Nederlandse Muziekdagen halen achterstand in uitvoeringen maar gedeeltelijk in; Met het componeren gaat het hier bijzonder goed

Tijdens de Nederlandse Muziekdagen, het komend weekend in Utrecht, zullen in zes concerten werken te horen zijn van 28 Nederlandse componisten, van Maarten Altena tot Jan van Vlijmen, en van Johannes Ciconia (ca. 1335-1411) tot Richard Rijnvos (geboren 1964).

Nederlandse Muziekdagen; Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. 17/12 (12.30u en 20.15u); 18/12 (20.15u); 19/12 (11.00u, 14.00u en 20.15u).

Sommige dingen kunnen niet vaak genoeg worden gezegd. Zoals dat het al vele jaren bijzonder goed gaat met het componeren in Nederland. Bijna wekelijks is dat bij tal van kleinere ensembles in Nederlandse concertzalen te horen - en sinds een aantal jaren ook met een groeiende regelmaat in het buitenland. Andriessen wordt in Amerika gespeeld, Loevendie was samen met Ligeti te horen op een festival in Hamburg, Schat klonk in Polen, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Alleen de traditionele orkesten laten het nog steeds afweten. Ze gebruiken daarvoor vaak versleten clichés als excuus. De ene keer heeft de muziek te weinig kwaliteit, dan weer heeft het publiek te weinig belangstelling of is de muziek te moeilijk speelbaar. Alsof Bruckner en Mahler zo gemakkelijk zijn; het is ook een kwestie van wennen en het ontwikkelen van een speelcultuur. Maar nooit is het de schuld van een ondoordacht programmabeleid, laksheid of gebrek aan kennis.

Ook de omroepen hadden in het verleden weinig aandacht voor de muziek van eigen bodem. De NOS, die ook de plicht heeft 'aanvullend' te programmeren wat niet al vanzelf gebeurt, bedacht uit een soort schuldbesef vijf jaar geleden de Nederlandse Muziekdagen. Het idee was goed: laat aan het eind van het jaar nog eens horen wat het afgelopen jaar aan Nederlandse muziek heeft geklonken, aangevuld met een enkele première en muziek van voorgaande generaties die nog maar zelden te horen is - en in veel gevallen ook niet al te vaak gehoord zou moeten worden.

De uitwerking van dit idee had, en heeft, echter zijn beperkingen. Hoe hoogstaand de Nederlandse muziek ook is, om er het komende weekeinde in drie dagen (van vrijdagochtend tot zondagavond, het meeste rechtstreeks uitgezonden op Radio 4), meer dan twee dozijn componisten doorheen te jassen, is misschien net te veel van het goede achter elkaar.

Dit jaar, het eerste lustrum van de Muziekdagen, lijkt bovendien het aantal premières groter dan in het verleden. En dat is jammer, want ook door het jaar heen gaat het bij de meeste Nederlandse muziek al om premières. De kans voor een Nederlandse compositie om te promoveren tot een repertoirestuk is nog steeds heel gering.

Voor veel van die composities is de cd de redding, de enige mogelijkheid om vaker dan één keer gehoord te worden. Op dat gebied hebben componisten de laatste jaren in Nederland gelukkig niet te klagen.

Behalve enkele platenmaatschappijen waarvoor het uitbrengen van Nederlandse muziek een vanzelfsprekend deel van een omvangrijker repertoire is, zoals Attacca en BVHaast, zijn er twee organisaties die zich exclusief met Nederlandse muziek bezighouden. De belangrijkste is Donemus, het documentatiecentrum voor Nederlandse muziek, met de serie Composers' Voice Highlights. Nog niet zo lang geleden stond Donemus voortdurend onder vuur, maar sinds een aantal jaren wordt een duidelijker beleid gevoerd, waarbij de keuze voor bepaalde componisten (en daardoor onontkoombaar tégen anderen) niet meer wordt geschuwd.

Als uitvloeisel van dat beleid verschijnen er nu jaarlijks een aantal cd's, meestal gewijd aan één componist. Ze geven een overzicht van zijn belangrijkste werken (voorlopig is het een inhaalmanoeuvre, doordat de zaak lang heeft stilgelegen) en zijn zowel bedoeld voor de 'gewone' luisteraar, als voor de promotie van Nederlandse componisten in het buitenland.

Ook het Centrum Nederlandse Muziek richt zich, met haar label NM Classics, uitsluitend op muziek van Nederlanders. Zij doet dat met geld van de auteursrechtenorganisatie Buma. Doordat de produkties tot stand komen in samenwerking met de Wereldomroep is men afhankelijk van het (nogal willekeurige) concertaanbod. Een duidelijk beleid is in de produkties van NM Classics niet te herkennen. Het aanbod varieert van Sweelinck tot Schat en van barokconcerten tot koormuziek.

Met een stapeltje cd's van Donemus en NM Classics kan men thuis zijn eigen Muziekdagen organiseren. De beweeglijke, fraai georkestreerde en over het algemeen aangenaam klinkende muziek van Tristan Keuris (1946) is bij Donemus te vinden (al staat op die cd niet Laudi, dat vrijdagavond in première gaat). Ook Theo Verbey (1959), die de Muziekdagen zal afsluiten met Triade uit 1991, komt in de Donemus-serie voor. Zijn muziek kenmerkt zich door een complexe en gesloten klankwereld, maar is opvallend helder geformuleerd en krachtig van toon. Dat er een strak compositiesysteem aan ten grondslag ligt is onmiskenbaar, hoewel zeker niet na één keer horen te achterhalen.

Aan het andere uiteinde bevindt zich ondermeer de muziek van de 18de-eeuwse componist Albertus Groneman, die weliswaar in Keulen geboren werd, maar het grootste deel van zijn leven doorbracht in Leiden en Den Haag. Zondagochtend wordt zijn Sonate voor twee fluiten op.2/4 gespeeld. Op een cd van NM Classics met Nederlandse barokconcerten door het ensemble Musica ad Rhenum staat zijn Fluitconcert.

De Nederlandse Muziekdagen imiteren met cd's is echter niet haalbaar. Een beetje fantasie is gewenst. Zo zou men Joep Straesser kunnen vervangen door Diderik Wagenaar, Pijper door Badings, en Diepenbrock door Verhulst - toegegeven, dit is niet in alle gevallen een vooruitgang. Het is daarom uiteindelijk raadzaam om naar Vredenburg te komen, en ook de radio op vier te zetten en het cassette-deck startklaar te houden. Want het zou wel weer eens vele jaren kunnen duren voordat La disciplina dei sentimenti van Willem Boogman, Laudi van Tristan Keuris, of een van de vier andere Utrechtse premières opnieuw is te horen.