Werk van de recherche in de regio niet versnipperen

AMSTERDAM, 11 DEC. Het oprichten van een nieuw interregionaal rechercheteam (IRT) zonder het regiokorps Amsterdam-Amstelland daar bij te b, is o. Aldus de hoofdofficieren van justitie van Alkmaar, Amsterdam, Haarlem en Utrecht en de procureur-generaal bij het gerechtshof in Amsterdam, R. van Randwijck, in een gezamenlijke verklaring.

De politiekorpschefs van de vijf regio's Noord-Holland-Noord, Gooi- en Vechtstreek, Utrecht, Zaanstreek Waterland en Kennemerland, verklaarden donderdag dat zij, nadat de Amsterdamse hoofdofficier van justitie mr. J. Vrakking, hoofdcommissaris E. Nordholt en korpschef burgemeester E. van Thijn bekend hadden gemaakt dat het IRT zou ophouden te bestaan, een nieuw IRT te willen vormen zonder het regiokorps Amsterdam-Amstelland. Van Randwijck zei dat hij zich niet neer kon leggen bij “een versnippering van het recherchewerk”.

Het IRT was per 1 juli 1993 onder verantwoordelijkheid gekomen van de Amsterdamse politieleiding. Nadat de Amsterdamse politieleiding was gebleken dat het IRT twee jaar lang een bepaalde opsporingsmethode op omstreden wijze had gehanteerd, besloten hoofdcommissaris, hoofdofficier van justitie en burgemeester dat zij daar geen verantwoording voor wilden dragen. Daarop werd het IRT ontbonden.

De opsporingsmethode die heeft geleid tot het opheffen van het IRT is op zichzelf geoorloofd. Dat zeiden Vrakking en Nordholt gisteren voor het gerechtshof in Amsterdam. Zij waren als getuige opgeroepen in de zogeheten XTC-zaak. De 'XTC-organisatie' werd begin vorig jaar door het IRT ontmanteld. Het was “meer door de omstandigheden, dan door de techniek zelve” die maakte dat de methode verworpen werd, aldus Vrakking.

“Als het middel en de wijze waarop het is gehanteerd in de openbaarheid wordt gebracht, dreigt er levensgevaar voor betrokken politiemensen.” Dat zei de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt voor het hof. De voormalig teamleider van het IRT, A. Lith liet tijdens het afleggen van zijn verklaring als getuige stellig weten dat het gewraakte opsporingsmiddel niet in de XTC-zaak is gebruikt.

Het Amsterdamse hof wil weten of de omstreden opsporingsmethode ook in de XTC-zaak is gehanteerd en zal proberen een officier van justitie te vinden die zowel het XTC-onderzoek kent als het onderzoek waarin de gewraakte methode tot ontbinding van het IRT aanleiding heeft gegeven.