ECU

Er staan enkele storende fouten in 'Waardering voor harde gulden in ecu toegenomen' (NRC Handelsblad, 30 november). De samenstelling van de ecu is niet, zoals gesteld, herzien bij de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht. Dit punt is niet onbelangrijk. In het verleden werd het gebruik van de ecu bemoeilijkt door onzekerheid over de toekomstige samenstelling ervan. Juist daarom heeft de politiek in het Verdrag van Maastricht er bewust voor gekozen om deze samenstelling niet te veranderen.

De ecu bestaat (sinds september 1989) uit een vaste hoeveelheid van verschillende munten. Het relatieve gewicht van een bepaalde munt in de ecu verandert derhalve als de wisselkoers van deze munt verandert. Ook is het bepaald geen nieuws dat het gewicht van de gulden in de ecu die van de lire is voorbijgetreefd. Dit gebeurde al op 13 september vorig jaar, toen de spilkoers van de lire met 7 procent omlaag ging. De oorzaak hiervan was derhalve niet het toegenomen economische belang van Nederland, als wel de hardheid van de gulden.

De conclusie als zou Nederland de plaats van Italië in de groep van zeven rijkste industrielanden moeten overnemen, is moeilijk verdedigbaar. De omvang van de Italiaanse economie is circa driemaal die van de Nederlandse economie. Bij het bepalen van de gewichten van de afzonderlijke munten in de ecu is destijds niet alleen gelet op het bruto nationaal produkt, maar ook op andere factoren (vooral het aandeel in de inter-Europese handel en de bijdrage aan de korte-termijn financiering in het kader van het EMS).