Tweeverdieners verhuizen weinig

ROTTERDAM, 14 DEC. Tweeverdieners verhuizen aanzienlijk minder vaak over grote afstand dan andere huishoudens. Ook kopen ze, in vergelijking tot andere huishoudens met een even hoog inkomen, minder vaak een huis. Dit blijkt uit een onderzoek waarop de Amsterdamse planologe Carla Mulder gisteren is gepromoveerd.

Mulder bestudeerde de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op verhuisgedrag aan de hand van de verhuisstatistieken van het CBS over de periode 1973-1989 en woningbehoefte-onderzoeken (enquêtes) van het CBS uit 1981, 1985 en 1989.

De relatief geringe mobiliteit van tweeverdieners wordt volgens Mulder veroorzaakt doordat zij met twee woon-werk-afstanden rekening moeten houden. Dat zij minder geneigd zijn om een woning te kopen komt doordat zij het tweede inkomen veelal als minder permanent zien, vermoedt de jonge doctor.

In haar proefschrift Migration Dynamics: A life course approach maakt ze onderscheid tussen verschillende typen verhuizing, zoals over korte en lange afstand, en om woon- en werkredenen. Een aanzienlijk deel van de verhuizingen vindt plaats omdat mensen in het huwelijk treden of gaan samenwonen. In de leeftijdscategorie van 18 tot 21 jaar neemt deze reden om te verhuizen de laatste tijd in belang af, terwijl in de leeftijd boven de dertig juist meer mensen om die reden verhuizen.

Een algemene tendens is dat de neiging om te vertrekken uit de stad aan het afnemen is. Dit geldt voor alle categorieën huishoudens, en daarom denkt Mulder dat dit vooral komt door een veranderd aanbod van woningen en niet zozeer door de verandering in de woonvoorkeur.

Uit de woningbehoefte-enquêtes blijkt dat degenen die het ouderlijk huis verlaten kiezen uit twee strategieën: één gericht op flexibiliteit en het openhouden van opties, en één gericht op vastigheid. De flexibele strategie, gekenmerkt door na vertrek uit het ouderlijk huis alleen of op kamers te gaan wonen, wordt vooral gekozen door hoger opgeleiden en door degenen die het ouderlijk huis reeds op jonge leeftijd verlaten. Dit is de afgelopen twintig jaar snel populairder geworden. De werkloosheid onder jongeren in de jaren tachtig heeft deze tendens nauwelijks beïnvloed. Het kopen van een huis past steeds vaker binnen deze flexibele strategie.

Degenen die kiezen voor vastigheid en meteen uit het ouderlijk huis gaan trouwen, zetten in het algemeen snel de volgende stap in dit pad: een kind krijgen. De tijd tussen het gaan samenwonen en de geboorte van het eerste kind is bij deze categorie nu niet groter dan in de jaren zeventig. Samenwoners lijken in hun verhuispatroon meer op alleenstaanden dan op gehuwden, aldus het proefschrift.