'Tijd heelt de wonden, maar er blijft een kruisje achter je naam staan'

Met gemengde gevoelens wacht ARIE VAN EIJDEN, commercieel directeur van Ajax, op een acceptgiro van justitie die binnenkort in zijn brievenbus moet glijden. De boete van zestig mille voor zijn aandeel in de fraudezaak zal hem een sombere Kerst bezorgen. Op 28 september verwierp de Hoge Raad zijn laatste beroep tegen het oorspronkelijke vonnis. De wrange nasleep van een affaire waarmee de FIOD voor het eerst aan de weg timmerde in het betaalde voetbal. Sindsdien stuitten de fiscale opsporingsambtenaren ook op malverstaties bij FC Groningen, RKC en recentelijk MVV.

Na alles wat er is gebeurd, zit een knagend gevoel van onrechtvaardigheid hem nog het meeste dwars. “Had ik maar gepikt”, zegt Arie van Eijden, één van de hoofdrolspelers in de fraudezaak bij Ajax, “dan had ik ten minste geweten waarvoor ik ben gestraft. Als je je kontje hebt verbrand moet je op de blaren zitten. Ik was de rechterhand van Ton Harmsen (ex-voorzitter, red). Daarom heb ik de schijn tegen. Maar in alle notities van besprekingen over de desbetreffende transfers komt mijn naam niet één keer voor. Desondanks heeft de rechtbank de mening van een persoon (Harmsen, red.) voor waarheid aangenomen. Terwijl zijn opvatting met name in de zaak-Lerby (die zeven ton belastingvrij verdiende aan een transfer naar Bayern München, red.) door vier andere betrokkenen werd overvleugeld. Ik wil eigenlijk geen zwartepieten uitdelen. Wel vraag ik me nog steeds af: hoe kan zoiets gebeuren? Ik praat het vaak van me af. Ik heb een tijd rust ingebouwd. Het doet nog steeds verschrikkelijk pijn. Zeker als je beseft dat je als bestuurder zoveel vrije tijd hebt gestoken in die club dat het ten koste is gegaan van je gezin. Ik sta weer bij punt nul.”

Arie van Eijden trad op 1 november 1986 als algemeen directeur in dienst van Ajax. Niet wetende dat de overstap van de Shell, waar hij werkzaam was als verkoper van grote partijen olie, naar de bekende voetbalclub in de Watergraafsmeer voor hem persoonlijk al snel rigoureuze gevolgen zou hebben. Van Eijden zat bij Ajax goed en wel achter zijn bureau of de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst kwam op bezoek. De voormalige voetballer van Ajax en RCH moest gedurende vier jaar meewerken aan een onderzoek naar de gang van zaken bij verschillende transfers waar hij als bestuurder - Van Eijden fungeerde in de periode '77-'86 eerst als commissaris amateurvoetbal later als commissaris algemene zaken - nauwelijks weet van heeft gehad. Althans, zo luidt zijn verweer.

Harmsen heeft altijd beweerd dat alle financiële handelingen tijdens de bestuursvergaderingen op dinsdagavond met het gehele bestuur werden doorgesproken. Maar Van Eijden wijst erop dat ex-bestuursleden als Neefjes, Been en Bakker toch ook vrijuit zijn gegaan in het onderzoek. Zijn belangrijke functie binnen Ajax sinds '86 maakte hem echter een van de hoofdverdachten. Hetgeen uitmondde in een veroordeling van vier maanden voorwaardelijk en een boete van zestigduizend gulden. In het rijtje Harmsen, Bartels, Lerby werd Van Eijden daarmee relatief het zwaarst gestraft. De overige drie veroordeelden, die weliswaar hogere boetes kregen opgelegd, zitten immers iets ruimer in hun geld.

Geërgerd vervolgt Van Eijden. “Ik blijf erbij dat als ik niet bij Ajax in dienst was getreden, had ik in dezelfde bijwagen gezeten als andere bestuursleden die een schikking hebben kunnen treffen. Dan had ik ook de publicitaire ellende niet over me heen gekregen. Maar steeds klonk het in de verhoren: 'Ja maar Van Eijden, je bent nu directeur. Dat moet je toch allemaal hebben geweten? Dat moet je toch allemaal hebben gezien?' Jumping to conclusions. Harmsen en Bartels handelden de transfers af. Deels werd je daarover geïnformeerd. Zij zorgden echter voor de finesses, de afwerking. Vervolgens werd de administratieve afhandeling gedelegeerd aan het kantoor van Ajax. Daar kwam ik nauwelijks, want ik werkte overdag bij de Shell. Je zette je handtekening en dan werd het verder niet meer in extenso doorgenomen. Zo functioneerde het nou eenmaal.”

“Ik had ook geen reden om enige achterdocht te koesteren. Er waren natuurlijk meer mensen die niets in de gaten hadden. Neem Jan Westrik. Werkte bij de belastingdienst, een rechtschapener mens kun je je niet voorstellen. Zelfs Lou Bartels (ex-penningmeester, red) was niet van alles op de hoogte. Als je echt de boel wil besodemieteren moet je ook met één of twee personen opereren. Anders loop je te veel risico's. Tegenwoordig zouden de constructies die zijn overgenomen uit de jaren zeventig en werden toegepast voor spelers Jensen, Lerby, Arnesen en Gasselich niet meer mogelijk zijn. Sinds 1987 ben je BTW-plichtig bij een buitenlandse transfer. Er wordt een factuur opgemaakt die toen niet noodzakelijk was.”

De meest pijnlijke herinneringen bewaart Van Eijden aan december '88. “Ik zou voor het eerst sinds twee jaar op vakantie gaan. Krijg ik vrijdags een telefoontje dat ik het land niet mocht verlaten. Ik moest me maandagmorgen om tien uur melden bij de FIOD in Haarlem. Na een verhoor van zes uur, zeiden ze: 'sorry, meneer Van Eijden, de verklaringen zijn dusdanig tegenstrijdig dat u moet blijven'. Ik belde naar huis, maar daar wisten ze alles al. Ik was met foto levensgroot op het Journaal geweest. Ik werd als een misdadiger behandeld; riem uit de broek, stropdas af, schoenen uit, horloge af. Ze stopten me in een celletje waar normaal gesproken junks zitten. Het is echt schandalig wat ons toen is aangedaan.”

“Wij werden aan de schandpaal genageld, terwijl zware criminelen los rondliepen wegens gebrek aan celruimte. Het ging niet alleen om mezelf. Je gezin krijgt op dat moment ook een tik. Mijn jongste dochter zat toen nog op de lagere school. Daar kreeg ze te maken met twee kampen: voor en tegen. Een echte crimineel wordt in het openbaar met initialen genoemd en verschijnt met een afgeplakt voorhoofd op foto's. Wij werden in vol ornaat neergezet. Dat werkt door naar je gezin. Een dag na de uitspraak in de hoger beroepszaak (november '91, red) vroeg mijn dochter of ze niet naar school hoefde. Ze had keelpijn. Ik zei aanvankelijk: kom nou, niet zeuren. Toen begreep ik 't...”

In gevangenschap werden Harmsen, Bartels en Van Eijden met elkaar geconfronteerd. De FIOD zocht naar eensluidende verklaringen. Tijdens de ontmoeting tussen Harmsen en Van Eijden zei de Ajax-voorzitter: “beken ook maar Arie, ze weten alles al”. “Ik heb toen gezegd: ik zal alles toegeven wat ik weet. Waar ik niet van hoogte was kan ik ook niet bekennen. Harmsen heeft tijdens zijn gevangenschap verklaringen afgelegd om zo snel mogelijk weer vrij te komen. Later zijn ze door hem onder ede herroepen voor de rechter-commissaris. Toch heeft de rechtbank die verklaringen zwaar laten wegen en voor waarheid aangenomen. Mijn advocaat heeft me steeds ingeprent: zeg geen dingen omwille van je vrijheid. Dat heeft Harmsen misschien wel gedaan.”

Sedert 1983 was de relatie tussen Harmsen en Van Eijden bekoeld geraakt. Van Eijden spreekt over een verschil van inzicht in bepaalde zaken die niets uitstaande hadden met frauduleuze handelingen. “Er waren wat botsingen, maar we zijn beiden zo groot geweest die nooit naar buiten te brengen. Ik werd regelmatig door anderen gebeld met de mededeling: je moet je even rustig houden, want hij irriteert zich aan je.” Harmsen kreeg het ook aan de stok met Lou Bartels. De penningmeester verdween in '87 geruisloos uit het bestuur en werd opgevolgd door Klaas Bakker. Ook aan deze controverse zou volgens Van Eijden de fraude-affaire niet ten grondslag hebben gelegen. “Het was een competentiekwestie over financiële zaken in het algemeen.”

In het najaar van '88 trad het hele college van Harmsen terug, inclusief de voorzitter zelf. Weer niet onder invloed van het FIOD-onderzoek, dat toen op volle toeren draaide. Van Eijden heeft ook aan deze periode geen vrolijke herinneringen overgehouden. “De resultaten van het elftal waren slecht. Harmsen stapte op omdat hij zich bedreigd voelde. Zijn auto werd beklad en er werden vernielingen aangericht in zijn tuin. Ik heb zelf een paar keer meegemaakt dat op zaterdag de ruiten van mijn kantoor waren ingegooid. Op de muren van het stadion stond: 'Van Eijden moet overlijden, eerst zijn vrouw en kinderen.”

Indien Van Eijden inderdaad niet op de hoogte is geweest van alle constructies die werden bedacht om spelers als Jensen, Lerby, Gasselich, Arnesen en Stapleton te binden aan Ajax, had Harmsen zijn vice-voorzitter kunnen vrijpleiten. Dat is niet gebeurd. Integendeel, Harmsen beweert nu nog steeds dat Van Eijden volledig was geïnformeerd “maar Arie moet dit zeggen omdat het zijn brood is”.

Van Eijden wil op zijn beurt Harmsen achteraf niet te veel verwijten. “Ik heb het gevoel dat Harmsen heeft gehandeld vanuit de samen-uit-samen-thuis-gedachte. Het heeft geen zin nu nog over de schuldvraag te gaan praten. Het leed is geschied. We hebben samen mooie tijden meegemaakt. Laten we die koesteren en de rest vergeten. Ik heb hem sinds december '88 niet meer gesproken. Het is beter dat we geen contact hebben. Dan worden allerlei oude wonden niet meer opengereten. Privé is hij een verschrikkelijk hartelijke man. Die constructies zijn bedacht onder druk van het publiek. De ene bestuurder is daar wat beter tegen bestand dan de andere.”

Voor de rechter werden twee kwesties Van Eijden uiteindelijk noodlottig: zijn vermeende betrokkenheid bij de transfers van Lerby en Stapleton. In de Lerby-zaak, waarbij een bv in Zwitserland zorgde dat een gedeelte van het transfergeld dat Bayern München aan Ajax moest betalen in de zak van de voetballer verdween, heeft Van Eijden in '88 een vijf jaar oud aanhangsel ondertekend dat plotseling opdook in de paperassen van Bartels. “Dat is inderdaad niet zo'n slimme zet geweest. In het aanhangsel was vastgelegd dat Lerby voor een miljoen weg mocht. Het zou in '88 even snel zijn opgesteld. Dat bestrijd ik nog steeds. Bartels had privé-problemen gehad waardoor zijn administratie wat was verwaarloosd. De constructie met de bv, die overigens echt bestond, is ook voor mij pas naar voren gekomen tijdens het onderzoek.”

In de zaak-Lerby speelde naast zijn zaakwaarnemer Thijssen ook Maarten de Vos een rol. Hij was als directeur van het marketingbureau Inter Football, de adviseur van Ton Harmsen. De Vos ging vrijuit. “Ik zag pas in de notulen van de contractbesprekingen met Bayern München dat De Vos bij die transfer betrokken is geweest. Er zijn meer stukken die de betrokkenheid van Maarten aantonen. Maar het was aan de rechter om daarover te oordelen. De Vos is de dans ontsprongen omdat Lerby in eerste instantie door de rechter is vrijgesproken.”

Bij het zoeken naar een aantrekkelijke oplossing voor het innen van honderduizend Engelse ponden tekengeld, zou Van Eijden tevens een dubieuze rol hebben gespeeld bij de transfer van Frank Stapleton van Manchester United naar Ajax. Dat gebeurde volgens de FIOD zelfs ten tijde van het onderzoek, onder de ogen van opsporingsambtenaren. “Die zaak is vanaf het begin open gespeeld. We hebben steeds gezegd: als de Nederlandse fiscus een bepaalde constructie accepteert, gaan wij ook akkoord. Uiteindelijk is dat niet gebeurd en hebben we gewoon belasting afgedragen over dat bedrag. Het restant staat hier overigens nog steeds. Vreemd dat Stapleton daar niet meer om komt. Er is sprake geweest van een begripsverwarring. Tekengeld (signing on fee, red) en transfergeld (transfer fee, red) betekenen in het Engels hetzelfde. De belastingdienst dacht aan een truc en ik werd beschuldigd van valsheid in geschrifte. Het is onwaarschijnlijk, maar waar.”

Van Eijden kwam eveneens in een lastig parket toen hij van de FIOD het verzoek kreeg om eens bij Austria Wien te informeren of die club het transfergeld van negen miljoen Oostenrijkse shillingen wel heeft ontvangen voor de komst van Felix Gasselich naar De Meer. Van dat bedrag was een miljoen shilling zoek, zo bleek later. Zeshonderdduizend shilling verdween, belastingvrij, in de zak van Gasselich, vier ton werd op een speciale rekening van Ajax in Zwitserland gestort. Een zaak die Harmsen en Bartels samen hebben afgewikkeld. “Ik kreeg uit Wenen een briefje terug dat ze de stukken niet meer hadden. De toenmalige bestuurders waren inmiddels vertrokken. Later werd me aanzetten tot het plegen van een strafbaar feit ten laste gelegd. Dat konden ze toch niet hard maken voor de rechter want die aanklacht is niet in het vonnis opgenomen.”

Van Eijden hekelt de publiciteit rondom de hele affaire. In tegenstelling tot enigszins vergelijkbare zaken als bij RKC en FC Groningen is de strafvervolging van de Ajax-bestuurders door alle media onder een vergrootglas gelegd. Alhoewel de zaak-MVV nu ook breed wordt uitgemeten in de pers. “De belangstelling van de media is buiten proportioneel groot geweest. De macht van het geschreven woord is gigantisch. Ik heb sterk de indruk dat enkele journalisten zijn gebruikt door de FIOD. Er zijn zaken bewust uitgelekt naar de media. Voor de FIOD is het ook wat anders gelopen. Er was op een gegeven moment een stroming binnen het Openbaar Ministerie om het fiscaal en niet strafrechtelijk af te doen. Je kunt concluderen dat men een zondebok heeft gezocht en een voorbeeld wilde stellen.”

De meeste directe betrokkenen hebben diepe littekens overgehouden aan de fraudezaak. Verschillende ex-bestuurders zagen hun gezondheid achteruit gaan, hoewel niet is aan te tonen of dat het gevolg was van de affaire. Ton Harmsen kreeg een herseninfarct, maar herstelde daarvan redelijk. Lou Bartels kan nog steeds hevig geëmotioneerd raken en slikt medicijnen. Zijn voorganger Ton Brandsteder, die ook heeft vastgezeten, had een hartkwaal en zag zijn gezondheid verslechteren. Hij is overleden. “De een was er door zijn leeftijd wat beter tegen bestand dan de ander”, weet Van Eijden. “Af en toe heb ik nog weleens van die adrenalinescheuten als ik ergens aan word herinnerd.”

“De publiciteit ebt weg, maar privé blijf je ermee rondlopen. Bij de eerste rechtszaak heb ik nachten wakker gelegen. Het was voor mij ook de eerste keer dat ik achter zo'n hekje stond. Ik dacht urenlang na over wat ik nog kon bedenken om mijn onschuld te bewijzen. De tijd heelt de wonden. Maar er blijft toch altijd een kruisje achter je naam staan. Met alles wat je doet word je door officiële instanties met de nek aangekeken. Als ik voor mezelf een bv-tje zou willen opstarten heb ik nu een verklaring van goed gedrag van justitie nodig.”

Omdat Van Eijden overtuigd was van zijn onschuld ging hij na de uitspraak in hoger beroep, die ook negatief voor hem uitviel, samen met Ajax door in cassatie bij de Hoge Raad. Deze instantie conformeerde zich echter aan de uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam. “Ajax heeft steeds mijn advocaatkosten betaald. De boete zal de club om begrijpelijke redenen niet vergoeden. Ik ben nu aan het bekijken hoe ik die zestig mille kan opbrengen. Een gigantisch probleem. Ik zal wellicht mijn huis moeten verkopen.”

Het had allemaal nog erger kunnen worden voor Arie van Eijden als hij door de veroordeling ook zijn baan bij Ajax was kwijt geraakt. Maar het huidige bestuur verlengde vorig jaar zijn verbintenis met een nieuwe periode van vijf jaar, zij het dat zijn functie-omschrijving veranderde van algemeen tot commercieel directeur. “Dat is een grote overwinning voor me geweest. Toen het nieuwe bestuur-Van Praag kwam, was ik iemand van de oude garde. Ik heb me opnieuw moeten bewijzen, iedereen ingewerkt. Toch bleef er in het begin een stukje argwaan bestaan. Logisch. Ik heb nu aangetoond dat ik redelijk in elkaar zit. Maar je wordt zo schizofreen als de pieten. Met de Bergkamp-transfer heb ik steeds gezegd: moet je daar en daar niet opletten?”