Kamer akkoord met verscherping van mestbeleid

DEN HAAG, 14 DEC. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer, waaronder de fracties van CDA en PvdA, is gisteren akkoord gegaan met verscherping van het mestbeleid voor de periode 1995-2000. Dat bleek gisteren tijdens een debat met de ministers Bukman (landbouw) en Alders (milieu) over de notitie mest- en ammoniakbeleid derde fase.

In de notitie, gebaseerd op een akkoord dat het kabinet in mei met het landbouwbedrijfsleven sloot, doen de bewindslieden een reeks voorstellen om de mestoverschotten fors terug te dringen. Boeren worden gekort in hun mestproduktierechten, de normen voor de toegestane hoeveelheden uit te rijden mest worden aangescherpt en in 1996 moet elke veehouder een 'regulerende' mineralenboekhouding hebben. Daarmee registreren ze hoeveel mineralen (fosfaat, stikstof) op een bedrijf worden aangevoerd en hoeveel mineralen het bedrijf verlaten. Veehouders die meer dan een bepaalde hoeveelheid mineralen afvoeren worden beboet. De Tweede-Kamerleden Van Noord (CDA) en Huys (PvdA) wees erop dat de mineralenboekhouding de 'spil' van het mestbeleid wordt. Elke veehouder wordt individueel verantwoordelijk voor het mestoverschot van zijn bedrijf.

In 1995 moeten alle varkens- en pluimveehouders dertig procent van hun mestquotum inleveren. Vanaf dat jaar moet minder mest over het land worden uitgereden; 110 kilo fosfaat per hectare op bouw- en maïsland en 150 kilo op grasland. Nu is dat respectievelijk 125 en 175 kilo. In het jaar 2000 wil het kabinet evenwichtsbemesting bereiken. Dat is de situatie waarin niet meer mest over het land wordt uitgereden dan de gewassen kunnen opnemen. Een acceptabele verliesnorm - de hoeveelheid mineralen die niet kan worden opgenomen - is toegestaan. Het kabinet gaat voorlopig uit van vijf kilo fosfaat per hectare in 2000, de landbouworganisaties van 25, terwijl de gezamenlijke milieu- en natuurorganisaties één kilo als maximum beschouwen.

Kabinet en landbouwbedrijfsleven hebben afgesproken dat binnen een jaar een onafhankelijk onderzoek moet uitwijzen hoe groot het acceptabele verlies mag zijn. Het Landbouwschap heeft eerder te kennen gegeven dat het nauw betrokken wil worden bij dat onderzoek. Met daarbij de aantekening dat het Landbouwschap niet met de uitkomst akkoord zal gaan als de sociaal-economische gevolgen voor de veehouderij te groot zijn.

Minister Bukman zei gisteren dat de uitkomst van de studie naar de toegestane verliesnorm in 2000 in overleg met het landbouwbedrijfsleven moet leiden tot een definitieve verliesnorm en stappen op weg daar naartoe. Het Tweede-Kamerlid Huys (PvdA) noemde de boerenprotesten tegen de door het kabinet voorgenomen verscherping van de normen na 1995 “lichtelijk overdreven” omdat al sinds 1987 bekend is dat het kabinet in 2000 evenwichtsbemesting wil bereiken. Ook minister Alders herinnerde daaraan: “Over het stapsgewijs toewerken naar die evenwichtsbemesting zijn we het al jaren eens.” Bukman merkte op dat het mestbeleid nu op schema ligt, maar dat “het zwaarste deel van het traject” nog moet worden afgelegd. Hij toonde zich, met enige tegenzin, bereid om een toekomstige mestcentrale voor de afzet van overtollige mest, een belangrijke wens van de Brabantse veehouders, van de nodige wetgeving te voorzien. Hij voegde er aan toe dat de mestcentrale een zaak van het bedrijfsleven moet blijven.

Voorzitter ir. A. Latijnhouwers van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) zei na afloop van het debat “gematigd positief” te zijn. Hij was blij met de toezeggingen van Bukman over de mestcentrale en over de invoering van de mineralenboekhouding per bedrijf waardoor de individuele boer kan berekenen wat zijn mestoverschot is, uitgedrukt in mineralen.

Onder de Brabantse veehouders is in het algemeen redelijk tevreden gereageerd op de uitslag van het mestdebat. De actiegroep Beter Mestbeleid die half november in de Brabanthallen in Den Bosch nog 9.000 mensen op de been kreeg tegen het mestbeleid van Bukman en Alders is volgens leider F. Meulenmeesters blij met het door Bukman beloofde onderzoek naar de bemestingsnormen. “Dit beleid geeft ons handvaten waarmee we verder kunnen om een juist evenwicht te krijgen tussen landbouw en milieu”, aldus Meulenmeesters. Voorzitter J. Mares van de Katholieke Boeren- en Tuindersorganisatie (KNBTB) zei dat de oprichting van een mestcentrale dichterbij is gekomen. Hij wees op de belofte van premier Lubbers van vorige week tijdens een vergadering van de NCB om daaraan een wettelijke basis te geven als de boeren besluiten tot een dergelijke centrale “en ik denk dat hij niet zo maar wat heeft staan filosoferen”, aldus Mares.