Verbannen Palestijnen zien gespannen uit naar snelle terugkeer

Morgen of overmorgen, zo heeft premier Rabin aangekondigd, keren meer dan tweehonderd moslim-fundamentalistische Palestijnen terug uit Zuid-Libanon, waarheen ze bijna een jaar door de Israelische autoriteiten werden verbannen. Schoolkinderen uit Libanese dorpen in de buurt van hun verbanningsoord kwamen hun zondag een zilveren presenteerblad aanbieden als herinnering.

MARJ al-ZOHOUR, 14 DEC. Het 'Allahu akbar', God is Groot, weerklinkt door de koude berglucht in het niemandsland tussen de Israelische en Libanese linies in Zuid-Libanon. In het kamp in Marj al-Zohour van de moslim-fundamentalistische Palestijnen die bijna een jaar geleden door Israel werden uitgewezen, doet een grote tent nu dienst als moskee - op de tapijten is er plaats voor meer dan 250 mensen - en als aula voor de Ibn Taymiyah-Universiteit die de Palestijnen hebben opgericht.

Hun materiële toestand is er hier sinds de harde wintermaanden van vorig jaar flink op vooruitgegaan. De geïmproviseerde tentjes zijn vervangen door fel gele en blauwe plastic tenten en even buiten het kamp staat een grote generator te draaien. Het is een geschenk van de pro-Iraanse beweging Hezbollah die de generator over de bergen tot in het kamp heeft gesmokkeld.

Iedere tent wordt elektrisch verlicht en is voorzien van een televisietoestel en plastic tuinmeubelen. 's Avonds oogt het geheel als een camping. En hoewel de ballingen nog altijd van alle officiële hulpverlening verstoken blijven, lijkt het hun ook niet aan voedsel of warme kleren te ontbreken. Een woordvoerder zegt dat zij vooral veel steun krijgen van de burgers uit omliggende dorpen.

In Marj al-Zohour bevinden zich nog altijd 218 van de meer dan 400 Palestijnen die de Israelische overheid vorig jaar op 17 december verbande en zij zien deze dagen gespannen uit naar hun terugkeer. Op 13 september, de dag van de ondertekening van het autonomie-akkoord met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), liet de Israelische premier Rabin 199 ballingen terugkeren naar de bezette gebieden. Van hen zijn 181 daar toen op ingegaan. Enkele maanden voordien had het Rode Kruis 19 Palestijnen met helikopters uit het kamp geëvacueerd. Eerder al had Israel beslist de maximale periode van verbanning terug te brengen tot één jaar, wat betekent dat de ballingen normaal gesproken allemaal uiterlijk op vrijdag 17 december moeten kunnen vertrekken.

Ali Mohammed Dadou (34) zegt dat de meesten van de Palestijnen ongeduldig wachten op de dag waarop zij mogen vertrekken. “We willen terug naar huis, naar onze gezinnen en ons land. We hebben het hier nu veel beter dan vroeger, maar we zien nog steeds af. Het is leuk om over elektriciteit, televisie en schoon water te beschikken, maar ons leven hier is niets vergeleken met ons bestaan bij onze families en onze vrienden. Dit is geen leven hier.”

Volgens dr. Omar Farwana, die verantwoordelijk is voor de medische verzorging van de kampbewoners, valt hun gezondheidstoestand nu over het algemeen goed te noemen. Dat is vooral te danken aan het feit dat de najaarsstormen en het winterweer dit jaar lang uitblijven. Bovendien wordt er, sinds het Rode Kruis heeft vastgesteld dat een dichtbij gelegen waterbron besmet is, nu alleen nog relatief schoon water uit een verderop gelegen bron tot in het kamp gepompt, zodat de ballingen minder te lijden hebben van diarree en dysenterie.

Farwana denkt dat alle ballingen naar huis zullen kunnen, “aangezien de meesten van ons thuis werden opgepakt en niet betrokken zijn bij politieke activiteit”. Hij hoopt dat ze hier weg zijn voor de sneeuwbuien komen. “Maar zoals je weet wordt de gang van zaken hier niet bepaald door wat rechtvaardig is. De Israelische regering kan op ieder moment van gedachten veranderen en bij voorbeeld om wille van de spanning in de bezette gebieden beslissen onze terugkeer toch weer uit te stellen of ons te straffen en lange tijd in de gevangenis op te sluiten. Onze verbanning was vanaf het begin bedoeld om aan de bevolking te tonen dat de regering-Rabin hard kan optreden (...) Ik zal het pas geloven als ik me thuis bij mijn vrouw en kinderen bevind.” Hij is in augustus vader geworden van zijn zesde kind en ziet er erg naar uit om zijn jongste, Ali, te kunnen begroeten.

De leider van de ballingen, sjeik Abdel Aziz al-Rantisi, beschikt in zijn tot kantoor omgetoverde tent over de modernste communicatiemiddelen. Hij had vorige week al van een in september vrijgelaten balling vernomen dat de Israelische gouverneur in de Gazastrook aan Palestijnse leiders had verklaard dat zij allemaal op 15 december konden vertrekken. Rantisi is optimistisch gestemd.

En ook woordvoerder Mahmoud al-Zahar is ervan overtuigd dat de Israelische regering niet zal terugkomen van haar besluit om hen te laten terugkeren. “Ik denk dat onze terugkeer zal leiden tot een vermindering van het geweld in de bezette gebieden, want de mensen zullen er erg blij om zijn”, aldus Zahar. Hij verwacht echter wel dat ten minste de helft van de kampbewoners onmiddellijk in de gevangenis zal belanden terwijl de anderen aan een lang verhoor zullen worden onderworpen alvorens vrij te komen.

Sjeik Abdel Rantisi geeft graag zijn telefoonnummers thuis, in Gaza, en op de islamitische universiteit. “Maar het telefoonnummer van de gevangenis waarin ze mij zullen opsluiten kan ik nu jammer genoeg nog niet geven.”