BRAVOURE VAN EEN BEZETEN REKENAAR

Jan Reker gelooft in voetbal. Aanvallend en systematisch. Voetbal is te berekenen. Als de scheidsrechters maar meewerken. Bij Willem II begint de victorie.

Het borreltje bij de hand, buik en borst vooruit, blauwe ogen die stralen en spreken, bravoure van een blonde jongensachtige Brabander. Bezeten van zijn werk. Altijd in de weer. Fotografisch geheugen. Kenmerken van Jan Reker.

Vraag hem naar je eerste ontmoeting met hem en hij zegt met stelligheid: “Boedapest, september 1983, Ferencvaros-PSV 2-4, thuis 2-0. Aan het water op een bankje in de zon, op een eilandje in de Donau. Het ging over spanning van een trainer vóór de wedstrijd.” Hij was destijds trainer van PSV. Daag hem uit, hij wankelt niet.

De echtgenote van Ajax-trainer Van Gaal vroeg hem tijdens een uitstapje van trainers een zojuist gekochte Borsalino-hoed op te zetten tijdens Ajax-Willem II. Durf dat eens. Dus, zo is Reker, droeg hij hem. Voor niemand is hij bang. Noch voor Ajax noch voor Van Gaal. Bluf? Hij beweert van niet. Zelfvertrouwen. Aan de trainer herken je diens elftal.

Zelfvertrouwen is gebaseerd op realisme, op de wetenschap dat de mogelijkheden op succes voorhanden zijn. Willem II, de club waaraan hij sinds oktober 1991 als hoofdtrainer is verbonden, heeft een visie die strookt met zijn visie. Een club met Ajax-visie. Niet zozeer omdat Ajax als voorbeeld dient, maar omdat het Tilburgse voetbalbeleid overeenkomsten vertoont met dat van Ajax. “Herkenbaar voetbal, veel spelers uit eigen kweek en de bedoeling om mooi, technisch voetbal te spelen. Dat is altijd het kenmerk van Willem II geweest. Dat was al in 1950 zo. Vraag maar na”, brult Reker, spontaan en innemend.

Twintig jaar geleden was Reker al jeugdtrainer in Tilburg. Vanwege die visie is hij weer bij de club gaan werken. Daarom leverde hij in op het salaris dat hij op grond van zijn reputatie kan vragen. De club zou hem anders niet kunnen betalen. Hij is gaan werken op basis van premies. “Als ik meer presteer verdien ik meer. Ik teken steeds een éénjarig contract. Van sommige spelers wil ik ook dat ze niet meer dan een éenjarig contract krijgen. Het houdt ze wakker. Ze hebben een uitdaging nodig. Net als ik.”

De visie die is verbonden aan het 'Ajax van het zuiden' wenst hij te bewaken. Het voetbal van Willem II mag niet gespeeld worden door een 'eenheidsworst'. “Elftallen moeten gevarieerd van samenstelling zijn. Ze moeten bestaan uit creatieve voetballers, winnaartypes, voldoende links- en rechtspoten, kopspecialisten, snelle spelers en agressieve spelers. Er moet balans zijn. De gemiddelde leeftijd moet in balans zijn. Niet te veel dertigers.”

Reker houdt alles bij, hij slaat alles op. Trainingspartijtjes zijn doorslaggevend voor zijn selectiebeleid. “Ik zet na elk partijtje plusjes en minnetjes op papier. Wie bij de winnende partij speelde en wie bij de verliezende. Te veel bij de verliezende is een loser, veel bij de winnende partij is een winnaar en die heb ik nodig.”

Willem II-elftallen spelen volgens een bepaald systeem, zoals Ajax. Zo staat het sinds kort in het beleidsplan. De club, verklaart Reker, zal altijd een trainer moeten blijven zoeken die speelt zoals het beleidsplan voorschrijft. Herkenbaar, met drie spitsen, elke positie in het elftal heeft een (rug)nummer. Inderdaad, zoals Ajax.

Waarom speelt Willem II zoals Ajax en niet zoals Feyenoord, dat toch kampioen van Nederland is? “Omdat Willem II niet een traditie heeft met het voetbal dat Feyenoord heeft. Ajax staat voor virtuoos voetbal, Feyenoord voor karaktervoetbal. Zo zal het altijd blijven. Iedere club met een visie houdt vast aan zijn traditie. Bij Roda moest ik karaktervoetbalspelen. Dat past bij die club, bij Limburgse mijnwerkers.”

Reker predikt aanvallend voetbal, ook 'uit' tegen Ajax. “We gaan ons niet ondergeschikt maken aan het voetbal van de tegenstander”, zei hij vrijdagavond. “Dat getuigt van een minderwaardigheidscomplex. Wij zullen spelen zoals Ajax.” Maar is verdedigend voetbal niet lucratiever in De Meer? “Wat is nu presteren?”, vraagt Reker. “Niet winnen of verliezen. Daarover gaan wij als coaches betaald voetbal volgend voorjaar een symposium organiseren. Met 1-0 winnen en een slechte wedstrijd spelen. dat pikt het publiek niet. Bij Ajax komt er meer publiek dan vroeger. Ze worden al jaren geen kampioen. Maar het voetbal is aanvallender dan in de tijd van Cruijff en Keizer.”

En Ajax-trainer Van Gaal de tegenstander maar complimenteren met het aantrekkelijke, aanvallende spel als Ajax weer gewonnen heeft. Is er eigenlijk nog wel concurrentie onder de trainers? “Wij coaches moeten een show verkopen. In onze belangengroep strijden wij daarvoor. We gaan elkaar echt niet vertellen hoe wij een wedstrijd moeten spelen. Maar wij proberen wel ons gezamenlijke produkt zo goed mogelijk te verkopen. We praten over een betere competitie, een betere tuchtrechtspraak, over de verbetering van het voetbalklimaat.”

Hij houdt alles bij, hij slaat alles op. Scheidsrechters zouden er van schrikken. Reker geeft als bestuurslid van de trainers betaald voetbal al zijn gegevens door aan de scheidsrechterscommissie. De trainers horen zich bij hem - of bij voorzitter Van Gaal - te melden. “Ik praat zeker één keer per maand met Cees de Bruin van de scheidsrechterscommissie. En het helpt. Trainers bellen mij op.”

Grensrechters hebben het bij Reker helemaal verbruid. “Ik was zaterdag bij PSV-Volendam. Tot drie keer toe had een PSV'er een gele kaart moeten hebben. De grensrechter stond er bovenop, maar hij laat niets merken. Vandaag tegen Ajax zie ik dat die grensrechter bewust voor buitenspel vlagt voor een speler van ons. Niet omdat het buitenspel was, maar omdat het anders 2-0 voor Willen II had kunnen worden.”

Altijd maar die scheidsrechters die de schuld krijgen. Trainers en voetballers verklaren zich heilig. “Ik heb vorig jaar Karel Jansen van de spelersvakbond gezegd dat hij zijn leden er op moest wijzen dat ze minder hun ellebogen moesten gebruiken. Ik heb hem gezegd dat het belachelijk was dat ze probeerden de televisiebeelden te weren als bewijsmateriaal. Ik vind dat voetballers zich ook moeten gedragen. Het gaat om het produkt voetbal.”

Willem II van 1896. Rood, wit en blauw. In Tilburg begint de victorie van het Nederlandse voetbal. De obsessie van Jan Reker dient als graadmeter. Daarom ook wil hij Frank Arnesen als zijn assistent. “Een jongen met een positieve instelling, met een gezonde kijk op voetbal. Toen ik bij PSV was heb ik hem van Anderlecht gekocht. Ik was al jaren gek van hem. Toen hij bij Ajax voetbalde ging ik altijd naar hem kijken. Naar zijn warming-up. Die deed hij altijd alleen, op zijn eigen manier. Een jongen met een zelfbewuste houding. Zelfvertrouwen als uitstraling is aanstekelijk. Ik hoop dat hij komt. Van zo'n man, zo'n frisse kop kan iedereen wat leren. Zelfs ik. Mijn kop gaat op den duur vervelen.”