UNIVERSITEIT EN HBO

In NRC Handelsblad van 2 december geeft prof. F.A. van Vught een goede analyse van de relatie universiteiten en hogescholen en becommentariëerd hij de huidige visie van staatssecretaris Cohen. Enkele kanttekeningen:

De gedachte aan niveauverschillen in het hoger onderwijs doet denken aan pogingen een voetbalelftal te vergelijken met een hockeyteam. Universiteit en hogeschool spelen op velden die elkaar slechts aan de rand overlappen. Programmatisch kan een hogeschool niet op het terrein van de universiteit komen; waar het omgekeerde wel gebeurt zal de universiteit ervaren dat het toch niet zo gemakkelijk is, om goed beroepsgericht onderwijs te bieden. Overigens dienen de scheidsrechters erop toe te zien dat de teams op hun eigen velden blijven.

De suggestie de studieduur van een der hoger-onderwijssoorten te verlengen - ik neem aan dat Van Vught pleit voor zijn universiteit en niet voor de hogeschool waarvan hij bestuursvoorzitter is - gaat impliciet uit van de stelling dat wetenschappelijk onderwijs van een hogere orde is dan hoger beroepsgericht onderwijs.

Het beoogde verschil bestaat in feite: het doctoraal examen heeft een grotere bekendheid en introduceert bij sollicitaties veelal tot een hogere salarisschaal dan het baccalaureaat. In de afgelopen jaren een belangrijke stimulans voor HBO'ers om aansluitend naar de universiteit te gaan.

De VS vormen niet zo'n sterk voorbeeld. Er zijn talrijke universiteiten die het bachelors- en masters-traject keurig laten sporen met de PhD-opleiding. Dat biedt het voordeel dat je het hoogste, anders dan bij ons, via een efficiënte leerweg kunt bereiken.