JOZSEF ANTALL 1932-1993; 'Stille kracht'

József Antall, de gisteren in Boedapest overleden premier van Hongarije, is de enige post-communistische leider van het eerste uur in Oost-Europa die de afgelopen drie jaar niet het slachtoffer is geworden van de algemene desillusie. Overal in Oost-Europa zijn regeringen gevallen, leiders weggestemd en de paraplupartijen, onder de vlag waarvan de grote transformatie naar de parlementaire democratie en de markteconomie werd ingezet, uiteengevallen; alleen Antalls Hongarije bleef die politieke instabiliteit bespaard.

Of bijna bespaard, want het heeft ook Antall de afgelopen jaren veel hoofdbrekens gekost om de cohesie binnen de regerende coalitie en die binnen zijn eigen partij, het Hongaars Democratisch Forum (MDF), te bewaren, zeker na de openlijke rebellie van zijn tweede man binnen de partij, de anti-semiet en ultra-nationalist Csurka, vorig jaar. Maar anders dan in de rest van Oost-Europa bleef Hongarije politieke chaos en vervroegde verkiezingen bespaard. Dat was zeker niet alléén Antalls verdienste, maar hij heeft er wel in belangrijke mate toe bijgedragen.

'De stille kracht', zo luidde de campagneleus waarmee het centrum-rechtse MDF in maart en april 1990 de eerste vrije verkiezingen in Hongarije na de val van het socialisme inging - en ze won. Het was een beetje een slogan die op Antall zelf sloeg: Antall was weinig charismatisch, weinig op de voorgrond tredend, een beetje saai misschien: een tamelijk humorloze docent, niet de populairste van de school. Maar Antall was wel eerlijk en effectief was hij ook. Hij zag zichzelf als een patriottische christen-democraat, liberaal in de zin van laissez faire, laissez passer. Hij was in werkelijkheid een gematigd-conservatief, een man die in de geleidelijkheid geloofde. Onder zijn leiding koos Hongarije vóór de geleidelijke overgang naar de markteconomie en tégen de economische shocktherapie die de Polen kozen, niet omdat de Hongaren die principieel niet zagen zitten, maar wegens de onvergelijkbare politieke voorgeschiedenis en de afwijkende economische uitgangspunten van Hongarije. Het was een keus die minder spektakel opleverde, maar die zeker niet verkeerd is uitgepakt: de economische resultaten in Hongarije doen niet onder voor die in Polen, zeker niet op het gebied van de strijd tegen de inflatie, de omschakeling van de export van Oost naar West en de mate van belangstelling van buitenlandse investeerders.

Politiek heeft Antall de afgelopen jaren vooral met de Hongaarse media een moeilijke relatie onderhouden, want gevoelig voor kritiek was hij zeker. Zijn critici schilderden hem nogal eens af als arrogant, lichtgeraakt en autoritair en zijn pogingen om vooral de radio en televisie op een regeringsgezinde koers te krijgen hebben hem bij herhaling in fel conflict gebracht met de media, de oppositie en zelfs zijn oude vriend, president Arpád Göncz, Hongarijes populairste politicus.

Ook met het buitenland heeft Antall het te stellen gehad, niet zozeer met wereldcentra ver weg als wel met de directe buurlanden: zijn opmerking zich als “de premier van alle Hongaren” te zien - dus ook van de Hongaarse minderheden in de buurlanden - is hem door de regeringen van Roemenië, Servië en Slowakije niet in dank afgenomen.

Antall werd in 1932 geboren als zoon van een van de leiders van de Partij van Kleine Boeren, de partij die bij de eerste verkiezingen van na de oorlog de grootste van Hongarije werd en die door de communisten al snel onschadelijk werd gemaakt. Zijn vader redde in de oorlog talrijke joden het leven en werd in 1945 voor een jaar minister van wederopbouw en financiën in de eerste naoorlogse conservatieve regering van Hongarije. Antall studeerde rechten, economie en geschiedenis in Boedapest en was leraar aan een middelbare school toen in 1956 de revolutie uitbrak. Hij werd voorzitter van het 'revolutionaire comité' van het Eötvös-lyceum in Boedapest. Dat resulteerde na de opstand in een arrestatie en het verlies van zijn doceerbevoegdheid. Uiteindelijk vond Antall met moeite een baan als bibliothecaris. In 1964 ging hij werken bij het Semmelweiss Museum voor Medische Geschiedenis, waarvan hij tien jaar later directeur werd.

In de late jaren tachtig, toen de geleidelijke democratisering in Hongarije steeds meer politieke vrijheden toeliet, werd Antall weer politiek actief. In 1987 werd in een tent op een boerderij in het dorp Lakitelek het Hongaars Democratisch Forum gesticht. Antall was daar toen nog niet bij, maar sloot zich een jaar later bij deze 'discussiegroep' aan en werd in oktober 1989, toen het Forum zich tot politieke partij transformeerde, tot voorzitter gekozen. Hij zette de partij op een rechts-conservatieve, nationalistische koers toen bleek dat samenwerking met de ex-communisten het MDF stemmen zou kosten. Het leverde hem een grote zege op bij de verkiezingen van begin 1990. Op 23 mei van het jaar daarop werd Antall de eerste premier van de eerste via vrije verkiezingen tot stand gekomen Hongaarse regering sinds 1946.