'Dit is geen afscheid, ik houd contact'; Minister d'Ancona over afwijzing dubbelmandaat

AMSTERDAM, 13 DEC. Een maand geleden nog zei PvdA-minister Hedy d'Ancona (WVC) het liefst op de Tweede-Kamerlijst te blijven en alleen bereid te zijn terug te keren in het Europese parlement “als de partij een beroep op mij doet”. Dat beroep heeft de partij nu gedaan: het partijcongres verhinderde afgelopen vrijdag een 'dubbelmandaat' (een gedeeld lidmaatschap van de Tweede Kamer en het Euro-parlement) waardoor d'Ancona gedwongen werd een keuze te maken. Ze verlaat nu, althans voorlopig, de Nederlandse politiek, om de functie van lijsttrekker voor de Nederlandse delegatie Euro-socialisten op zich te nemen.

Twee dagen later, in haar Amsterdamse woning, wil ze niets van een 'tweede keuze' weten. d'Ancona “tilt zwaar” aan de in haar ogen gebrekkige democratie in Brussel en is “zeer gemotiveerd” daar iets aan te doen. Ze toont geen teleurstelling, maar “respect” voor het congresbesluit.

“Dat het dubbelmandaat niet doorging, heb ik niet als wantrouwen tegen mijn persoon beschouwd. Men begon met te zeggen: 'Die d'Ancona is heel goed, ze moet eigenlijk minister blijven en we omhelzen haar ook als lijsttrekker'. Ik vond het wel goed van de tegenstanders dat ze duidelijk maakten dat het geen persoonlijke kwestie was. Het ging om het principe dat een parlementariër met een dubbelmandaat niet beschikbaar genoeg is. Daarin hebben ze gelijk, afgezien van onze Lieve Heer kan niemand op twee plaatsen tegelijk zijn.”

d'Ancona was vijf jaar lid van het Europees parlement, tot ze in 1989 gevraagd werd minister van WVC te worden. Zij kent het “democratisch deficit” van de besluitvorming in Brussel uit de praktijk: “De burgers worden door de Brusselse regelgeving steeds meer ingeperkt en toch hebben ze nog steeds niet het gevoel dat het over hen gaat. Het Nederlandse parlement is niet alert genoeg en het Europees parlement mist de bevoegdheid om er tussen te komen. Pas toen ik minister werd, merkte ik hoe gering mijn invloed als parlementariër al die tijd eigenlijk is geweest. Tijdens de vergaderingen van de ministerraad komt wat leeft onder de Euro-parlementariërs maar mondjesmaat aan de orde.”

Het dubbelmandaat had het contact tussen nationaal en Euro-parlement kunnen verbeteren, daarom had de minister het graag geprobeerd. “Op de besluiten in Brussel moet controle uitgeoefend worden en ieder experiment moet je daarvoor aangrijpen. Ik wist dat er bezwaren waren tegen het dubbelmandaat, vooral bij de afdeling Brussel, maar ik kon niet overzien hoe groot die waren.”

Volgens de minister blijven voldoende instrumenten over om de kloof tussen Nederland en de Europese Unie te verkleinen. “Dossiers van het nationale en het Euro-parlement kunnen aan elkaar gekoppeld worden, de parlementen kunnen elke week overleg voeren. De Nederlandse socialisten in Straatsburg moeten een aanspreekpunt krijgen, een bastion in het Haagse waar spreekuren gehouden worden. Als delegatieleider in Straatsburg zal ik de fractievergaderingen in Den Haag bijwonen.”

“Ik ga mijn partij duidelijk maken waar ik mee bezig ben, afdelings- en gewestelijke vergaderingen bijwonen en gebruik maken van de steunpilaren die ik hier heb, belangengroepen van migranten, gehandicapten en ouderen. Ik ben maar een week in de maand in Straatsburg, drie weken enkele dagen in Brussel en de andere dagen voluit bezig mij te profileren in de Nederlandse politiek.”

Van een 'slachting' in de Euro-lijst van de PvdA waar begin deze maand in Straatsburg over geklaagd werd, is volgens de minister geen sprake. “De eerste vijf plaatsen zijn ongewijzigd gebleven. Frits Castricum (nummer twee op de lijst, red.) heeft jarenlange Haagse ervaring en Piet Dankert (nummer drie) is een gouden man.”

De minister zegt stellig dat haar gang naar Straatsburg niet het einde betekent van haar politieke carrière in Nederland. “Ik ben vanuit het staatssecretariaat van sociale zaken naar Europa gegaan, toen weer teruggehaald om minister te worden en ga nu weer naar Europa. Dat is geen afscheid, ik houd op alle mogelijke manieren contact met de Nederlandse politiek. Als ze na een tijdje vragen of ik terug wil komen, zeg ik daar geen nee tegen.”