Tovermiddel binnen handbereik

De Gouden Fontein. Geschiedenis en toepassing van Urine-therapie COEN VAN DER KROON 195 blz., geïll., Tree of Life Publications 1993, ƒ 29,50

De beide nieren die een gezond mens rijk is, filteren per etmaal ruim 1.500 liter bloed. Elke druppel bloed wordt 300 maal per dag van ongerechtigheden ontdaan. Het afval van allerlei stofwisselingsprocessen, verlaat opgelost in water als urine het lichaam. Wanneer we de urine-therapeuten geloven dan doet de natuur hier nogal onhandig aan, omdat aldus veel waardevolle elementen nutteloos door het closet worden getrokken. Anderzijds is het maar goed dat het gebeurt, want anders zou er geen urine zijn, laat staan urine-therapeuten. Coen van der Kroon, auteur van De Gouden Fontein is zo'n urine-therapeut. De Gouden Fontein is de Nederlandse pendant van het Engelse boek The Water of Life en het Duitse werkje Ein ganz besonderes Saft - Urin.

Van der Kroon, van huis uit classicus, zet na het ontwaken steevast 'een glas eigen ochtendurine' aan de lippen. En hij wordt er steeds gezonder van. Het ideale van urine is dat je de 'dokter altijd en overal bij je hebt, gratis en voor niets'. De behandeling is 'al duizenden jaren oud en slechts een beetje in de vergetelheid geraakt'. Onbegrijpelijk, want wratjes, eczeem, kanker en aids verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Van der Kroon is geen fanaticus en meent dat degeen die zich overgeeft aan de urine-therapie over gevoel voor humor moet beschikken. Dat maakt dat zijn boek- op enkele bedenkelijke passages na - met plezier kan worden gelezen. Hij voert anekdotes op van soldaten die in de wildernis lange perioden op de eigen urine waren aangewezen, van een man die in Egypte na een aardbeving onder het puin zijn dorst laafde en van kinderen die tijdens een oorlog in het Midden-Oosten het leven veilig stelden door de eigen plas tot zich te nemen.

De reputatie van Van der Kroons medestanders is even dubieus als de door hem geraadpleegde literatuur. Zo leren wij van de Indiase dr. G.K. Thakkar, dat hij zowel advocaat, belastingconsulent, urine-therapeut als voorzitter is van de Water of Life Foundation. En zo citeert Van der Kroon de volledige tekst uit de Damar Tantra, die ons vertelt dat we na acht jaar nuttigen van de eigen plas de onsterfelijkheid deelachtig worden. Na tien jaar zweven we met gemak door de lucht en na twaalf jaar overleven wij het hemelrijk.

Slijm

De auteur pretendeert dat zijn therapie een uitkomst is voor alle kwalen, maar heeft 's ochtends na het nuttigen van een verrukkelijk glas eigen urine kennelijk nooit de behoefte gevoeld zich te verdiepen in de beginselen van de biochemie. Natuurlijk is het juist dat urine stoffen als mineralen, enzymen en hormonen bevat, afbraakprodukten van de natuurlijke stofwisseling. Maar de boodschap dat de hormonen en enzymen waar hij op doelt eiwitten zijn, die nog voor ze in de bloedbaan terecht komen in het spijsverteringskanaal adequaat worden afgebroken, heeft hem kennelijk nooit bereikt. Zo bespreekt hij het enzym urokinase dat bloedstolsels oplost en dat kan worden gebruikt door hartpatiënten. Dat klopt, maar het eiwit komt in zeer lage concentraties in urine voor en men zou er honderden liters van moeten drinken om tot een theoretisch resultaat te komen, ware het niet dat darm en maag korte metten maken met dit eiwit. Maar de urine-therapeut is ook weer niet helemaal dom, want gezwind sleept hij de homeopathie erbij, die uitgaat van de kracht van zeer lage concentraties.

Tot op zekere hoogte is dat gescharrel met halve waarheden vermakelijk. Ernstiger is het wanneer de lezer de aanbeveling krijgt een 'urine-vaste' te houden. Dat wordt regelrecht gevaarlijk. Sterker: de stelling dat goede resultaten worden behaald bij diabetici wanneer hen in een spier urine wordt ingespoten, is zonder meer klachtwaardig. Zeker als dat wordt gevoegd bij Van der Kroons universele aanbeveling bij urine-therapie geen allopatische medicijnen te gebruiken.

Lachwekkend is dat Van der Kroon om de zoveel pagina's duidelijk maakt een broertje-dood te hebben aan 'slijm'. Dat is in zijn optiek vrijwel altijd overtollig en gemakkelijk te verwijderen met urine. Met die strikt particuliere opvatting kan de 'patiënt' nog problemen krijgen, want slijm - mits op de goede plaats en van de juiste samenstelling - is een vloeistof die veel nuttige functies in het lichaam verricht.

Urine is niet alleen goed voor de inwendige mens. Ook op de huid moet veel gesprenkeld en gemasseerd worden. Liefst richting hart of lymfeklieren. Op het vlak van de massage worden zelfs voor de leek bedenkelijke stellingen geponeerd. Zo wordt beweerd dat de masseur ook na inwrijven de urine op de huid kan laten zitten. 'Meestal ruikt u bij goed inmasseren na enige tijd sowieso niets meer: de urine is dan door de huid opgenomen en de ammonia is verdampt.' Wie dat leest vraagt zich af of de man wel eens in een openbaar toilet is geweest.