VNO: Luchtfietserij is uit 'banenplan' geschrapt

DEN HAAG, 13 DEC. Een gemiste kans. De werkloosheid in de Europese Unie nadert een record. Ongeveer achttien miljoen mensen zoeken een baan en voor volgend jaar voorspelt Brussel twintig miljoen werklozen. “De regeringsleiders van de twaalf lidstaten hebben deze mensen weinig hoop gegeven”, verzucht de voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, dr.A.H.G. Rinnooy Kan in een reactie op het dit weekeinde in Brussel beklonken Europese 'banenplan'.

Maar de regeringsleiders hebben de “luchtfietserij” uit het Witboek over werkgelegenheid en groei van voorzitter Jacques Delors geschrapt, constateert Rinnooy Kan. Hij doelt op het ambitieuze streven van de commissie-voorzitter om de werkloosheid tot het jaar 2000 terug te dringen tot de helft van het huidige niveau. De komende zeven jaar zouden er 15 miljoen nieuwe banen moeten worden gecreëerd. “In een periode van sterke economische groei in de Gemeenschap, 1986-1990, kwamen er 9 miljoen banen bij. De 15 die Delors noemde, is ambitieuze onzin”, meent de Rinnooy Kan. Het gesprek vindt plaats via de autotelefoon. De werkgeversvoorzitter is op weg naar de tv-studio in Hilversum voor een gesprek over sport en bedrijfsleven bij de nieuwe commerciële zender RTL-5.

De werkgeversvoorzitter vindt het “zorgelijk” dat de sociale zekerheid een thema is dat de regeringsleiders mijden. Om werkgelegenheid te behouden en tre scheppen moet de factor arbeid goedkoper worden. En om arbeid goedkoper te maken - “sorry, maar het is het bekende verhaal” - moeten kosten die de arbeid duur maken, zoals belastingen en sociale premies, worden verlaagd. “De hoge kosten van de sociale zekerheid zijn de grootste bedreiging voor de werkgelegenheid. Dit is een onderwerp dat niet goed scoort op de agenda van de Europese top. In Nederland zijn we het debat over de aanpassing van het sociale zekerheidsstelsel begonnen. Dat is winst. Maar ik had gehoopt dat de draad ook in Brussel zou worden opgepikt.”

Vorige week publiceerden Europese top-ondernemers, verenigd in de Europese Ronde Tafel, een rapport waaruit blijkt dat in de Europese Unie de zogeheten niet-loonkosten 44 procent van de totale arbeidskosten bedragen. In de VS en Japan bedragen die percentages respectievelijk 28 en 24. “Met ons Europees sociaal stelsel maken we arbeid relatief duur. Dat is een bedreiging van de werkgelegenheid. Maar het Witboek van Delors weigert de consequenties onder ogen te zien voor de inrichting van de Europese welvaartsstaat”, constateert Rinnooy Kan.

Als het aan de Nederlandse werkgevers ligt wordt er in de volgend kabinetsperiode 6 à 7 miljard gulden bezuinigd op de sociale zekerheid. Dat blijkt uit een uitgelekte concept-notitie van de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties (RCO). Daarnaast zou de overheid 10,5 miljard gulden moeten bezuinigen en de gezondheidszorg 3,5 miljard gulden. Rinnooy Kan onderstreept dat het om een concept gaat. “Maar de bedragen zullen niet veel veranderen.”

De RCO wil het sociaal minimum, de bijstand, op voorhand niet generiek verlagen. Om uitkeringsgerechtigden te prikkelen aan de slag te gaan, moeten de sancties “veel strenger” worden. Een verlaging van de laagste CAO-loonschalen, die nu 10 tot 25 procent boven het wettelijk minimumloon liggen, is volgens de RCO wenselijk. Maar dat is volgens Rinnooy Kan niet eenvoudig omdat werkgevers dan passende, eenvoudige functies moeten creëren. Van een verlaging van het minimumloon verwacht de VNO-voorzitter een groter effect op de werkgelegenheid.

Rinnooy Kan noemt een bezuinigingsbedrag van ongeveer 20 miljard gulden “absoluut noodzakelijk”. De regeringsfracties van CDA en PvdA vinden bezuinigingsbedrag veel te hoog. “Onverantwoord en natte vingerwerk”, meent Pvda-woordvoerder Melkert. Volgens FNV-bestuurder De Waal leiden de plannen van de werkgevers tot “sociale woestenij”. Bezuinigingen van 5 miljard lijken voor de vakbeweging het maximum. “We zullen begin volgend jaar wel niet met een gezamenlijk SER-standpunt komen”, schertst Rinnooy Kan.

Het Sociaal-Economische Raad wil de economische groei stimuleren door forse investeringen in de infrastructuur. De concurrentiepositie moet worden verbeterd door loonkostenmatiging en verhoging van de kennis. “Wat dat betreft loopt de aanpak van ons gelijk met Brussel. Voor de verbetering van de infrastructuur willen we 2,5 miljard gulden méér besteden dan het kabinet. Maar in tegenstelling tot de Europese Commissie en de regeringsleiders kiezen wij voor een sanering van het sociaal zekerheidsstelsel. Niet om te pesten, maar om banen in Europa te behouden.”