Samen met Joseph Goebbels achter de pianotoetsen

Bij de duivel op schoot, Ned.3, 21.05-21.55u.

Norbert Schultze had eigenlijk tweede dirigent in Braunschweig willen worden - nòg hoger durfde hij als jongeman zijn ambities niet te stellen. Tweede dirigent, dat zou al mooi genoeg zijn geweest voor een man die naar eigen zeggen geenszins een genie was (um Gottes will'!), maar ook niet minder dan de meeste andere mensen. Hij behoorde tot de goede middelmaat, zegt hij. Maar opeens moesten alle joden weg en kwam er een plaats voor hem open aan de top. Geen wonder dat hij toen blij was Ariër te zijn: “Ik had ook jood kunnen zijn, nietwaar? Dan had ik pech gehad.”

Bij de duivel op schoot, vanavond te zien bij de NOS, is de ietwat gekuiste Nederlandse titel voor de documentaire Der Teufel am Hintern geküsst van Arpad Bondy en Margit Knapp, die de afgelopen dagen op het International Documentary Festival Amsterdam draaide. De hoofdpersoon is Norbert Schultze, componist van het patriottistisch bedoelde Lili Marleen, maar ook van het martiale Bomben auf Engeland en van de muziek voor de film Kolberg, die het Derde Rijk, toen het al op instorten stond, tot een laatste krachtsinspanning moest oproepen. Hij was een meeloper die er zelf in ging geloven. Nog steeds, als hij aan de piano zit en met een breekbare stem die nazi-teksten zingt, klinkt er iets van trots bij hem door. En zelfs van enthousiasme, bijvoorbeeld als hij vertelt hoe Goebbels naast hem aan de toetsen ging zitten en hoogstpersoonlijk een paar noten in Vorwärts nach Osten veranderde - zodat het Führer befehl', wir folgen dir aan het slot net iets meer effect kreeg dan Schultze had voorzien.

Ach, de 82-jarige weet heel goed dat hij geen briljant componist was. Hij is altijd een Gebrauchsmusiker geweest, een ambachtsman. Openhartig vertelt hij over zijn opera Schwarzer Peter uit 1936, waarvoor hij de orkestraties bij elkaar jatte uit Die Zauberflöte en Der fliegende Holländer. Geen noot was vernieuwend, hij had alleen maar een nieuw koekje uit oud deeg gebakken. Als de joden toen niet uit het muziekleven waren verwijderd, was die hele opera nooit zo'n succes geweest. Hij was gewoon op het goede moment op de goede plaats. En uiteindelijk kwam hij er in 1945 met een (niet betaalde) boete genadig af. Al in datzelfde jaar schreef hij een mars voor een Amerikaans legeronderdeel, “in precies dezelfde stijl als ik voor de nazi's had gedaan.”

De documentaristen hebben Norbert Schultze in een cel-achtig vertrek geplaatst, waar hij heen en weer loopt tussen de piano en zijn praatstoel. 's Mans relaas wordt hier en daar, quasi-kunstzinnig, onderbroken door close-ups van de montagetafel en de uitgetikte interview-tekst. Waarom? Om de kijker in te peperen dat een interview een geënsceneerde situatie is en montage een kwestie van manipulatie? Of om de woorden van Schultze een extra accent te geven? Wat mij betreft zijn het storende intermezzi in het verhaal van een man die zichzelf zo goed kan portretteren dat elke ingreep bij voorbaat overbodig is.