'J.D. Salinger has the right to be left alone'

Het jachtseizoen is geopend in Cornish, New Hampshire. Dat wil zeggen, de hertenjacht; de elandenjacht (It is unlawful to use aircraft to locate moose) is alweer voorbij. Beren, wilde zwijnen, stinkdieren en coyotes mogen het hele jaar door geschoten worden. Het New Hampshire Fish and Game Department verplicht de jagers tijdens de jacht tot het dragen van een feloranje jachtpet. Hetgeen niet een ode aan Holden Caulfield en de beroemdste inwoner van de streek is, doch een veiligheidsmaatregel; vorige herfst nog schoot een vader per ongeluk zijn goed gecamoufleerde zoon dood.

Het is Indian summer en in de grootste huurauto die te krijgen was - een Mercury Grand Marquis LS met paarse bekleding en paarse gordels - jaag ik noordwaarts. Op de achterbank ligt een fles Chivas Regal in cadeauverpakking en in mijn hoofd heb ik een briefje dat straks bij J.D. Salinger in de brievenbus gegooid gaat worden. Van het rijtje door mij meest bewonderde schrijvers is hij de enige die nog leeft en omdat hij al maar ouder wordt en ik niet zo vaak in Amerika kom, moet er nu toegeslagen worden. Cruise controled overschrijdt de paarse hoerensloep alle snelheidslimieten terwijl ik fantaseer hoe het mij lukt, na veertig hermetische jaren, de oester te openen.

Dear J.D. Salinger, I came all the way from the Netherlands to invite you for a drink. It would be a great honour if you would accept this invitation. Awaiting your news I'm staying the rest of the day (and if necessarily: the rest of the week) in the purple pimplike car parked opposite your house. A three word note is enough to let me desappear instantly - and of greater value to me than a six pages, handwritten, letter by Count Leo Tolstoy.

Ik sla de Interstate 91 af, naar Clareton, dan richting Lebanon en Hamburg, over de brug naar rechts, door de dennenwouden en de heuvels naar Flat-Cornish. In 1952 ontdekte Salinger het plaatsje en kocht een hut om zich af en toe uit New York te kunnen terugtrekken. Een hut in het bos zonder gas, water of elektriciteit; de romantische droom van de grote-stadsjongen. In 1953 ging hij er voor altijd wonen.

Op een open plek in het bos is de Cornish Townhall, voor de ramen hangen grijsgeworden vitrages en spinnewebben. Er is niks of niemand binnen, het ziet er koud uit en alsof er duiven en geiten leven. Het is een als townhall vermomde stal. Schuin tegenover de townhall is het Cornish Police Department, dat blijkens een spandoek vijftig jaar bestaat. Voor deze witgeverfde barak staat een blauwwitte politiechevrolet, verder is er zover het oog reikt niets te bekennen dat op leven wijst. Onder een vierkante tl-bak zit een agent met een zwarte hoed op. Ik vraag hem waar Salinger woont. Dat kan hij niet zeggen. Hoezo niet? “Mr. Salinger has asked not to tell anybody his adress. It's not public. Nobody will tell you.” Ik zeg dat ik dan maar op goed geluk zal moeten rondrijden en vraag hem of ik hier warm ben. “No”, zegt hij met een grijns.

Voor Powers Country Store staan afgeragde pick-up trucks als groot uitgevallen paarden met hun neus tegen de houten balustrade geparkeerd. Binnen zijn jachtjassen, bergschoenen, munitie, spijkers per kilo en ook nog wat levensmiddelen te koop. Dit is tevens het Deer Registration Station voor Cornish en omgeving. Achter de balie, tussen groene handschoenen en oranje petten, staan een jongen en een vrouw die er niet bijster slim uitzien. Mijn kans. Ik vraag waar J.D. Salinger nou precies woont, en voeg er aan toe dat ik over een half uur bij hem verwacht wordt. Ze vragen of ik zijn adres heb. Nee. Nou, als je over een half uur bij hem verwacht wordt, zou je z'n adres wel hebben. Bijdehandjes. “We can't tell you.” Salinger heeft er goed de wind onder bij de dorpelingen.

Met de onrust van een hond die het spoor kwijt is rijd ik kriskras over de hoogvlakte, steeds weer hoopvol opkijkend naar de bestuurder van iedere tegemoetkomende pick-up truck. De laatstgemaakte foto's van Salinger tonen hem naast een dergelijke auto. Wanneer ik voor de derde maal de zandvlakte tussen de houten kerk en Powers Country Store oversteek zie ik een oud vrouwtje lopen. Stevige witte haren kronkelen als gesprongen snaren uit haar kin. Ze weet niet van de omertà en vertelt zonder omhaal dat Salinger aan de andere kant van het dorp woont, bij Saint Gaudens ergens, daar moet ik maar verder vragen.

Vijf mijl verder ligt verlaten langs de weg een winkeltje: The 12% solution. Open 7 days. Ik koop koffie en de plaatselijke krant en post, leunend tegen de Mercury Grand Marquis, op de uit de rotsen gehakte inham die dienst doet als parkeerplaats. Het is inmiddels koud en donker. Af en toe stopt er een pick-up, waarvan men de lichten laat branden terwijl binnen een sixpack wordt gekocht. Niemand wil mij zeggen waar J.D. Salinger woont. Het is duidelijk dat het niet ver van hier is. Een grote man met een baard en een baseballpet, die er uit ziet als een sloper, zegt wanneer hij de autodeur dichttrekt: “I live about half a mile away from him.”

Ten slotte, na drie kwartier als een bedelaar heen en weer gedrenteld te hebben, is er een oude manke man die me precies uitlegt hoe ik er kom. Richting Windsor, rivier volgen, aan je rechterhand vijvers met een molen, bij de oude begraafplaats (Chase Cemetry), rechtsaf, na een mijl over een metalen brug, daar aan de rechterkant ligt het huis van Salinger. Ik volg de koplampen: zwart water, een begraafplaats waar de stenen als rotte tanden schots en scheef uit het zand steken, een kronkelende weg omhoog de bossen in, een stalen brug en rechts, tussen de bommen: licht. Ik stap uit. Een pad van grijs gruis leidt omhoog naar het huis tussen de bomen.

Wanneer ik na 450 kilometer en 6 uur zoeken de oprijlaan opdraai en in het licht van de koplampen een bord 'Private Road, Keep out' en even verderop nog een bordje 'Private road, No trespassing' zie, heb ik geen zin meer. De dorpelingen hebben gelijk: This man has the right to be left alone. Wat kom ik hier eigenlijk doen? Ik zet de auto in de achteruit, draai terug, sla een zijweg in, rijd de heuvel op en parkeer de auto op gelijke hoogte met het huis. Hemelsbreed 200 meter tussen mij en Salinger. Ik doof de lichten en doe de deuren op slot. Uit het huis valt geel licht, het ziet er gezellig uit. In de verte liggen de bergen van Vermont. De zon gaat definitief onder en de maan stijgt op. Ik luister naar de autoradio en staar en wacht tot ik J.D. Salinger voor het raam langs zal zien lopen.