Met de ballen in de achterbak op weg om passie te verkopen

NIEUWE PEKELA, 13 DEC. Het hoogtepunt van een volleybalmiddag in Nieuwe Pekela: Avital Selinger neemt het in zijn eentje op tegen de vrouwenploeg van de plaatselijke club. Hij loopt en springt van links naar rechts en van voren naar achteren en wint met gemak van het zestal aan de andere kant. Ruim honderd van die partijtjes heeft hij al gespeeld en daarbij zelfs teams uit de tweede divisie verslagen. Slechts drie keer verloor hij, herinnert Selinger zich. Zelfs de setstanden van die op zich onbeduidende nederlagen weet hij nog.

Avital Selinger is in Nieuwe Pekela nog net zo fanatiek als met het Nederlands team in sportpaleis Ahoy' en in Barcelona. Hij houdt niet van lanterfanten. Daarom krijgen ook de volleyballende huisvrouwen uit de veenkolonie niets cadeau. Pas bij de stand 14-0 in de tweede en laatste set slaat de spelverdeler de bal met opzet uit en gunt de tegenpartij eindelijk een puntje. Waarom ineens zo aardig? “Ik zag één van die speelsters zo chagrijnig kijken”, legt hij na afloop uit.

Ook nu hij sinds een jaar niet meer voor Oranje uitkomt leeft en bestaat de 34-jarige Selinger van en voor het volleybal. Samen met een andere ex-international, Ron Boudrie (33), speelt hij voor eredivisieclub Alcom uit Capelle en geeft hij in het hele land demonstraties en trainingen, officieel clinics genaamd. Ze willen, zo maakt hun brochure voor clubs, bedrijven, trainers en scholen duidelijk, “hun ervaring en passie doorgeven aan anderen”.

Dromen doen ze van een eigen volleybalschool, met een team dat als een soort Harlem Globetrotters in wedstrijden promotie maakt voor hun sport. Wat ze nu doen moet een begin zijn. Geen uithoek is ze dan ook te ver, de ballen in de achterbak en rijden maar. Geen doelgroep is ze te min, iedereen is van harte welkom.

RVC is een kleine club uit Nieuwe Pekela, met maar vijftig leden en spelend op het laagste niveau in de afdeling Groningen. Toch wilde voorzitter Henk Pomp wel eens “iets leuks” doen. Via een kaarsenactie en een bedelronde langs de plaatselijke bedrijven werden de vierduizend gulden voor Boudrie en Selinger bij elkaar gehaald. Spijt heeft Pomp er achteraf niet van. Er komen zo'n tweehonderd mensen kijken. En het is gezellig, de sporthal lijkt een beetje op een huiskamer, inclusief rennende en krijsende kinderen. De burgemeester opent hoogstpersoonlijk de middag en er is zelfs een orkestje dat op z'n tijd de toeschouwers 'Aanvallen!' laat brullen.

Wat tijdens een clinic vooral blijkt aan te spreken is het feit dat de eigen leden er actief bij betrokken worden. Zij moeten oefeningen uitvoeren en tegen de leermeesters spelen. RVC tegen Boudrie en Selinger. Het kleine RVC tegen de zilveren-medaillewinnaars van Barcelona. Dat is best een beetje eng. Want wat als je voor de neus van zo'n prof een modderfiguur slaat? Het blijkt allemaal mee te vallen. Wie er een keer in slaagt een smash van één van de twee te blokkeren krijgt onder het net door een welgemeende hand. “Goh, wat gaat het goed. We komen volgende week gewoon terug en dan gaan we verder!” De mensen vinden het prachtig.

Boudrie legt alles uit via de microfoon en geeft af en toe zelf ook een indrukwekkende klap tegen de bal en Selinger is de strenge perfectionist die zelfs de recreant volleybal probeert te leren. Vooral na afloop blijkt nog altijd hun populariteit als ze op de snel aangesleepte tassen, t-shirts en sjaals hun handtekening moeten zetten.

“Het Nederlands team dankt een deel van zijn succes aan die clinics”, weet Boudrie. “We gingen naar de mensen toe, ze konden ons zien, ons aanraken en met ons op de foto.” Oranje trok in de periode voor de Olympische Spelen van Barcelona in 75 bijeenkomsten zo'n 100.000 toeschouwers. De zalen puilden uit. Die totalen zullen Boudrie en Selinger niet halen. Ze zijn ook maar met z'n tweeën. Toch zit het ook bij de ex-internationals af en toe flink vol. Overal komen de uitnodigingen vandaan. Ze zijn sinds ze in mei begonnen in dorpen geweest waar ze nog nooit van hadden gehoord. “Soms drie huizen en een sporthal.” Hun programma is op dat van Oranje gebaseerd. “Maar nu worden de mensen er meer bij betrokken. Het is gezelliger. Vroeger was het meer toneel, show”, aldus Boudrie.

De eerste clinic ontstond halverwege de jaren tachtig als een soort grap. Piet Steenaard, zaakwaarnemer van verscheidene internationals, ging met drie spelers van het vermaarde Brother Martinus, Brokking, Brouwers en Goedkoop, een weddenschap aan dat zij met z'n drieën niet het eerste team van de club waarvan hij voorzitter was, Oberon uit Weert, partij konden geven. Uiteindelijk werd er in overleg met Arie Selinger, destijds coach van Martinus, om die wedstrijd heen een heel programma gebouwd. Dat werd een succes. Steenaard werd later als speaker onmisbaar bij de clinics van Oranje. Nu assisteert hij Boudrie en Selinger af en toe nog.

Met hun programma zouden de twee de perfecte ambassadeurs zijn om volleybal op scholen te promoten. Van die zijde valt echter niet te verwachten dat er geld beschikbaar wordt gesteld om de clinics van Boudrie en Selinger te bekostigen. Dat zou eigenlijk van de bond, met behulp van een sponsor, uit moeten gaan. Daarom is het jammer dat de NeVoBo en de genoemde spelers geen contact met elkaar hebben. Boudrie (419 interlands) en Selinger (389 interlands) werden na november van het vorig jaar niet meer uitgenodigd voor de nationale team. Ze hoorden sindsdien helemaal niets uit Woerden en zijn daar nog steeds zeer beledigd en ontstemd over. “Het Nederlandse volleybal is kapot, dood”, stelt Avital Selinger hard en simpel vast.

Voor hem en zijn trouwe compaan Boudrie valt er nu eenmaal maar één goede weg te bewandelen en dat is hun eigen weg, naar de leer van volleybalprofessor Arie Selinger. “Mijn vader”, zegt Avital zelfverzekerd, “gaat weer eens bewijzen dat hij de beste van de wereld is.” Volgens de zoon wordt senior dit seizoen kampioen met zijn Japanse clubteam. “En ik denk dat hij in 1996 als coach van Japan naar de Olympische Spelen gaat.”

“Dames en heren, wij gebruiken”, roept Ron Boudrie in Nieuwe Pekela de mensen toe, “veel Engelse termen. Dat komt omdat we Arie Selinger als coach hebben gehad.”