Gerard Reve kun je veel vergeven; Profiel van DE REVIANEN

Morgen wordt Gerard Reve zeventig. Sinds zijn eerste boek 'De Avonden' kan hij bogen op een schare trouwe aanhangers, die zijn werk herleest en verzamelt. Een aantal oudere bewonderaars is in de loop der jaren afgehaakt, de verzamelwoede van Reviana is alleen maar toegenomen, gevoed door de schrijver zelf. “Een niet-gesigneerd boek van Reve is zo langzamerhand meer waard dan eentje mèt handtekening.”

“Wat hij ook uithaalt, hij blijft de grootste Nederlandse prozaschrijver van deze eeuw.” Boudewijn Büch, Reve-fanaat vanaf zijn veertiende en exact 25 jaar later geboren dan zijn bewonderde collega, heeft zojuist twee van de drie gedichten voltooid waarmee hij de zeventigste verjaardag van Reve, morgen, kracht bij zet. Deze hommage verschijnt binnenkort in beperkte oplage onder het impressum Sub signo libelli. Hij verzamelde al lang voordat hij Reve begin jaren tachtig leerde kennen handschriften, boeken en curiosa. Die verzamelwoede deelt hij met vele anderen en de markt wordt overvoerd met Reviana. “Een niet-gesigneerd boek van Reve is zo langzamerhand meer waard dan eentje mèt handtekening.”

Reve is waarschijnlijk de meest verzamelde Nederlandse auteur, zegt Eric J. Schneyderberg van antiquariaat De Slegte in Amsterdam, en verzamelaars van Reviana komen in alle rangen en standen voor. “Wil je een leuke Reve-collectie opbouwen, dan ben je met twee- à drieduizend gulden klaar” Bij De Slegte staat naar alle waarschijnlijkheid de grootste commerciële Reve-verzameling: in zijn 'heilige der heiligen' toont Schneyderberg trots twee eerste drukken van De Avonden door (toen nog) Simon van het Reve. Van vrijwel alle vroege werken zijn eerste drukken verkrijgbaar, de liefhebber kan er ook terecht voor de in tegels gebakken Reve-gedichten Dagsluiting, Roeping en Droom. Ook vindt hij hier het proeftegeltje, dat de auteur met de hand beschreef: “Er is niets tegen waanzin,/ zolang er maar Gods zegen op rust/ en er bovendien een systeem in zit.”

Voor de in beperkte oplage gedrukte bibliofiele uitgaven constateert Schneyderberg een tanende belangstelling: “De echte Reve-verzamelaar heeft zich afgekeerd van deze kunstmatig gecreëerde markt. Die telt liever 1.000 gulden neer voor een gave eerste druk van De Avonden, dan voor een luxe gedrukt gedicht.” Op het Reve-schap prijkt nog een enkel door Reviaan Adriaan van Dis gesigneerd exemplaar, restant van een omvangrijke, begin dit jaar door de schrijver en oud-tv-gespreksleider aan het antiquariaat verkochte collectie. Het Avonden-exemplaar (met stofomslag èn gedeeltelijk buikbandje) van Van Dis bracht destijds, aldus de antiquaar, 950 gulden op, de totale collectie (waaronder boeken met opdracht, tijdschriftpublicaties en brieven) ging van de hand voor 15.000 gulden.

De levendige handel in Reviana die is ontstaan kenschetst Boudewijn Büch als 'the poor man's bibliophilia': “Ik wil uitsluitend unica in brieven en handschriften; op een roofdrukje of zelfs op een door Reve gesigneerd maar gefalsificeerd jeugdwerk, zoals dat onlangs voor 35 gulden is aangeboden, ga ik niet jakkeren.”

Büch vermoedt achter de niet aflatende geldingsdrang van de schrijver, zoals die zich ondermeer in het RTL 5-programma van Jan Lenferink manifesteert, een 'panische angst voor het geldgebrek' dat de gebroeders Van het Reve in het ouderlijk huis hebben gekend. “Hij is zo gebiologeerd door geld, want hij wil niet in armoe overlijden. Een apocriefe anekdote wil dat Reve een feestje heeft gevierd zodra zijn eerste miljoen op de Postbank stond.” Büch is het niet eens met oudere Revianen, die het latere werk verwerpen: “Ik ruk nog iedere keer uit voor een nieuwe Reve, steeds moet ik weer grimlachen om zijn superieure melancholie en zwartgalligheid.”

“Mijn liefde is geweest”, zegt gepensioneerd literatuurwetenschapper Enno Endt (70), “want ik sta sceptisch tegenover het latere werk. Toch ben ik Gerard van het Reve nog altijd dankbaar voor menige lachbui.” De oud-Reviaan, vrijwel op dezelfde dag geboren als de auteur van De Avonden, ervoer de verschijning van dat boek in 1947 als een bevrijding: “Met zijn humour noir rekende hij in één klap af met de humanistische halfzachtheid van die tijd; het was een geneesmiddel voor de lievigheid uit de vorige generatie.” In de wrange grappen uit De Avonden herkenden Endt en zijn tijdgenoten een gemeenschappelijke levenshouding: “Het bevestigde een reëler kijk op de medemens, zoals wij die na de oolog allemaal hadden.”

Endt verloor de belangstelling voor het werk van Reve na de verschijning van Op weg naar het einde (1963) en Nader tot u (1966): hij knapte af op de 'sadistische bespiegelingen' uit het latere werk, maar nog kon hij bij het doorbladeren ervan de humoristische passages waarderen. Nu is Reve uitgeschreven, meent Endt, met als dieptepunt de voortijdig afgebroken reeks Zelf ziek zijn en beter worden die de auteur voor het Algemeen Dagblad schreef. Toen die krant een interview met Frank Ligtvoet plaatste, waarin deze opmerkte dat het werk van Reve moeilijk vertaalbaar is, staakte Reve de reeks. “Maniakaal”, noemt Endt die laatste manoeuvre van zijn oude held.

“Die reactie staat in geen verhouding tot wat er is gebeurd”, meent ook Klaus Beekman (48) over de vrijwillige abortus van Reve's AD-cyclus. Beekman, docent moderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde twintig jaar geleden samen met Mia Meijer Kort Revier, een overzicht van Reve's werk en de ophef die het tot op dat moment teweeg had gebracht.

Jarenlang is Beekman verzamelaar geweest van - bij voorkeur eerste drukken van - het werk van de 'volksschrijver'; hij bezit ook een aantal zeldzame bibliografische werkjes. Maar in de loop der jaren kwam de klad in zijn verzamelwoede. Toch staat er nog anderhalve strekkende meter van en over Reve in de boekenkast. “Boven het oude werk steekt niets van het latere oeuvre uit; dat zijn zwakkere herhalingen. Toch zal Beekman zijn Reve-verzameling nooit naar de veiling brengen. “Alleen als er een Reve-museum komt, dan sta ik alles belangeloos af.”

De boeken van, over en aan Reve in de kast van Jos Paardekooper (44), HBO-docent en trouw koper van àlle nieuwe drukken, omvat zo'n twaalf strekkende meter. Hij was ooit lid van het Revistisch Comité dat een boom plantte op het kerkhof van Greonterp, zat in de redactie van het Reve Jaarboek waarvan vier edities verschenen en maakte een complete Reve-bibliografie voor het Letterkundig Museum die door de auteur niet wordt erkend omdat er roofdrukken in voorkomen. Samen met literatuurhistoricus Sjaak Hubregtse werkt hij aan een herziene versie van de Reve-essaybundel Tussen chaos en orde en ondertussen signaleert hij de ene na de andere druk-, spel- of zetfout in nieuwe Reve-edities. “Tot in de laatste druk van De ondergang van de familie Boslowits staat 'het miste' en rijdt de oude Boslowits op een 'driewielig'.”

Hij heeft de auteur nooit ontmoet, maar het gesproken en geschreven Reve-repertoire kent voor Paardekooper geen geheimen. Vele malen per dag schieten in bepaalde situaties bijpassende Reve-citaten door zijn hoofd. Als hij een van de 80 à 100 collega-Revianen die hij kent, op bezoek heeft en er wordt aangescheld, dan zeggen zij steevast in koor: 'Tjongejonge, de bel staat gewoonweg niet stil'.” Is het guur buiten, dan is dat 'het weer van alle mensen'; als Paardekoper zijn paraplu vergeten is, dan zal het altijd gaan regenen, 'hoewel het een statistiek van één geval betreft'. Graag mag hij ook de herkomst traceren van een gevleugeld woord. “Reve gebruikt nogal eens archaïsche uitdrukkingen die zijn broer Karel jaren eerder bezigde”, weet Paardekooper. “Hij besloot dat conflict met het Algemeen Dagblad met de zinsnede 'Dit palaver is geëindigd', niet toevallig de titel van een hoofdstuk uit Karel van het Reve's Een grote bruine envelop.”

Gerard Reve maakte jarenlang een voornaam bestanddeel uit van de dagindeling van Sjaak Hubregtse (49), docent literatuur- en boekgeschiedenis te Amsterdam. Hij annoteerde brievenboeken, archiveerde alles wat de bewonderde schrijver betrof en bouwde een indrukwekkende verzameling op. Reve beschouwde hem geruime tijd als zijn eigen Eckerman. Tien jaar geleden kwam daar een einde aan, door onmin van de zijde van Reve over roofdrukken in de boekenkast van Hubregtse en wrevel van de Reviaan over Reve's uitspraken in het interview met Büch. Sindsdien kan Reve bij Hubregtse geen goed meer doen. “Ik ben niet rancuneus, al heeft hij mij buitengewoon lullig behandeld. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat Reve geen lètter meer te melden heeft. Hij maakt een jubileum-manifestatie van het Letterkundig Museum onmogelijk en verwacht dat iedereen een ton op tafel legt als hij zijn kop op tv vertoont.”

Het dieptepunt vormde voor Hubregtse het door Reve voor de RTL 5-camera voorlezen van een sinterklaassprookje, ontleend aan het grammofoonplaatje Ik bak ze bruiner uit 1969. “Vroeger vond ik Reve altijd geestig en ironisch, nu vind ik het slap gezeik door de vele herhalingen van zijn repertoire. Laat hij een mooie nieuwe roman uitbrengen, of anders zijn mond houden. Wat hij in het AD en bij RTL 5 deed was beschamend en ver beneden de maat.” Toch dijt zijn bijna zes strekkende meter Reve in de boekenkast nog immer uit, want loslaten kan Hubregtse de auteur niet: “Ik blijf hem, gewaardeerd op zijn beste boeken, toch de belangrijkste Nederlandse schrijver vinden.”

Ook literatuurdocent- en criticus te Berlijn Frans de Rover (47) blijft iedere nieuwe Reve trouw kopen; dat geldt overigens niet voor de talrijke Reve-bijprodukten, zoals bundels met brieven aan de auteur, ondermeer van de in 1991 overleden Bernard Sijtsma, van de acteur Thom Hoffman en onlangs weer van de Duitse schrijver Andreas Sinakowski. Ook in het latere werk signaleert De Rover nog literaire hoogtepunten. “Bezorgde ouders is een prachtige compilatie van zijn thematiek en oeuvre.” In tegenstelling tot sommigen van zijn collega-Revianen zal De Rover de bewonderde auteur nooit laten vallen: “Als hij een rare uitspraak doet, zeg ik met Annie Romein-Verschoor: Ach, dat is Gerardje.”

Het werk van Van het Reve heeft De Rover en zijn vriend en mede-Reviaan Wim Hottentot in hun jeugd 'eye-openers' bezorgd: “Op weg naar het einde speelde een buitengewoon belangrijke rol in de ontwikkeling en bewustwording van mijn homoseksualiteit. De geschiedenis heeft Reve in veel dingen gelijk gegeven, bijvoorbeeld in zijn diepgewortelde afkeer van het communisme.” Bovendien, zegt De Rover: “Scheur willekeurige bladzijden uit na-oorloogs literair werk, en dat van Reve haal je er direct uit. Iemand die zó'n stempel op de Nederlandse taal heeft gedrukt, kan je veel vergeven.”

Hans van den Bergh (61), oud-collega van Beekman en thans hoogleraar te Maastricht, rekent zich nog altijd tot de “vurige Revianen”: De Avonden en Werther Nieland beschouwt hij als onvergankelijke meesterwerken. De neerlandicus publiceerde rond 1970 een aantal artikelen over het werk van Reve en op zijn verzoek schreef Reve voor studenten een uiteenzetting over romantisch decadente literatuur, gepubliceerd in Brieven aan geschoolde arbeiders. Van den Bergh geeft geen stuiver voor Reve's latere werk, de roman Wolf vindt hij “een betreurenswaardig misbaksel”. Hij zag Reve's optreden als dagsluiter bij RTL 5 en twijfelde aan de geestelijke gezondheid van zijn voormalige idool: “Ik hoop dat als ik zo voortsukkel op een oud stramien, mijn omgeving mij in bescherming neemt.”