Onzin van intern onderzoek

Zakenlieden, politici, onderwijzers en juristen: ze hebben hun jargon inmiddels doorspekt met sporttermen. Overstag gaan, aan de zijlijn staan, scoren, een gat laten vallen, uitdrukkingen die het esperanto vormen waarmee ingewikkelde affaires toegankelijk kunnen worden gemaakt voor het gewone volk.

Zo is er ook 'de schijnbeweging'. Bedoeld om de tegenstander op het verkeerde been te zetten. Het is meer een techniek, een vaardigheid. Bruikbaar voor alle sectoren van de samenleving. Maar in de voetbalsport wel heel erg toepasselijk. FC Utrecht bediende zich er vorige week van, nadat de club was genoemd in een mogelijke omkoopaffaire met het Maastrichtse MVV. Er zou Utrecht een bedrag zijn geboden om in juni 1991 MVV ten minste een gelijkspel toe te staan zodat de Limburgers een plaats in de eredivisie veilig konden stellen.

Utrecht was verontwaardigd en liet als voorbeeld van daadkracht zelf een onderzoek instellen. Dat werd uitgevoerd door Eric Vilé, advocaat en ex-bestuurslid van FC Utrecht. De uitkomst van zijn arbeid: geen spoor van omkoping gevonden. Die bevindingen droeg hij - meldde hij - over aan de justitie in Maastricht, waar niet kon worden verteld of het enige rol zal spelen in het eigen onderzoek. Wat moet men met de goede kennis van de verdachte die het openbaar ministerie laat weten dat hij in zijn onderzoek niets onoirbaars is tegengekomen?

Nu is er geen reden te twijfelen aan de goede bedoelingen van Vilé, noch van het huidige Utrecht-bestuur. Maar feit is wel dat Vilé niet dezelfde bevoegdheden heeft als het Openbaar Ministerie. En mogelijke betrokkenen hebben bij zijn ondervraging ook grotere vrijheden, waaronder die om onwaarheid te spreken. Het onderzoek dat Utrecht gelastte is dan ook niet veel meer dan een schijnbeweging, een niemendalletje dat de aandacht even van het probleem afleidde.

Het enige echte onderzoek is nog in volle gang. De voetbalwereld hoopt dat er geen bewijs zal worden gevonden van (een poging tot) omkoping. Men weet in die kringen trouwens dat het bijzonder moeilijk zal zijn sluitende bewijzen te vinden. Het is begrijpelijk dat de KNVB tot nog toe aan de zijlijn blijft staan, omdat bij de mogelijke omkoping ook personen betrokken kunnen zijn die buiten het tuchtrecht van de bond vallen. Wie tevoren weet dat er toch niet dieper kan worden gegraven dan de oppervlakte, doet er goed aan beter niet de schijn van graven op te houden.