Ronde trommelwoningen op sterpunten

Project: 212 sociale huurwoningen in 't Twiske, Amsterdam-Noord. Architect: Liesbeth van der Pol. Kosten: 35 miljoen. Opdrachtgever: Woningbouwvereniging Amsterdam-Zuid. Ontwerp 1992. Uitvoering 1992-1993. Boek (Ned.-Eng.), Uitgeverij 010, Rotterdam, 60 blz, ƒ 39,50.

Er trekt een grijs-witte schimmel door Nederland. Een oprukkende huisjeszee waarin blindelings is voldaan aan makelaarseisen die de mens tot een soort consumptieve onbenul hebben gedegradeerd. Architect Liesbeth van der Pol (1959) neemt daar stelling tegen, in haar werk maar ook afgelopen vrijdagavond in de feestrede waarmee ze de Rotterdam-Maaskantprijs voor Jonge Architekten in ontvangst nam. “Wat ik verlang van architectuur is dat ze me ontroert, me beroert, me raakt tot diep in m'n ziel.”

Behalve militant is Van der Pol ook geregeld ten prooi aan vertwijfeling. Haar studie aan de TU Delft, waarin alle stilistische en theoretische deuren open stonden - Hertzberger, Aldo Rossi, Rem Koolhaas, de deconstructivisten - liet haar in 1988 in verwarring achter, maar ze bleek meer te kunnen dan ze zelf dacht. In korte tijd heeft zij samen met compagnon en partner Herman Zeinstra een succesvol praktijk opgebouwd.

De jury (Ashok Bhalotra, Herman Hertzberger en Gerda ten Cate) was dan ook niet karig met zijn lof. Fantasie, vastberadenheid en strijdlust worden haar toegedicht, in samenhang met een degelijke kennis van de dagelijkse realiteit. Nadat eerdere jury's de prijs hadden toegekend aan meer theoretische ingestelde architecten als Wiel Arets en Willem Jan Neutelings en de architect / kunstenaar John Körmeling, is nu gekozen voor een pragmaticus die “het proza van alledag” het uitgangspunt is.

Van der Pols bekendste project tot nu toe is een woningblok op een hoek in de Amsterdamse Dapperbuurt - “een sprankelende en spirituele hoeksteen voor de stad” aldus de Maaskant-jury. Het heeft twee zeer verschillende gevels: de ene is met donkere panelen bekleed, de andere wordt beheerst door grote driehoekige balkons die aan kabels lijken te hangen boven het brede trottoir. De twee gevels treffen elkaar in een dramatische trap op de hoek. Binnen hebben de bewoners de indeling van de woning voor een groot deel zelf kunnen bepalen.

Haar meest recente opdracht heeft een heel andere verhouding tot de stad: het is onderdeel van een uitbreidingswijk aan de rand van recreatiegebied 't Twiske bij Amsterdam-Noord. Haar aandeel, voor woningbouwvereniging Amsterdam-Zuid, bestaat uit ruim tweehonderd sociale huurwoningen, verdeeld in grofweg drie types. Langs een lange binnenstraat staan twee rijen 'hofwoningen' aan pleintjes; haaks daarop staan de 'kangoeroe'-woningen, twee groepswoningen boven elkaar voor bijvoorbeeld gehandicapten; en twaalf ronde 'trommelwoningen' op zwarte, stervormige plinten. De voordeuren van de woningen komen alle uit op een kleine ronde binnenplaats; de kamers zijn spiraalsgewijs boven elkaar gestapeld.

Architect en opdrachtgever zijn aan elkaar gekoppeld door supervisor Tjeerd Dijkstra. De woningbouwvereniging zag wel een zeker risico: er was haast geboden in verband met de subsidies van het rijk en Van der Pol had nog nooit zo'n groot project gedaan. Bovendien was ze hoogzwanger en kondigde aan na de bevalling minder te willen gaan werken. Desalniettemin koos de opdrachtgever voor haar ontwerp. Daar is een voorbeeldige samenwerking uit ontstaan die zijn vruchten heeft afgeworpen, niet alleen in een vervolgproject in de Amsterdamse Pijp, maar vooral in het niet wegbezuinigen van allerlei details. De hofwoningen bijvoorbeeld hebben hoge deuren met rechthoekige ramen van oplopende grootte, en de bergingen zijn voorzien van radiatoren en heuse deuren, waardoor ze ook als extra kamer kunnen worden gebruikt. In de slaapkamer van de trommelwoningen zit een langwerpige strookje glas dat voor een weids uitzicht zorgt. Voor de zwarte sterpunten onder de trommelwoningen werd het beton met een aparte textuur gegoten en de dakpannen werden speciaal op kleur gemaakt.

In haar toespraak vrijdag benadrukte Van der Pol het belang van architectuur in dergelijke perifere leegtes. “Juist in nieuwbouw op al die stukken opgespoten land tussen stad en platteland in, daar waar de karakteristiek van de omgeving ontbreekt, is het zo belangrijk dat architecten de verbeelding uit hun tenen halen en met hun gebouwen gevoel oproepen.” Dat dit kan, laat zij zelf nu zien in 't Twiske.