Aantal jeugdleden daalt, nog geen rendement van project 'schooltennis'; Einde van groei tennisbond in zicht

ROTTERDAM, 14 DEC. De afgevaardigde van het district Den Haag wond er zich vreselijk over op. Over Richard Krajicek en de andere Nederlandse tennistoppers. “Het zijn onbehoorlijke schobbers”, werd er dit weekeinde gezegd op de jaarvergadering van de tennisbond. Het wordt tijd dat de topspelers eens wat terug doen voor het tennisbond, luidde de stelling. Toptennis kost de bond geld, maar levert niets op.

De boodschap kwam over. En het antwoord was er. Krajicek heeft met zijn verdiensten bij de Davis-Cupwedstrijd tegen Zweden een fonds opgericht om Nederlandse talenten te ondersteunen, vertelde voorzitter Ruurd de Boer van de tennisbond. “Richard kan zich heel goed herinneren hoe hij altijd gesteund is”, licht Krajiceks Nederlandse manager, Cees van Veen, toe. “Hij wil graag wat terug doen.”

Het afgelopen jaar was uiterst succesvol voor de Nederlandse toppers. Krajicek won Los Angeles en reikte op Roland Garros tot de halve finale, Jacco Eltingh won een toernooi in Atlanta en werd met Paul Haarhuis wereldkampioen dubbel. Het Davis-Cupteam versloeg Spanje en werd pas in de kwartfinale op het Malieveld overmand door het oranje-gevoel. Brenda Schultz, Miriam Oremans en Stephanie Rottier staan bij de beste vijftig op de ranglijst.

Nederland huisvest drie officiële ATP-toernooien (Rotterdam, Rosmalen en Hilversum) en een Challenger-toernooi. Volgend jaar wachten thuiswedstrijden tegen België en, waarschijnlijk, de Verenigde Staten. De tennisbond is met 740.000 leden onbetwist de tweede sportbond in Nederland, na de voetbalbond. Schattingen over het aantal recreanten, mensen die buiten de tennisbond spelen, variëren van twee- tot vijfhonderdduizend. Tennis was in 1992 met 231 uur, op voetbal (256 uur) na, de meest uitgezonden sport op de Nederlandse televisiezenders.

Iedereen die wil tennissen en dat bij een officiële club wil doen is automatisch lid van de tennisbond in. Het einde van de groei is nu in zicht. Van 1966 tot en met 1981 kreeg de tennisbond er jaarlijks tien tot twintig procent nieuwe leden bij. Het percentage nieuwe leden zakte het afgelopen decennium tot drie, zelfs twee procent. “Tom Okker bracht in de jaren zeventig tennis in Nederland in een stroomversnelling”, stelt Wil van Megen, die als importeur van Prince-rackets de tennismarkt al twintig jaar met professionele belangstelling volgt. In de jaren zeventig verloor tennis zijn elitaire tintje, groeide de welvaart en ondersteunden gemeenten de bouw van tennisparken. In de jaren tachtig werd het verzadigingspunt bereikt.

“De verkoop van rackets is al een jaar of tien constant, met lichte terugloop”, zegt Van Megen. Dat zijn 250.000 rackets (gemiddelde prijs ruim tweehonderd gulden) per jaar en 2,5 miljoen tennisballen. Sterke kunststof rackets hebben de kwetsbare houten rackets vervangen. En bijna iedereen die wil spelen, tennist al. Van Megen: “Als Krajicek Wimbledon wint komen er wel nieuwe tennissers bij, maar geen 25 procent meer.” Fabrikanten van tennisschoenen melden hetzelfde. Het aantal paar schoenen per jaar schommelt rond de 600.000.

Nederland heeft - ruim een miljoen tennissers op vijftien miljoen inwoners - verreweg de grootste tennisdichtheid van Europa. In Nederland tennist zo'n zeven procent, in Italië zes procent, in Zweden ruim vier procent, in Duitsland nog geen vier procent van de bevolking. Volgens insiders loopt de bezetting van tennishallen in Nederland terug en hanteren clubs hun wachtlijsten deels omdat het sjiek staat.

Hebben de successen van Krajicek cum suis geen invloed? Piet van Eijsden, directeur van het Melkhuisje met hoofdsponsor Levob, jaarlijks 20.000 toeschouwers en een begroting van 1,8 miljoen gulden, heeft graag Nederlandse gravelspelers onder de deelnemers. “Dat merk je aan de kaartverkoop als er een Nederlander de kwartfinale haalt.” Zijn collega, Wim Buitendijk, directeur van het ABN/Amro-toernooi, met 92.000 toeschouwers en een begroting van 6,5 miljoen gulden, beweert het tegendeel. “Wij zijn niet afhankelijk van de Nederlanders. De toeschouwers kochten geen kaartje voor Schapers, maar voor het tennis. Als Krajicek wint ontstaat er wel een chauvinistisch sfeertje op de tribune.” Buitendijk deelt niet in de zorgen die er in Duitsland bestaan over het tennis ná Becker, Graf en Stich. “Rotterdam en het Melkhuisje hebben een traditie.”

Huub van Boeckel, organisator van een Challenger, een 'klein' toernooi in Scheveningen met sponsor Siemens, 5000 bezoekers en een begroting van ruim een half miljoen, heeft wel baat bij Nederlands succes. “Den Haag is tennis-minded. We begonnen bescheiden en groeien ieder jaar. Wij krijgen die kans door de Nederlandse toppers. Wij drijven mee op hun succes.Ik denk dat er in Nederland plaats is voor een vierde ATP-toernooi.”

Krajicek is vooral populair bij de jeugd. Zijn sponsor Nike begint in het voorjaar met een reclame-campagne waarin Krajicek de hoofdrol speelt, naar het voorbeeld van Courier en Agassi. Maar het aantal jeugdleden van de tennisbond daalde in 1993, zij het met slechts 0,2 procent. Het project 'schooltennis' van de KNLTB werpt nog weinig vruchten af.

De tennisbond loopt op de waarschuwingen vooruit door een omvangrijke herstructurering en professionalisering door te voeren. De leden brachten op de jaarvergadering een offer van één gulden contributie-verhoging. “Wij zijn geen rijke bond”, zegt voorzitter Ruurd de Boer. De inkomsten van de Davis-Cup - de wedstrijd tegen Zweden leverde een kwart miljoen gulden op - vallen buiten de reguliere begroting en zijn onder meer bestemd voor de financiering van het nieuwe bondsbureau in Zeist, dat vier miljoen gaat kosten. Omdat er veel gebeurt, lijkt het alsof de tennisbond rijk is, vult directeur Tames Kokke aan. De bond investeert direct wat er binnen komt.

De KNLTB is mede-eigenaar van het toernooi in Rosmalen. Een van de weinige grastoernooien in de wereld en op een gunstige datum: twee weken voor Wimbledon. De Boer is al benaderd door een Duitse toernooidirecteur die de begeerlijke datum wel wilde overnemen. Op korte termijn had dat geld kunnen opleveren. Maar de bond koestert zijn eigendom. “Bij Rosmalen en bij de Davis Cup is het vooral belangrijk dat die evenementen van de grond komen. Dat ze er zijn. Op de lange termijn bieden ze wel winstverwachting”, zegt De Boer.

De rol die de bond speelt in Rosmalen, moet binnen afzienbare termijn ook een vrouwen-toernooi tot stand brengen in Nederland. Van Eijsden heeft het in 1986 en 1987 in Loosdrecht geprobeerd, maar moest tot zijn spijt constateren dat de toeschouwers het lieten afweten. “Een vrouwentoernooi bleek commercieel niet haalbaar. Het publiek en de sponsors kunnen van het damestennis niet zo genieten als van de heren”, zegt Van Eijsden. “Het kan alleen met Graf, Seles én Navritalova.” Maar voorzitter De Boer van de KNLTB durfde de stelling aan dat er voor het jaar 2000 in Nederland een vrouwen-toernooi zal zijn.

Ledenbestand KNLTB

1965 69.187

1970 108.800

1975 203.708

1980 467.047

1985 592.684

1990 687.153

1993 738.093