'Sociale taak' van Groningse Kredietbank liep uit hand

GRONINGEN, 14 DEC. Ooit was de Groningse Kredietbank een veelgeprezen voorbeeld van hoe zo'n bank haar 'sociale taak' kon uitvoeren dank zij de winst op commerciële hypotheekkredieten. Het leek zo mooi: de omzetten stegen en de klanten stroomden toe. In werkelijkheid echter was de bank al failliet.

Als gevolg van de affaire zit de gemeente Groningen met een verlies van 53,6 miljoen gulden. Aan externe adviseurs en onderzoekers is de gemeente nog eens 4,4 miljoen kwijt.

“Het klantenbestand van de GKB”, aldus het college van B en W van Groningen, “was bijzonder” en bestond uit “steeds weer opduikende tussenpersonen, dubieuze circuits en transacties en kredietnemers die gezien hun persoon en achtergrond niet bij de reguliere banken terecht konden”. Van 1988 tot 1991 werd voor 180 miljoen gulden aan zakelijke en privé-kredieten verschaft. In dat laatste jaar werd voor 100 miljoen gulden aan riskante commerciële hypothecaire leningen uitgegeven, bijna zevenmaal zoveel als het kredietplafond (15 miljoen gulden) toestond. Het betrof hier onder meer leningen in de landbouw, zuivelsector en recreatie. Zo werd aan een BV van buiten de provincie geld geleend voor de bouw van drie recreatieparken op de Veluwe. In de meeste gevallen was het onderpand minder waard dan de uitstaande lening. Dat gold ook voor veel woninghypotheken. Vaak was sprake van een overschrijding van de norm van 100 procent van de executiewaarde. De zaak kwam aan het licht toen eind 1991 bleek dat de bankdirecteur een ondernemer een handelskrediet had toegezegd van 16,8 miljoen gulden voor de aankoop van een zuivelfabriek in Wilhelmshaven. Oud-staatssecretaris A.J. Evenhuis trad namens de klant op als bemiddelaar.

Het volgens het college “ontluisterende beeld” van de risico's die de bank liep wordt verklaard uit een “samenloop van omstandigheden”. In de eerste plaats was daar de figuur van bankdirecteur B. Ketelaar. Een door het college ingestelde onderzoekscommissie onder leiding van oud-PvdA-Kamerlid dr. H. M. Franssen stelde hem in januari vorig jaar als eerste verantwoordelijk voor het debâcle. Ketelaar nam onverantwoorde kredietrisico's, verschafte misleidende informatie, liet kosten oplopen, paste binnen de bankwereld gebruikelijke strikte normen en veiligheidskleppen niet toe. In veel dossiers ontbraken deugdelijke bedrijfeconomische gegevens van de klant (over winstmogelijkheden, aflossingscapaciteit, kwaliteit van het management), waardoor toetsing of de kredietverstrekking verantwoord was achterwege bleef.

Behalve aan Ketelaar is de affaire te wijten aan onvoldoende controle. Het falen hiervan wordt toegeschreven aan de bestuurscultuur van de gemeente, waarin directeuren van gemeentelijke diensten zelfstandig opereren en te weinig verantwoording afleggen aan de wethouder. Inmiddels zijn maatregelen genomen ter verbetering van de financiële controle.

De gemeente heeft tot nog toe zo'n 100 hypotheken afgestoten, door verkoop of oversluiting. Aan de Rijnlandse Hypotheekbank zijn 489 hypotheken overgedragen. De overige dossiers - in de bankportefeuille zit nog 20 miljoen gulden - worden afzonderlijk aangepakt. Het saneren van de portefeuille wordt bemoeilijkt doordat de dossiers onvolledig zijn en de boekhouding “volstrekt ongeordend” is, aldus het college in een rapportage. De gemeente wist, aldus het college, in een aantal gevallen alsnog zekerheden te bedingen of zaken “op te lossen”.

De GKB beperkt zich nu tot het verlenen van sociale kredieten, schuldsanering en bemiddeling voor mensen met een inkomen op bijstandsniveau. Ketelaar vecht zijn aangezegde ontslag bij de ambtenarenrechter aan. Volgens de Groningse officier van justitie mr. M. H. Severein is niet gebleken dat Ketelaar fraude heeft gepleegd ten eigen bate.