Londen en Dublin nog verdeeld over vredesplan Ulster

LONDEN, 13 DEC. Premier John Major en zijn Ierse collega Albert Reynolds overleggen vandaag telefonisch of zij elkaar deze week opnieuw zullen ontmoeten voor overleg over een Brits-Iers vredesplan voor Ulster. Ambtenaren aan beide zijden hebben het weekeinde koortsachtig gewerkt aan de tekst voor een verklaring waarmee beide partijen kunnen leven.

Maar de pogingen worden bemoeilijkt door de actualiteit: de IRA schoot in het weekeinde twee Noordierse politiemensen dood, de unionistische dominee Paisley dreigt met een bloedbad ter vergelding, indien de Britse regering de protestantse meerderheid in Noord-Ierland “verraadt” aan de Republiek en Dublin schroefde de pressie op Londen op, door te zeggen dat premier Reynolds niet bereid is een “nietszeggende” Brits-Ierse verklaring te tekenen.

Tot op zekere hoogte hebben de obstakels te maken met wat de Britse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd eind vorige week noemde “het fenomeen dat je de moeilijkste stukjes tot het laatst bewaart”. Hurd zei te hopen dat de gezamenlijke verklaring “de mannen van het geweld, de moordenaars” zal beïnvloeden. Maar premier Reynolds ging in het weekeinde veel verder. Hij is niet bereid een verklaring te tekenen die er niet vrijwel zeker toe leidt, dat de IRA-Sinn Fein de wapens zal neerleggen. “Als ik denk dat er niets in staat, zet ik mijn handtekening er niet onder.”

Het probleem dat moet worden opgelost is het overbruggen van het verschil in opstelling tussen de Ierse en de Britse regering. Dublin, met de hete adem van de nationalisten in de nek, eist dat Londen formeel toegeeft dat het verlangen naar hereniging van Noord- en Zuid-Ierland een legitiem streven is. In ruil daarvoor zou de Republiek Ierland dan bereid zijn na een referendum de twee artikelen uit haar grondwet te schrappen, die de unionistische meerderheid in Noord-Ierland zo bedreigend vindt, omdat ze territoriale aanspraken maken op de zes provincies die onder de naam Ulster Brits grondgebied uitmaken.

Londen heeft van Dublin de erkenning afgedwongen dat de status van Noord-Ierland nooit zal veranderen, als een meerderheid van de bevolking in Ulster daartoe niet democratisch besluit. Die verzekering vinden de unionisten niet genoeg. Zij schreven dat de Britse regering over hun hoofden heen een afspraak met de Republiek zal maken, die uiteindelijk afbreuk doet aan hun positie van Brits onderdaan en die hen buitenspel zet in het beslissen over een toekomst. Zij huiveren bij de term “zelfbeschikking” die de Ierse regering in de gezamenlijke Britse-Ierse verklaring vermeld wil zien en dominee Paisley waarschuwde dit weekeinde dat loyalistische terroristen een verschrikkelijk bloedbad zullen ontketenen, indien zij maar het gevoel krijgen dat de Republiek iets over hun status te zeggen zal krijgen.

De unionisten kunnen druk op Major uitoefenen door te dreigen hem niet langer te steunen in het parlement, waar hun tiental stemmen bij een Conservatieve meerderheid van zeventien cruciaal is. John Taylor, Lagerhuislid voor de Ulster Unionists, zei gisteren dat zijn partij de regering ten val zal helpen brengen als er maar enige beweging zichtbaar zal worden in de richting van een verenigd Ierland. En zijn collega David Trimble waarschuwde dat elke concessie in die richting door de IRA-terroristen zal worden uitgelegd als een bevestiging van de stelling dat je je wèl met geweld een weg nar de onderhandelingstafel kunt banen.