Vrijgevochten Sokolov vertelt echt een verhaal

Concert: Grigory Sokolov, piano. Programma: Brahms: Sonate nr. 3 in f, opus 5. Chopin: Mazurka's opus 68, nr. 2, opus 30 nr. 1-4 en opus 6 nr. 4. Prokofjev: Sonate nr. 7 in Bes, opus 83. Gehoord: 10-12 Kleine Zaal De Doelen Rotterdam. Herhaling 12-12 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Er zijn maar weinig musici die zo direct op hun doel afgaan als de Russische pianist Grigory Sokolov. Wanneer hij opkomt haast hij zich naar de vleugel alsof hij de laatste trein moet halen en valt onmiddellijk aan. Bij het applaus keurt hij zijn publiek nauwelijks een blik waardig en maakt hij zich zo snel als hij kan uit de voeten. Maar gisteravond in de Rotterdamse Doelen mislukte Sokolovs grote verdwijntruc, want het razend enthousiaste publiek bleef maar klappen en om meer toegiften bedelen. Zo klonken er drie nieuwe hoogtepunten na een concert dat al uit louter hoogtepunten had bestaan.

Sokolov is een zuivere afstammeling van de grote Romantische Russische pianotraditie. Zijn vrijgevochten pianospel is niet alleen waanzinnig virtuoos, maar ook volstrekt eigenzinnig en hartstochtelijk intens. Iedere noot heeft voor Sokolov een eigen karakter en een eigen kleur, met elke muzikale frase geeft hij uitdrukking aan specifiek omlijnde emoties. Sokolov vertelt met zijn interpretaties echt een verhaal, en dat is onder de hedendaagse klavierleeuwen tamelijk uitzonderlijk.

De Derde Pianosonate van Brahms werd door Sokolov uiteengezet als een ongenaakbaar fort, 'Frei aber Einsam' opgetrokken in een verlaten landschap. Maar binnen de dikke muren van deze onneembare vesting werd met weemoed en tederheid gemijmerd. Zo werden de heroïsche en lyrische elementen van deze sonate optimaal contrastrijk en in felle tinten diametraal geplaatst.

Schumann heeft de Mazurka's van Chopin eens getypeerd als 'kanonnen verpakt in bloemen'. Hoewel Sokolov zich in zijn sensitieve benadering van zes Mazurka's ogenschijnlijk alleen maar concentreerde op de lieflijke en poëtische kanten van Chopin, was er diep onder de oppervlakte toch steeds die explosieve geladenheid voelbaar waarop Schumann doelde.

Daarna klonk een weergaloze uitvoering van de Zevende Sonate van Prokofjev, een grimmig pianowerk waarin de onvoorstelbare chaos, de onzekerheid en het niets ontziende geweld van de Tweede Wereldoorlog worden uitgedrukt. Sokolov gaf er een vlijmscherpe lezing van, gruwelijk en demonisch, explosief en hartverscheurend penetrant.