'ING leverde incompleet dossier NMB'

AMSTERDAM, 13 DEC. De ING Bank (voorheen NMB Postbank) heeft delen van het dossier over malversaties bij de effectenafdeling van de toenmalige NMB niet doorgegeven aan het controlebureau van de Amsterdamse effectenbeurs. Dit heeft een woordvoerder van de beurs vanmorgen desgevraagd bevestigd.

“Hoe belangrijk die onderdelen van het dossier zijn voor het onderzoek is niet te zggen, omdat we de precieze inhoud nog niet kennen”, zegt de beurswoordvoerder. Of de beurs maatregelen neemt om de aanvullende stukken te krijgen, was vanmiddag nog niet duidelijk. Ook de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) zegt dat “er sterke aanwijzigingen zijn dat in het door ING verstrekte dossier bepaalde aanvullende informatie nodig is.” Het controlebureau onderzoekt - onder toeziend oog van de STE - de zaak, omdat mogelijk beursregels zijn overtreden.

De ING Bank ontkende vanmorgen bewust informatie te hebben achtergehouden: “Dat is aperte onzin. Onze medewerking aan het beursonderzoek is constructief. De beurs heeft gekregen waarom ze vroeg en dat is het hele verhaal.” De beurswoordvoerder brengt daartegen in: “Het is moeilijk navraag te doen naar iets waarvan je niet weet dat het bestaat. Je mag ervan uitgaan dat de bank dat overlegt wat relevant kan zijn voor het onderzoek”. Pas na perspublicaties over de affaire onstond bij de beurs het vermoeden dat informatie ontbrak.

De Interne Accountantsdienst (IAD) van de toenmalige NMB Postbank verrichtte in 1990 een onderzoek naar de privé-transacties van 12 effectenhandelaren in dat jaar en het jaar ervoor. Uit het IAD-rapport over dat onderzoek blijkt onder meer dat deze handelaren winstgevende transacties op de eigen rekening boekten en verliesgevende deals ten laste lieten komen van hun werkgever. Kort voordat het rapport eind november uitlekte, had de beurs het al opgevraagd naar aanleiding van onthullingen in het boek 'De geur van geld' over ING.

De beurs ontving van ING een samenvatting van het dossier, waarin de namen van de betrokkenen om redenen van privacy zijn weggelaten. Bovendien komen volgens de de Amsterdamse beurs enkele deelonderzoeken, waarop de samenvatting is gebaseerd, niet voor in het dossier. Zo ontbreken enkele bijlagen over de handelaar B.M., die een kennis 600.000 gulden toespeelde, waaruit blijkt dat zijn transacties ten koste van de bank gingen en buiten de beurs om werden verricht. In het IAD-dossier zijn verder nog enkele memo's weggelaten, evenals gesprekverslagen en getuigenverklaringen, en een stuk dat aangeeft welke maatregelen er tegen de betrokkenen werden genomen. Ook de analyses van enkele bankrekeningen in Luxemburg, waarvan sommige NMB-handelaren gebruik maakten, zit niet bij de stukken die de beurs ontving.

Het controlebureau kan volgens een convenant tussen banken en beurs uit 1985 niet zelf onderzoek doen bij de zogeheten 'grootbanken': ABN Amro, Rabo, Credit Lyonnais Bank Nederland en ING. De interne accountantsdiensten overleggen bij deze 'voordeurcontrole' hun bevindingen aan het controlebureau. Als het controlebureau aanvullende informatie wil en die niet krijgt, kan zij deze afdwingen door een opdracht te krijgen van de STE. Of een dergelijke opdracht is verstrekt, wilde directeur mr. E.E. Canneman met een beroep op de geheimhoudingsplicht niet “formeel bevestigen”.

In een eerder stadium verzuimde ING al de beurs in te lichten over de mogelijke overtreding van de beursregels, zoals zij formeel verplicht is.