Produktie door schuin boren vanaf vasteland en eilanden; Geen gaswinning op Waddenzee

DEN HAAG, 14 DEC. Het aardgas onder de Waddenzee mag voor het overgrote deel worden gewonnen, maar de oliemaatschappijen mogen daarvoor geen nieuwe produktie-installaties in het natuurgebied plaatsen. Produktie mag alleen plaatshebben vanaf het vasteland, vanaf de Waddeneilanden en vanaf de Noordzee, door schuine boringen.

De ministers Andriessen (economische zaken) en Alders (milieubeheer) hebben gisteravond een akkoord van deze strekking met de oliemaatschappijen bekendgemaakt.

Wel wordt de oliemaatschappijen toegestaan een aantal proefboringen op de Waddenzee uit te voeren om de omvang van de gasvelden vast te stellen. Die boringen worden echter alleen toegestaan als tevoren aannemelijk kan worden gemaakt dat de winning van het gas van buiten het Waddengebied mogelijk is. Het akkoord geldt slechts voor vijf jaar. Daarna kan de gaswinning op de Waddenzee opnieuw worden bekeken. De rechten van de mijnbouwmaatschappijen op hun concessies blijven onaangetast.

Volgens minister Andriessen staat nu al vast dat van de 21 voorgenomen proefboringen er slechts één à twee niet mogen worden uitgevoerd en dat verreweg het grootste deel van de plannen dus kan doorgaan. Ruim 80 miljard kubieke meter aardgas van de 95 miljard die de drie betrokken maatschappijen tot het jaar 2000 willen produceren, kan worden gewonnen, aldus Andriessen. “Dat betekent dat 85 procent van de wensen van de oliemaatschappijen in vervulling gaat. De maatschappijen hebben een concessie gedaan, maar ze hebben ook vrij veel gekregen.” Volgens de minister zullen de olieconcerns tussen de 1,4 en 2,4 miljard gulden investeren. De directe werkgelegenheid die daaruit voortvloeit is 8.300 tot 11.000 manjaren.

Andriessen schat de waarde van het te produceren aardgas, bij een netto prijs van 20 cent per kubieke meter, op 16 miljard gulden. Daarvan gaat 9 à 10 miljard naar de staat, via het staatswinstaandeel van 70 procent. Met Alders onderstreepte Andriessen het maatschappelijke belang van de beslissing: door de aanvulling van de Nederlandse reserves met het 'Waddengas' kan het grote gasveld in Slochteren langer gespaard blijven, waardoor Nederland langer van zijn bodemschat kan profiteren.

Tevens is met de olieconcerns overeengekomen dat zij de kosten van noodzakelijke compensaties voor aantasting van de natuur in het Waddengebied en voor de bodemdaling zullen dragen. Dat betekent dat alle werken voor extra zandsuppletie, herstel van dijken en kwelders voor hun rekening komen. In totaal worden die op enkele honderden miljoenen guldens geraamd.

Het akkoord wordt vastgelegd in een gedeeltelijke herziening van de Planologische Kernbeslissing (PKB) voor de Waddenzee, die gedurende zes weken openstaat voor inspraak en advisering. Daarna moet de PKB nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. De ministers verwachten dat de eindbeslissing in maart volgend jaar kan worden genomen.

De milieubeweging reageerde gisteravond fel afwijzend op het akkoord, maar ook de oliemaatschappijen waren ontevreden. De Landelijke Vereniging tot behoud van de Waddenzee vindt dat Andriessen en de oliemaatschappijen het gevecht om het Waddengas hebben gewonnen en dat de 'milieuministers' Alders, Maij-Weggen, Bukman en zijn staatssecretaris Gabor (Natuurbehoud) “slecht werk hebben geleverd”. De maatschappelijke noodzaak om dit gas te winnen is niet aangetoond, en de vereniging vreest grote schade voor het gebied door de proefboringen en de produktie-installaties die vooral in het noorden vlak langs de rand in de Noordzee worden geplaatst en daar tientallen jaren blijven staan. Greenpeace meent dat het kabinet “weer eens heeft bewezen alleen oog te hebben voor het korte-termijnbelang van de opbrengsten, zonder daarbij ook maar te verwijzen naar de noodzaak van drastische energiebesparing”.

Minister Alders verweerde zich gisteravond tegen deze kritiek door te wijzen op het feit dat een compromis onvermijdelijk was, omdat de oliemaatschappijen hun rechten opeisten. “Zonder dit akkoord zou de Waddenzee veel sterker worden aangetast”, aldus de minister. Meer energiebesparing blijft volgens hem onmisbaar, maar het maatschappelijk belang van een langer gebruik van de gasbel in Groningen noemde Alders “doorslaggevend”.

Secretaris-generaal Jean Mathey van Nogepa, de vereniging van oliemaatschappijen in Nederland, zei dat onder de leden van zijn organisatie teleurstelling leeft “omdat dit akkoord toch weer een inbreuk betekent op onze rechten. Dat is overbodig, omdat wij al jarenlang bewijzen heel goed gas te kunnen winnen zonder nadelige gevolgen voor natuur en milieu”. Ook maakte Mathey bezwaar tegen de “aanzienlijke kostenverhogingen” die uit het akkoord voortvloeien. Het akkoord is “ook eens te meer een bewijs dat in Nederland geen stabiel klimaat voor de olie- en gaswinning meer heerst”, aldus Mathey. “Keer op keer worden de condities in ongunstige zin aangepast.” Volgens de Nogepa-topman is er dit keer “nauwelijks sprake geweest van onderhandelingen”. “Het was een kwestie van take it of leave it.”