Lélio kan toch niet op tegen de Fantastique

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Ion Marin m.m.v. Georges Bigot, acteur; Jean-Luc Viala, tenor; Henk Smit, bariton en Philharmonisch Koor Toonkunst. Programma: H. Berlioz: Symphonie fantastique opus 14; Lélio ou le retour à la vie opus 14 bis. Gehoord: 11/12 Doelen Rotterdam.

Het spannende van de concerten door het Rotterdams Philharmonisch Orkest in het afgelopen weekeinde was de zeldzame uitvoering Lélio ou le retour à la vie, door Berlioz bedoeld om direct na de Symphonie fantastique te worden gespeeld, maar als zodanig stelselmatig genegeerd. Het RPhO heeft nu, op Berlioz' verjaardagsdatum nog wel, de wens van de componist geëerbiedigd en goeddeels alle bezwaren die aan de presentatie van Lélio kleven, overwonnen.

Een compleet scènische voorstelling zoals Berlioz van zijn 'Monodrame lyrique' voor ogen stond, is uiteraard alleen in het theater te realiseren. Maar de Franse acteur Georges Bigot - als enige zichtbaar voor het publiek omdat orkestspel, koor- en solozang zich volgens voorschrift afspeelden achter een dun gordijn - wist met summiere middelen en suggestieve dictie zijn omvangrijke spreekrol een intensieve theatrale lading mee te geven.

Toen uiteindelijk de voorhang werd opengeschoven en Bigot, alias Lélio, alias de componist zelf, zich met het orkest ging bemoeien, bestormde de acteur zelfs de gladde achterwand van het podium om zich tot het koor te kunnen richten.

Aan spektakel dus geen gebrek. Maar vraagt men zich nu af of Lélio aan de Fantastique iets wezenlijks toevoegt dan luidt het antwoord: nee. Voor Berlioz zelf die in symfonische vorm episoden uit zijn leven half reëel, half als hallucinatie in geniale klank heeft gevat, was na de ondergang in het vierde en vijfde deel van de Fantastique de terugkeer tot het leven waarschijnlijk een noodzakelijkheid. Het publiek kan, overweldigd als het na de Fantastique is, een vervolg op de gebeurtenissen missen. Bovendien stopt Berlioz zijn Lélio vol met losse nummers uit vroegere werken die het wat niveau betreft bij lange na niet halen bij de voorafgaande symfonie.

Blijft dus de ervaring van een voortreffelijk uitgevoerd curiosum dat in de herinnering echter toch onmiddellijk wordt verdrongen door de Fantastique. Ion Marin, uit het hoofd dirigerend, gaf namelijk een lezing van het overbekende stuk die de luisteraars zal heugen. Met zijn scherp-analytische geest wist Marin elk ritmisch en motivisch detail te belichten, er tegelijkertijd een synthese van scheppend die mede door een ongehoord nuanceringsvermogen de partituur volstrekt doorzichtig maakte. Hulde voor het orkest dat wendbaarder dan ooit reageerde en een magnifieke klank produceerde.