20 Brothers House wint finale Grote Prijs

Concert: Grote Prijs Finale met Döppelgangers, Alcasar, Barby-Pop, Update, 20 Brothers House, Kacha & The Trance Machine. Gehoord: 11/12 Paradiso, Amsterdam.

Bij finalisten van de Grote Prijs van Nederland, de jaarlijkse competitie voor amateurbands, heerst een hardnekkig misverstand. Misschien is het om het feestelijke aspect van 'de Finale' te versterken, of om de eigenheid die muzikaal ontbreekt te compenseren, maar hoe dan ook, men vindt het nodig in carnavaleske uitdossingen op het podium te verschijnen.

Vooral omdat het allemaal groepen zijn die het liefst het amateurniveau zouden ontstijgen, is het een misplaatst idee. Behalve een band als The Residents, die nooit zónder vermomming optreedt, is er niet één groep van faam te bedenken waarvan de leden bij een optreden een speelgoed-pinguin op het hoofd hebben gebonden, in een monnikspij gekleed zijn, zoals de Prijs-winnaars 20 Brothers House, of een bruidsjurk van glitter en veren hebben aangetrokken, zoals Kacha & The Trance Machine.

Maar voor de jury was de ludieke presentatie geen belemmering om de jungle-funk van de Amsterdamse 20 Brothers House te bekronen met de eerste prijs. Deze uit veel leden bestaande band lijkt het gat te vullen dat door het uit elkaar gaan van Gotcha! is ontstaan. De soms rammelige raps, de niet geheel doeltreffende kreten en langs elkaar heen spelende gitaristen werden even vergeten door de verrassende kwaliteit van de zanger om, bijna a capella, een fraaie solo te zingen. Meer integratie van en nadruk op dat vermogen zou de band een eigener geluid geven dan ze nu hebben.

Als tweede eindigde het uit Rotterdam afkomstige Update dat, in uniform zwart-met-pet gestoken, stoere rap combineerde met romantische zang. Het resultaat neigde naar zoetsappigheid, vooral als 'she's so nice' gevolgd werd door '..sugar & spice'.

Winnaars van de Grote Prijs hadden natuurlijk de op de derde plaats geëindigde, Rotterdamse Döppelgangers moeten zijn. Zij speelden als eerste en kregen meteen de nog halfvolle zaal aan het dansen. Döppelgangers bestaan uit een rapper die niet alleen de juiste priemende oogopslag heeft maar ook razendsnel en ritmisch kan rappen, en een paar karikaturale 'hardrock'-gitaristen. De nummers hadden onderling nogal wat gelijkenis maar de combinatie van raps met de primitieve koortjes van de bassist was grappig en origineel.

Het was opvallend dat een gewone, of desnoods in grunge-stijl spelende, gitaarband ontbrak op deze finale. De groepen waren allemaal meer gericht op ritme dan op melodie. Zoals ook het bij de laatste drie geëindigde Alcasar, die Afrikaanse Raï maken: mooi gezongen klaagzang met opwindende ritmes. Zang was het struikelblok bij het disco-groepje Kacha & The Trance Machine. Door de valse samenzang veroorzaakten deze disco-dames geen trance maar ergernis. Alleen het Amsterdamse Barby-Pop viel buiten het dans-idioom. Deze door een geëxalteerde zanger aangevoerde, Nederlandstalige groep verpakt hun teksten over paling en het arbeidsbureau in wringende gitaarrock.