Monsters en helden in films uit Sarajevo en Philadelphia

AMSTERDAM, 14 DEC. Confessions of a Monster luidt de titel van een van de korte films van het in Sarajevo gevestigde collectief Saga. Onder nauwelijks voorstelbare omstandigheden vervaardigt deze groep rond regisseur Ademir Kenovic op video actuele 'documentaires' over het leven in de belegerde Bosnische hoofdstad. Het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) vertoonde er gisteren zes, in aanwezigheid van Nino Zalica, de maker van drie ervan, die voorlopig even wacht met terugkeren naar Sarajevo.

Het monster dat in Kenovic' video geïnterviewd wordt is een Bosnische jongeman, die de Servische zijde gekozen heeft, zich schuldig maakte aan meervoudige verkrachtingen en moordpartijen en die na zijn arrestatie door het moslimleger toonloos opbiechtte. Het interview lijkt meer op een verhoor, met speciale aandacht voor zijn motivatie, die niet verder lijkt te gaan dan dat hij wel eens over enige macht wilde beschikken. Zoals de andere Saga-films is dit eerder een impressie, die als propagandamiddel gebruikt kan worden, dan een met enige afstand en reflectie tot stand gekomen documentaire.

Zoiets valt op dit moment ook niet te verwachten uit de hoek van de primaire slachtoffers. Wel is het jammer dat dergelijke beelden de vraag onbeantwoord laten hoe het zo ver heeft kunnen komen. Want behalve eventueel solidariteit verwacht je van een documentairefestival op dit moment toch vooral de kans tot analyseren en begrijpen.

Monsters zijn er genoeg in de wereld van vandaag: Duitse neonazi's, Servische oorlogsmisdadigers, Russische politici. Van een documentaire mag men niet verwachten dat hun slechtheid expliciet berispt wordt door de filmmaker, als het goed is spreekt die voor zichzelf.

Een controversiële film in de competitie om de Joris Ivens Award, waar naar gefluisterd wordt de jury nogal over te spreken valt, is de Oostenrijkse documentaire Mit verlust ist zu rechnen van Ulrich Seidl, die erin slaagt om van gewone mensen monsters te maken. Het is de vraag of dat de bedoeling was, en misschien ervaart ook niet elke kijker dat zo. Ik vond de bewoners van twee grensdorpjes aan beide zijden van de Oostenrijks-Tsjechische grens door Seidls werkwijze behoorlijk ranzig en afstotend worden. Een oude weduwnaar die met een vrouw in het Tsjechische dorpje wil trouwen (zij wijst hem af, omdat ze geen zin heeft elke dag voor twee te koken) wordt een voyeur die met een verrekijker over de grens spiedt. De oude vrouw wordt frontaal halfnaakt getoond, als ze zich wast. Een Tsjechische dorpsgek exhibitioneert zich twee keer, op een feestje doet een meisje een aarzelende striptease. Het argument dat al deze mensen zich spontaan zo aan de camera toonden, ontkent de verantwoordelijkheid van de filmmaker, die zich vergaapt aan de achterlijkheid van het platteland, de afgunst op het kapitalisme en de meer perverse verschijningsvormen van de westerse welvaart. De film ruikt naar droogkomische exploitatie van een tragedie, maar wordt hier en daar ten onrechte versleten voor een kunstwerk.

Te midden van al die lelijkheid veert de toeschouwer op als hij een held ontwaart, ook al is de filmische vormgeving niet zo briljant. Een mooi voorbeeld is het blanke hoofd van een school in Philadelphia, die uitsluitend zwarte leerlingen bevat, voor negentig procent uit eenoudergezinnen. I Am A Promise: The Children of Stanton Elementary School van Susan Raymond volgt het hoofd in haar gevecht tegen de bierkaai om de kinderen enig zelfrespect bij te brengen, bij voorbeeld door het dagelijks verplicht gescandeerde antwoord op de vraag wat ze zijn: “Begaafd, getalenteerd en intelligent!”

Vruchtbaarder en royaler beloond heldendom treffen we aan in de documentaire The War Room van 'direct cinema'-veteraan D. A. Pennebaker en Chris Hegedus. Ruim dertig jaar na Primary over de campagne van John F. Kennedy volgt dezelfde regisseur de strijd die vanuit een kamer in Little Rock werd geleid om president Clinton in het zadel te krijgen. 'Generaal' James Carville en de sexy 'director of communications' George Stephanopoulos brengen zwaar geschut in stelling. Pennebakers film maakt vooral de onconventionele 'swing' voelbaar van de campagne van de eerste door rock'n'roll geïnspireerde president van de Verenigde Staten, die zelf zo goed als volledig buiten beeld blijft.