Jongste 10-jarige staatslening profiteert van kracht gulden

ROTTERDAM, 13 DEC. De obligatiemarkten gaan gebukt onder lage omzetten als gevolg van de rustige decembermaand. De meeste (institutionele) beleggers hebben hun boeken over 1993 al gesloten. Een dunne handel impliceert echter geenszins dat ook de koersen zich stabiel ontwikkelen. Integendeel, de gevolgen van extra vraag of aanbod werken relatief sterk door in de koersvorming. Op de primaire (emissie) markt brachten Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland de afgelopen week staatsleningen uit. Deze hadden echter geen renteverhogend effect, dankzij het positieve sentiment op de obligatiemarkten. Afgelopen week daalden de rentes wereldwijd. De Nederlandse staatslening kon daarenboven nog profiteren van de kracht van de gulden, die een 10-jaars hoogtepunt ten opzichte van de Duitse mark liet noteren.

Nederlandse staatslening. Het sentiment voorafgaand aan de emissie van de jongste staatslening, met een coupon van 5,75 procent, kon niet worden gekarakteriseerd als overdreven positief. Gewezen werd op de hoge financieringsbehoefte van de Staat in 1994, ter grootte van ongeveer 50 miljard gulden. Bovendien komt hiervan minimaal 27 miljard voor rekening van het eerste kwartaal, in de vorm van rente- en aflossingverplichtingen. Ook de dunne handel vormde geen goede voedingsbodem voor een gunstig emissieklimaat.

Het waarheidsgehalte van deze sombere bespiegelingen bleek achteraf echter minimaal. Ten eerste werd geen risico genomen met de looptijd en werd geopteerd voor het zekere 10-jaars segment. Deze looptijd is internationaal gebruikelijk en bovendien dateerde de laatste 10-jaars alweer van april 1993. Ook vanuit binnenlandse optiek manifesteerde zich zodoende een schaarste aan 10-jaars papier, hetgeen onder andere merkbaar was op de markt voor obligatie-futures.

De grootste bijdrage aan het succes van de staatslening, die het streefbedrag van 10 miljard met één miljard overschreed, werd echter geleverd door de gulden. De D-mark noteerde donderdag, op een niveau van 1,119 een 10-jaars dieptepunt ten opzichte van de vaderlandse munt. De beslissing om vorige week de speciale beleningsrente onveranderd te laten was hier voor een groot gedeelte debet aan. Waarschijnlijk zal De Nederlandsche Bank deze week wel besluiten dit tarief naar beneden te sturen. Ook de vraag naar guldens, die de staatslening zelf induceerde, werd als positieve factor voor de kracht van de gulden aangemerkt.

Nederlandse rente. De nieuwste graadmeter voor de Nederlandse rente, het effectief rendement op de staatslening 5,75 procent 1994 per 2004, daalde de afgelopen week met 10 basispunten naar een niveau van 5,74 procent.

Ondanks de kracht van de gulden bleek dit niet voldoende om de Duitse rente qua daling voor te blijven. De Duitse 10-jaars rente daalde naar 5,72 procent, en zakte voor het eerst sinds 8 maanden tot onder het Nederlandse renteniveau. Dit was des te opmerkelijker gezien de bekendmaking van een meevallend Nederlands inflatiecijfer. De geldontwaarding bedroeg in november 1,7 procent (op jaarbasis). Of het positieve teken voor de Nederlands-Duitse rentespread van lange duur is, zal de komende weken moeten blijken. Voor een gedeelte wordt dit veroorzaakt doordat de nieuwe Nederlandse graadmeter een iets hoger effectief rendement kent dan de vorige. Bovendien werd de Duitse rente de afgelopen week bepaald door technische factoren en door de handel in futures.

Geldmarkten. In navolging van de Duitse beslissing van twee weken geleden om de repo-rente, het tarief dat de geldmarktrentes stuurt, te verlagen besloten veel Europese banken deze stap te volgen. Na Nederland volgden Frankrijk, België, Denemarken en Spanje. Afgezien van Spanje bleef dit rondje monetaire verruimingen zonder negatieve gevolgen voor de valuta's. In het verleden was de korte termijnreactie van de valutamarkten op een officiële rentedaling vaak negatief, aangezien de (rente)opbrengst van de desbetreffende munt verminderde. Tegenwoordig geldt, zeker voor EMS-landen, dat de financiële markten meer oog hebben voor de positieve invloed van een renteverlaging op de economische groei op lange termijn, en daarmee eveneens op de waarde van de munt. De monetaire autoriteiten kunnen op die manier het nuttige met het aangename combineren: rentedalingen zonder valutaire onrust. Voor de Franse en Belgische munt leidde dit er zelfs toe dat dat de nauwe (2,25 procent) EMS-bandbreedte ten opzichte van de D-mark weer werd betreden; voor het eerst sinds augustus, toen de meeste bandbreedtes werden opgerekt tot 15 procent.

Internationale obligatiemarkten. Het wereldwijde rentesentiment was positief. Uitschieter hierbij was Italië, waar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen de aanzet gaf tot een rally waarbij de lange rente de afgelopen week met maar liefst een kleine 80 basispunten daalde tot 8,9 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco