Resultaten bedrijfsleven lopen terug

ROTTERDAM, 14 DEC. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft een somber jaar achter de rug. Voor het eerst na de recessiejaren 1982 en 1983 zijn Nederlandse ondernemingen dit jaar zowel op de binnenlandse als op de buitenlandse markt geconfronteerd met een daling van de reële omzet, met 1,4 procent.

Die omzetdaling is grotendeels te wijten aan de moeizame ontwikkeling van de economie, zo blijkt uit de jongste uitgave van de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling (ERBO), een onderzoek dat jaarlijks wordt uitgevoerd door de gezamenlijke Kamers van Koophandel. Als gevolg van de teruglopende verkopen zijn ook de rendementen, de investeringen en de werkgelegenheid in het Nederlandse bedrijfsleven in 1993 verder onder druk gekomen.

Uit de enquête blijkt dat 86 procent van het Nederlandse bedrijfsleven dit jaar met winst zal afsluiten. Dit is aanzienlijk minder dan in 1991 en 1992, toen het percentage winstgevende bedrijven op respectievelijk 89 en 91 uitkwam. Dat de rendementen van de ondernemingen zijn verslechterd, is een gevolg van teruglopende omzetten, gecombineerd met stijgende loonkosten.

Deze ontwikkelingen hebben in 1993 hun weerslag gehad op de investeringsbereidheid van het bedrijfsleven. Volgens de ERBO-onderzoekers is het aantal investerende bedrijven in 1993 afgenomen van 50 tot 49 procent. De totale investeringssom in het Nederlandse bedrijfsleven is ten opzichte van vorig jaar met bijna 11 procent gedaald. Dat betekent dat de index van het ondernemersvertrouwen volgens de ERBO voor het vierde achtereenvolgende jaar daalt. Wel is de afname minder groot dan in 1992 - een teken dat een groter deel van de ondernemers iets milder oordeelt over de toekomst.

Ook de werkgelegenheid lijdt onder de sombere ontwikkeling van de economie. Voor het eerst sinds 1983 is dit jaar per saldo sprake van verlies van werkgelegenheid. Na een minimale groei in 1992 daalt de werkgelegenheid dit jaar met 0,9 procent.

De slecht draaiende Duitse economie en de harde Nederlandse gulden zijn volgens het ERBO-rapport, dat vrijdag officieel zal worden gepubliceerd, de belangrijkste verklaringen voor de slechte ontwikkeling van de Nederlandse export. Alle indices wijzen op zwaar weer: niet alleen is het reële exportvolume voor het eerst sinds 1982 gedaald, ook de exportquote (het aandeel van export in de totale afzet) is afgenomen, evenals het exportanimo (het aantal exporterende bedrijven).

Uit het ERBO-rapport blijkt dat het totale omzetvolume in 1993 - gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen - 1,4 procent lager zal uitkomen. De omvang van de omzetgroei was al enige jaren afgenomen, maar dit jaar is volgens de ERBO-onderzoekers voor het eerst sinds negen jaar sprake van daadwerkelijke krimp. In 1992 wist het Nederlandse bedrijfsleven nog een krappe reële omzetgroei van 0,6 procent te realiseren. Uitgesplitst naar branches blijkt alleen de agrarische sector 1993 met een hoger omzetvolume te kunnen afsluiten. De reële omzet stijgt in deze sector met 4,1 procent. Grootste verliezer is de sector bouwnijverheid, waar de omzet in 1993 met 3,2 procent lager uitkomt.

Worden de branches boordeeld op winstgevendheid dan ontstaat een omgekeerd beeld. Binnen de bouwnijverheid blijkt 90,3 procent van de bedrijven winstgevend te zijn, waarmee deze sector bovenaan de lijst staat. De agrarische sector presteert met 74,7 procent winstgevende bedrijven ruim onder het Nederlandse gemiddelde van 86 procent en staat hiermee op de laatse plaats. In de industriële sector hebben vooral de grote bedrijven de winstgevendheid sterk zien afnemen, zo blijkt uit de enquête. Gemiddeld weet 82,5 procent in deze sector winst te maken, maar bij bedrijven met meer dan 50 personeelsleden slaagt slechts 75 procent hier nog in.

Het ERBO-onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd door de gezamenlijke Kamers van Koophandel. Aan de meest recente enquête hebben 64.500 Nederlandse bedrijven uit verschillende branches en van uiteenlopende omvang meegewerkt.