TURKS KOERDISTAN

Redacteur Carolien Roelants uit terecht haar zorg over de escalerende situatie in Turks Koerdistan (NRC Handelsblad, 23 november). Met het oog op de toenemende spanning en vijandigheden tussen de Koerdische en de Turkse gemeenschap wijst zij op de komst van een Joegoslavisch scenario in Turks Koerdistan.

De redenering van de Turkse ambassadeur (2 december) is gebaseerd op ideologische overwegingen, terwijl de analyse van Roelants op empirische grondslag is gebaseerd. De ambassadeur, net als zijn regering, aarzelt niet om de buurlanden (Armenië, Syrië, Griekenland, Iran) de schuld te geven. Turkije heeft geen moeite met het afleiden van de aandacht van de eigen bevolking van de interne problemen naar externe bedreigingen. Het verwijten van vreemde mogendheden mag geen rechtvaardiging vormen voor de beroving van een volk van zijn vrijheid. Ook het Koerdische volk heeft recht op het ontwikkelen van zijn eigen cultuur en het handhaven van zijn etnische identiteit. De Koerden hebben niets aan de zogenaamde broederschap die wordt gepropageerd door de Turkse staat. Zij hebben geen behoefte aan een broederschap waarin de wensen van de Turken aan eigen scholen, tv, radio worden ingewilligd, terwijl die basisrechten aan de Koerden wordt ontzegd. De Koerden willen geen Turkse leraren omdat ze geen Turken zijn en hebben evenmin behoefte aan racistische teksten zoals 'Hoe blij mag degene zijn die zich Turk noemt', die overal op de heuvels in Koerdistan te lezen zijn.

Het Koerdische volk heeft nooit de Turkse soevereiniteit aanvaard en heeft zich voortdurend verzet tegen de Turkse bezetting. Nationale eenheid en nationale identiteit kunnen niet afgedwongen worden in een etnisch heterogeen land en zeker niet met geweld.