraal.”

De Amsterdamse assistenten in opleiding en het landelijk overleg voor aio's hebben zich inmiddels tegen het plan gekeerd. Het college van bestuur van de UvA beslist donderdag of het doorgaat. Van Oenen gaat er vooralsnog vanuit dat hij in januari een advertentie kan plaatsen voor de nieuwe stijl promovendi. Volgens de faculteitsdirecteur zal de beurs voor promovendi, betaald uit het facultaire budget, “in de buurt komen” van het salaris van een aio, dat in vier jaar oploopt tot 3.500 gulden bruto per maand.