DDR-rechters mogen alleen vervolgd worden wegens willekeur

BONN, 14 DEC. Vroegere DDR-rechters kunnen weliswaar in principe worden veroordeeld wegens hun vonnissen voor de Oostduitse omwenteling van najaar 1989, maar dan toch alleen als die vonnissen blijk geven van “willekeur”, “schending van de rechten van de mens” of als DDR-recht werd misbruikt om politieke tegenstanders uit te schakelen.

Met dit arrest heeft het Duitse Hooggerechtshof te Berlijn (BGH) gisteren een norm bepaald die een belangrijke rol zal spelen in duizenden processen die lopen tegen vroegere DDR-rechters en hun vonnissen. De algemene verwachting is nu dat een groot deel van deze processen zal worden geseponeerd.

Het BGH gaf zijn arrest gisteren in een zaak die was aangespannen tegen een jonge Oostberlijnse vrouwelijke rechter. Die rechter had nog in oktober 1989, vlak voor de val van DDR-staatschef Erich Honecker en het opengaan van de Muur in Berlijn, de klacht afgewezen van een man die zijn baan bij het bestuur van de toenmalige eenheidsvakbond FDGB had verloren toen hij uit de communistische SED was gestoten. Volgens het BGH, hoogste rechter 'onder' het Constitutionele hof, had zij zich met haar afwijzing van die klacht niet schuldig gemaakt aan “kennelijk onrecht” of aan schending van het “andere rechtssysteem” dat in de DDR bestond.