Turkije stuurt Afrikanen naar Irak

ANKARA, 11 DEC. Sinds donderdag bivakkeren in het niemandsland tussen Turkije en Irak, bij de grensovergang Habur, 21 Afrikanen die door Turkije het land zijn uitgezet. Volgens een woordvoerder van het Turkse ministerie van buitenlanse zaken werden de 21, onder wie 16 Nigerianen, mede op eigen verzoek gedeporteerd. VN-mensen in de regio zeggen evenwel dat de Afrikaanse vluchtelingen in de veronderstelling verkeerden dat ze naar Istanbul werden getransporteerd om van daaruit Turkije te verlaten. Toen hun bus dan ook richting Iraakse grens verdween, zou er zowel onder de betrokken vluchtelingen als de achterblijvers in het opvangkamp waar ze verbleven, grote paniek zijn uitgebroken. De Koerdische grensautoriteiten in Noord-Irak weigeren de 21 Afrikanen toe te laten omdat er geen mogelijkheden zijn om vanuit deze regio door te reizen. De transportverbindingen vanuit Noord-Irak lopen via Turkije. Om zich tegen de kou te beschermen hebben de gedeporteerde Afrikanen tenten gekregen van de Hoge Raad voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNCHR) in de regio.

De 21 uitgewezen vluchtelingen maakten deel uit van een groep van aanvankelijk 128 Afrikanen die illegaal Turkije waren binnengekomen. Ze werden ondergebracht in een kamp bij Sivas, in Oost-Turkije. Daar braken eerder dit jaar onlusten uit, waarna een deel van de Afrikanen onderdook in Istanbul en de resterende vluchtelingen werden overgebracht naar het opvangkamp bij Silopi, aan de Turks-Iraakse grens, dat volgens de Turkse autoriteiten over betere faciliteiten beschikt.

De indruk bestaat dat Turkije met de deportatie van de 21 naar Noord-Irak internationaal de aandacht op het probleem van de Afrikaanse vluchtelingen wil vestigen. Tegelijkertijd geeft het Turkije de gelegenheid om potentiële vluchtelingen af te schrikken.