Computergiganten lopen achter op technologie

De computerindustrie is onderhevig aan snelle technologische veranderingen. Virtual reality is de toekomst - met een 'helm' op driedimensionaal aan het werk. 'We moeten alleen nog de software schrijven'.

De grote producenten van personal computers zoals IBM, Digital Equipment Corp. (DEC) en Apple reorganiseren nog of krabbelen alweer overeind. Ook de tweede generatie, de IBM-compatibles zoals Compaq en Dell, had of heeft het moeilijk. Is het een kwestie van technologie of conjunctuur? Jim Browne, hoogleraar computerwetenschappen aan de Universiteit van Texas in Austin, meent dat de reorganisaties bijna uitsluitend worden veroorzaakt door de snelle technologische veranderingen. Browne is een visionair die verwacht dat over pakweg tien jaar het toetsenbord overbodig is en dat over vijfentwintig jaar het beeldscherm wordt beschouwd als een oudere vorm van technologie.

“De wereld verandert”, zegt Browne (59). “De omgeving verandert en dan moeten de instituties volgen. De universiteit loopt altijd een beetje achter en hetzelfde geldt voor het bedrijfsleven. IBM was voor zijn winst jarenlang afhankelijk van één soort technologie. Binnen een tijdsbestek van vijf jaar werd die technologie overbodig. Stel je eens voor dat zoiets in de auto-industrie zou gebeuren. Het tempo van verandering in de technologie is ongelooflijk hoog.”

Browne weet wat verandering is. Hij stond in de jaren vijftig aan de wieg van de computer. In 1957 schreef hij zijn eerste programma. Browne, van huis uit chemicus, zag zich indertijd tijdens het schrijven van zijn proefschrift gesteld voor rekenopgaven over de spreiding van moleculen waarop nog geen machine was ingesteld. “De modernste computer van die tijd had te weinig vermogen om mijn programma aan te kunnen”, aldus Browne. “Dus toen moest ik me verdiepen in besturingssystemen om zelf iets met meer vermogen te kunnen bouwen. Zo raakte ik opeens zijdelings verzeild in de computerwetenschappen. Er was geen docent of leerboek waar ik uit kon putten, ik moest het dus zelf doen. Wie een oudere broer heeft, leert makkelijk fietsen. Maar in mijn tijd waren er geen oudere broers.”

Browne bleef na zijn promotie enkele jaren verbonden aan de universiteit in Austin, totdat hij een beurs kreeg voor het buitenland. Browne: “Ik ging naar Ierland en Groot-Brittannië en daar kreeg ik aan de Queens University in Belfast een leerstoel computerwetenschappen aangeboden. Het was 1964, ik was 29, dus ik pakte dat met beide handen aan.”

Intussen werd in Austin ook een subfaculteit computerwetenschappen opgericht. Browne, een van de medeoprichters, werd er hoogleraar in 1968 en hij is dat nog steeds. Nooit heeft hij de aanvechting gehad het bedrijfsleven in te gaan. “De meeste mensen worden gedreven door grote ego's en geld”, zegt Browne. “Ik verdien genoeg, dus ik hoef de industrie niet in. Ik vind het al lang best dat ideeën waar ik vijftien jaar geleden aan werkte, nu produkten zijn. Produkten die de wereld echt helpen en vooruitbrengen. Het softwarebedrijf waar ik zelf in zit, heb ik opgericht om ideeën uit te werken en niet om geld te verdienen.”

Het software-bedrijfje, Scientific and Engineering Software (SES), richt zich vooral op de toepassingssoftware. In Browne's geval is dat gebruik van de computer voor het bouwen van andere computers. “Wij zijn waarschijnlijk de toonaangevende verkoper van gereedschap om geavanceerde computers te bouwen. SES heeft een produkt, Workbench, dat is gemaakt om de architectuur van computersystemen en -chips te helpen ontwerpen. We hebben er een paar honderd exemplaren van verkocht. IBM, DEC, Intel, Motorola en noem ze maar op gebruiken Workbench. Meestal horen we dat ze een beter produkt hebben kunnen maken in een kortere tijd.”

Browne volgt de computerindustrie op de voet, vooral wat betreft de technologische ontwikkelingen. De bedrijven lopen volgens hem achter. Browne: “Afgezien van specifieke problemen is dat de trend. En hoe groter ze zijn, hoe meer moeite ze hebben met omschakelen. Ondernemingen als IBM en DEC kregen daardoor kolossale problemen. Het gaat om een wereldwijd verschijnsel. Kijk naar de computertakken van giganten als Fujitsu en Hitachi. They're in deep shit. Voor Philips geldt hetzelfde. Allemaal omdat ze niet zo snel konden veranderen als de ontwikkelingen vereisten.”

IBM is bezig aan de grootste reorganisatie in zijn bestaan. Tienduizenden banen zijn verloren gegaan. Browne: “IBM probeert zo snel te gaan als het kan, maar dat is nog steeds langzaam. Ze hebben veel goede mensen moeten laten gaan, maar vergis je niet, het is nog steeds een bedrijf met een geweldig potentieel.” Browne laat zich niet verlokken tot een uitspraak over de toekomst van het bedrijf. Er spelen volgens hem te veel economische factoren een rol om iets zinnigs te kunnen zeggen. “Ik kan alleen zeggen: IBM heeft de technologische kennis om succesvol te worden. Dat staat vast.”

IBM en Motorola hebben samen met Apple een microprocessor ontwikkeld, PowerPC geheten, die volgens kenners een serieuze concurrent kan worden van chipmaker Intel. Op dit moment domineert Intel de wereldmarkt en draait 85 procent van de pc's op Intel-chips. PowerPC, sneller en goedkoper dan de modernste Intel-chip, moet zijn kracht nog bewijzen, maar Browne is zeer optimistisch.

“PowerPC is succesvol als tachtig procent van de belangrijke software aangepast is voor die specifieke architectuur”, zegt Browne. “Als het zover is kan die chip niet meer kapot, want hij biedt waar voor zijn geld. Het is lastig om zaken te doen als één produkt de markt domineert. Niemand houdt van monopolieposities. Daarom hebben we straks volgens mij twee chips.” Volgens Browne zal de aanpassing van software aan de PowerPC-architectuur geen problemen opleveren.

Hoewel hij erkent dat de toekomst van Apple afhangt van het succes van de PowerPC, wil hij geen uitspraken doen over het bedrijf. “Ik kan de toekomst van een individueel bedrijf niet voorspellen. Er hoeft maar één persoon te zijn die een onjuiste beslissing neemt en ze zitten jaren in het slop. Dat vind ik in het algemeen het probleem met bedrijven, dat een paar mensen de dienst uitmaken.”

De echte uitdaging die Browne in de computertechnologie ziet, is: hoe verbreden we de bandwijdte voor communicatie tussen mensen en computers? Met andere woorden, hoe worden computers gebruikersvriendelijk en voor iedereen toegankelijk. Browne: “Het toetsenbord is iets verschrikkelijks. Het is langzaam! Een schriftteken is geen semantische eenheid en geen denkeenheid. Je wordt gedwongen jezelf en je gedachten af te remmen. Daarom ben ik vooral geïnteresseerd in spraaktoepassingen. Ik bestudeer op dit moment hoe ik spraak kan gebruiken om het uitvoeren van een bepaalde taak - in dit geval programmeren - te vergemakkelijken. We moeten computers kunnen laten reageren op mensen in termen die de computer op zijn beurt ook weer gebruikt in de communicatie naar ons. We moeten met een computer kunnen praten zoals met elkaar.”

De computers moeten dichter bij de mens gebracht worden, vindt Browne, en niet andersom. Computers zijn immers gemakkelijker te veranderen dan mensen. Browne: “Het heeft miljoenen jaren geduurd voordat de mens is geworden zoals hij nu is. Dat laten we zo. We moeten gewoon de interface van de computer daaraan aanpassen. Ik ben een visionair, ik kijk naar de lange termijn. Over vijf jaar hebben we de technologie, over tien jaar hebben we de toepassingen.”

En zo ver weg is deze toekomst ook niet. Philips is in een proefproject samen met de Amerikaanse telefoonmaatschappij NYNEX al bezig om de telefoon te laten reageren op spraakcommando's. Nadat eenmaal is gedefinieerd welk nummer 'Ma' heeft, kan iemand voortaan volstaan met in de hoorn te zeggen: “Bel ma.” Het toestel brengt de verbinding tot stand.

Toch is ook dit volgens Browne nog maar kinderspel vergeleken met andere ontwikkelingen. Hij voorziet in de komende decennia de ontwikkeling van virtual reality-helmen. In plaats van achter een beeldscherm te zitten draag je een soort walkman die een driedimensioneel beeld voor je ogen creëert. “Ik heb drie jaar geleden een bypass-operatie gehad, maar ik denk wel dat ik nog meemaak dat beeldschermen zullen worden beschouwd als een oudere vorm van techniek”, zegt Browne. “De helm zal de normale vorm van werken met je computer zijn.”

Als de bezoeker een uiting van ongeloof laat horen, haalt Browne zijn schouders op: “Vergeet niet, het zijn maar apparaten. Dat kan allemaal makkelijk. Er lopen heel wat slimme mensen op de wereld rond. We moeten alleen nog de software schrijven. Vergeleken met de hardware loopt dat aspect achter, omdat de technologie voor het schrijven van software nog niet ver genoeg is ontwikkeld. Ik zit zelf in de software en ik moet helaas bekennen dat we achterlopen.”