Singapore en het succes van orde en netheid; De tijger in de dwangbuis

Vlucht GA 962 uit Jakarta vliegt Changi International Airport aan vanuit het zuidwesten. Het is natte moesson, maar de bewolking breekt, zodat het ovaalvormige plexiglas uitzicht biedt op Singapore's East Coast Parkway. Waar ooit mangrovebos groeide, ligt nu een zesbaans autosnelweg die een van de drukste zeehavens ter wereld verbindt met Changi, al jaren nummer een op de ranglijst van internationale luchthavens. In vogelvlucht doet het eiland denken aan een tropische versie van Nederland, ruimtelijk tot in de puntjes geordend, een groen, maar geheel door mensenhand herschapen landschap, de bewoners gestapeld in Bijlmerblokken.

Zintuiglijk werkt Changi net als Schiphol, een andere vaste bushalte in Global Village. De vreemdeling voelt hooguit een lichte verbazing dat deze temperatuur en vochtigheidsgraad zo'n efficiente bedrijvigheid toelaten. Changi mag dan grotendeels airconditioned zijn, bij de eerste stap buiten de vliegtuigdeur wordt duidelijk dat dit eiland maar 137 kilometer boven de evenaar ligt. Onder de luchtreizigers zijn veel vrouwen in saree of kain, 'caucasians' (witmensen) zijn duidelijk in de minderheid en uit de luidsprekers klinkt Singlish.

Les een: in de stadstaat Singapore wordt niets aan het toeval overgelaten. De routine-controles van de Immigratiedienst zijn uitgesplitst in twee deeltaken. Mevrouw 1 - ze zou Tiong of Lee kunnen heten - kijkt op haar beeldscherm of Uw naam voorkomt op de lijst van ongewenste vreemdelingen en mevrouw 2 - ik houd haar op een Bachtiar of Ishak - controleert of U het formulier volledig heeft ingevuld, zet een stempel, scheurt het biljet doormidden, steekt de linkerhelft in Uw paspoort en laat de rechterhelft verdwijnen in een gleuf van haar lessenaar. Iedereen tevreden: U bent snel klaar en de Staat is volledig op de hoogte.

East Coast Parkway vanuit een taxi is Singapore in kikkerperspectief. Links de rede met mammoettankers en andere zeekastelen, rechts eindeloze hoogbouwblokken, waar Chinezen, Maleiers en Indiers, de belangrijkste ingredienten van Singapore's etnische cocktail, door elkaar zijn geschud. Bij nadering van het stadscentrum wordt de bebouwing niet ouder en lager - wat vaak het geval is bij steden met een geschiedenis - maar eerder nieuwer en hoger.

Aan de monding van de singapore Rivier, waar sir Thomas Stamford Bingley Raffles op 28 januari 1819 voet aan land zette en zijn natuurstenen evenbeeld uitkijkt over het water, bezwijkt het rijtje resterende shophouses bijna onder de slagschaduw van een vijftal wolkenkrabbers.

Kraanvogel

De sloop- en saneringsdrang is intussen bedaard en de overgebleven winkelwoningen, die zo kenmerkend waren voor de handel en wandel van het koloniale Singapore, worden opgeknapt. Maar onder druk van stijgende grondprijzen schieten nieuwe kantoorpanden de hoogte in. Een Singaporees die me naar de hemel ziet turen, staat stil en vraagt geamuseerd: "Weet U wat de nationale vogel van Singapore is, Sir?" Onwillekeurig kijk ik opnieuw naar de lucht. "Nee", zeg ik. "De kraanvogel", grijnst hij en wijst naar het stalen gevaarte naast de torenflat in aanbouw.

De Republiek Singapore beslaat een eiland van 625 vierkante kilometer voor de zuidkust van Maleisie plus een micro-archipel van 58 eilandjes. Het Britse koloniale bestuur en zijn opvolger, de regering van de People's Action Party (PAP), die sinds 1959 de alleenheerschappij voert over de stadstaat, leerden woekeren met ruimte. Eerst werd de jungle getemd. De zoom van mangrove en de bedekking van tropisch regenwoud moesten geleidelijk wijken voor de aanzwellende stroom gelukszoekers. Halverwege de 19de eeuw maakten tijgers nog tientallen dodelijke slachtoffers per jaar. Avontuurlijke kolonialen richtten de 'Tiger Club' op en in 1904 werd de laatste afgeschoten. Alleen het 'Tiger Beer' herinnert nog aan de koning van Singepore's bijna verdwenen jungle. Bijna, want de planners lieten 71 hectare maagdelijk regenwoud ongemoeid. Twintig minuten rijden van het stadslawaai wacht de onwezenlijke rust van het natuurreservaat Bukit Timah, met in het midden de hoogste heuvel van Singapore: 162 meter.

De rest van het land ligt niet meer dan 15 meter boven zeeniveau, maar dat is niet altijd zo geweest. Raffles beval Mount Wallich af te graven, daarmee de Telok Ayer Baai te dempen en zo een lange loskade aan te leggen. Een meesterzet die Singapore omtoverde van een onbewoonde wildernis in de belangrijkste overslaghaven tussen Oost en West en de Hollanders in Indie deed tandenknarsen. Sindsdien zijn nog talloze heuvels afgegraven voor landwinning, ook op de kleinere eilanden, en zo is het grondgebied van de republiek met 15 procent gegroeid.

Die minieme gebiedsuitbreiding staat niet in verhouding tot de bevolkingsgroei. Het aantal Singaporezen nam toe van een kwart miljoen in 1900 tot drie miljoen nu. Die oplopende bevolkingsdruk en de politieke wens om de multi-raciale, gesegregeerde samenleving die Singapore onder Brits bestuur was geworden om te smelten tot een natie, deden het PAP- bewind onder premier Lee Kuan Yew in de jaren zestig ingrijpen in het bestaande vestigingspatroon. Bulldozer en bouwmeester van de overheid was de Housing and Development Board (HDB). Die veranderde Singapore binnen vijfentwintig jaar van een lappendeken in een blokkendoos.

Van Singapore's 660.000 huishoudens woonden er in 1990 560.000 in een HDB- flat, een unicum in Zuid-Oost Azie. Zij huren niet, maar kopen hun flat op afbetaling. In een periode van - naar keuze - 15, 20 of 25 jaar betalen zij de koopsom af aan de HDB. Al naar behoefte en draagkracht kan men kiezen uit twee-, drie- en vier-kamerflats en zogenaamde 'mansionettes' van een of twee verdiepingen, in prijs varierend van 20.000 tot 250.000 Singaporese dollars (een S-dollar is 84 cent).

Het gaat hier om een vorm van gebonden eigendom; de flat mag worden overgeschreven op naam van de kinderen, maar de eigendomstitel vervalt na 99 jaar. Buiten de familiekring mag de HDB-flat alleen worden verkocht aan leden van dezelfde etnische groep (iedere Singaporese burger heeft zijn etnische identiteit in zijn paspoort staan). Het huurkoopsysteem kent een ingebouwde levensverzekering. Bij overlijden van de echtgenoot wordt de HDB-woning automatisch 'eigendom' van de echtgenote, ook al is hij nog niet afbetaald.

Voor huurders in loondienst wordt de maandelijkse afbetalingssom in mindering gebracht op hun tegoed bij het Central Provident Fund (CPF), een overheidsinstelling waar burgers in loondienst verplicht sparen om deel te kunnen nemen aan basisvoorzieningen als huisvesting, medische zorg en onderwijs. De werkgever houdt per maand een CPF-bijdrage in van 250 dollar op een bruto loon van 1000 dollar en voegt daar zelf 180 dollar aan toe. Hoeveel huur men betaalt, hangt af van de getroffen betalingsregeling. Verder wordt zo'n 30 dollar gereserveerd voor Medisave, een spaarplan voor medische kosten en een bedrag voor Edusave, een spaarplan voor leerplichtige kinderen tussen 6 en 16 jaar, waaraan ook de overheid een bijdrage levert. Het gaat hier niet om sociale verzekeringen in de Westeuropese zin, maar om een systeem van verplicht sparen op individuele grondslag. Op is op en niemand kan meegenieten van andermans spaarinleg.

Wat is het verschil tussen Singapore en een verzorgingsstaat? Walter C.M. Woon is een van de zes onafhankelijke intellectuelen die door het parlement zijn aangesteld als partijloze oppositie. Hij schrikt niet terug voor dit soort vragen. Woon: "Het verschil is dit: de mensen in Singapore gaan ervan uit dat ze zelf moeten betalen. Dat is het wezen van het PAP- bewind: pay and pay. Burgers verwachten niet van de overheid dat die gratis voorziet in hun behoeften. Toen ik in Cambridge rechten studeerde, bleken mijn landgenoten ginds er de merkwaardige opvatting op na te houden dat de staat hun een opleiding schuldig was. Alsof er een sociaal contract bestond dat voorzag in de betaling van hun studiekosten. Ze hadden nog nooit gewerkt en geen penny belasting betaald. Tijdens mijn studie woonde ik in bij een familie. Die mensen leken heel tevreden met hun werkloosheidsuitkering; ze kochten sigaretten en drank en deden geen serieuze poging om werk te vinden. Een dergelijke houding zult U hier niet aantreffen, want Singapore kent geen werkloosheidsuitkering. Studenten mopperen vaak over de hoge studiekosten, maar ze gaan er niet van uit dat de staat hun studie betaalt."

Wat gebeurt er met een Singaporees die zijn baan verliest?

Woon: "Dan houdt 't op. Of je vindt ander werk, of je komt om van de honger. Gelukkig is dat nog geen probleem. De reden waarom in deze richting geen grote druk wordt uitgeoefend, is dat we nog geen economische depressie hebben gehad zoals Europa nu doormaakt. Onze economie groeit de laatste jaren met gemiddeld acht procent. De laatste keer dat Singapore met werkloosheid kampte, was onder het koloniale bestuur en dat maalde niet om hongerende inlanders. Tegenwoordig kampen we eerder met een tekort aan arbeidskrachten. Wie geen werk kan vinden, wel, daar is iets mee. Voor hen bestaat een particulier liefdadigheidsnetwerk."

Zone

Tijdens de spitsuren (van 7.30 tot 10.15 en van 16.30 tot 18.30) geldt het zakencentrum van Singapore als 'restricted area'. Per dag, per week of per maand kan de automobilist een sticker kopen (60 dollar per maand), die in de piekuren toegang geeft tot de 'zone'. Dat alles volgens het principe 'wie het nodig heeft, betaalt'. Als de taxichauffeur later die ochtend vaart maakt op de snelweg klinkt vanuit het dashboard een elektronische tingel-tangel. Bij nadering van de maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, krijgt hij een waarschuwing. Een nuttig signaal, want op overtreding van de maximumsnelheid staat een straf van ten hoogste 500 dollar. En dat is nog niets vergeleken bij de maximumstraf op road-bullying, wangedrag in het verkeer zoals intimideren van andere weggebruikers. De nieuwste overheidscampagne waarschuwt recidivisten voor de maximumstraf: 20.000 dollar en 4 slagen met de rotan in Changi Prison.

Alleen met welvoeglijke en respectvolle burgers is een geordende samenleving mogelijk, onderwees meester Confucius zijn Chinese leerlingen in de tweede eeuw na Christus. Die geordende samenleving, daar is het de regeerders van Singapore om te doen en daarom voeden zij hun burgers op tot welvoeglijkheid en respect. Door eindeloze herhaling van de basisbeginselen in de schoolbanken, met 'campagnes' - een combinatie van snel gemaakte tv-spots en opwekkende voorpagina-artikelen in de regeringsgezinde pers - en voor de dwarskoppen stevige geldboetes en stokslagen.

Kauwgommetje

"Singapore is a fine country", zeggen de eilandbewoners met een ironische glimlach, met 'fine' in de dubbele betekenis van 'prima' en 'boete'. In de stadstaat wordt zo het een en ander tot onwelvoeglijk gedrag gerekend. Spugen op straat, het weggooien van een sigarettepeuk of een uitgekauwd kauwgommetje, roken in openbare gelegenheden, op dat alles staat een maximumboete van vijfhonderd dollar. Bij eerste overtreding wordt overigens maar 40 of 50 dollar in rekening gebracht. Het toezicht wordt gehouden door beambten in burger van het Department of Environment.

Changi Prison is een hoog ommuurde vesting aan de zuidoostkant van het eiland Singapore, in de jaren dertig gebouwd door de Engelsen. Het oorspronkelijke ontwerp was bedoeld voor zeshonderd gevangenen, met vijftig aparte cellen voor blanken, die nu worden gebruikt voor wegens corruptie veroordeelde politici. Inmiddels is er een nieuw blok aan toegevoegd, zodat het fort nu tweeduizend gevangenen kan herbergen. singapore heeft bovendien zijn vrijheidsstraffen voor tal van misdrijven de laatste jaren aanzienlijk verzwaard: sommige celstraffen zijn vijf maal langer geworden. Van een cellentekort is geen sprake.

Vanwaar die opvoedrage? Wil de PAP een Nieuwe Mens creeren, zoals de communisten aan het begin van deze eeuw? Is men uit op een Homo Singaporensis, een fatsoenlijke variant van de notoir onfatsoenlijke Homo Sapiens? Parlementslid Water Woon: "Voor ons is discipline een noodzaak. Als je een heel continent hebt om over uit te zwermen, dan is dat niet zo belangrijk, maar als je met z'n allen bent aangewezen op een eilandje, en de mensen duwen in verschillende richtingen, dan is het afgelopen. Wat we proberen, is de sociale vooruitgang die zich in Europa voltrok tijdens drie of vier generaties samen te persen in minder dan een generatie. Ik denk dat je het gedrag van de Nederlanders aan het begin van deze eeuw kunt vergelijken met dat van de Singaporezen in de jaren zestig. Toen waren we nog krotbewoners; we leefden in dorpen, lieten onze rommel slingeren en hadden geen fatsoenlijke wc's. Straffen is een middel om dat proces te versnellen. Je dwingt een bepaalde discipline af, die anders niet zou bestaan. Of het werkt? Kijk om u heen en vergelijk Singapore met Londen. Londen is verloederd."

Het opvoedingswerk van de PAP-regering heeft ongetwijfeld resultaten geboekt, maar het kent ook zijn schaduwzijden. De Singaporezen hebben zich, vermanend toegesproken door Meester Overheid, opgewerkt van 'ongemanierde' dorpelingen tot nette flatbewoners en nijvere werkers. Onder druk van de gangbare moraal - voor je familie zorgen door hard te werken, niet in negatieve zin opvallen, hogerop komen, meer geld verdienen - heeft zich een neurose meester gemaakt van de Singaporezen, plaatselijk bekend als het kiasu-syndroom. Kiasu is Zuid-Chinees en betekent zoiets als 'bang om de boot te missen'.

Men dient uit te blinken, op school is alleen een 'A' (een tien) goed genoeg, op het werk is men bang onder te doen voor collega's en bij het zaken doen wordt om de laatste cent geknokt. Een goede 'deal' is een morele overwinning. Op straathoeken treft men Singaporezen in hemdsmouwen en stropdas, die keurig op het voetgangerslicht wachten, terwijl ze koortsachtig onderhandelen via een draagbare telefoon. In de maatschappelijke race is goed onderwijs van levensbelang en ouders, gespitst op een plaatsje voor hun kind op de kleuterschool van hun keuze, brengen de nacht voor de inschrijving door op de stoep. De druk is hoog, heel hoog.

Decadente gewoonten

November 1993: langs Serangoon Road in Little India flakkeren de olielampen na zonsondergang. Het is Deepavali, het Hindoe-feest van het licht en de Indiase gemeenschap trekt naar de tempels. Singapore mag dan uit zijn op de schepping van een nieuwe nationale identiteit, die uitstijgt boven de etnische groepsgeest, aan de traditionele cultuur wordt niet getornd. Hindoe-festivals, Idul Fitri (vasteneinde voor de moslims) en het Chinese Nieuwjaar vormen voor de verschillende bevolkingsgroepen de culturele en religieuze navelstreng met het land van herkomst. De conservatieve PAP-regering wenst die niet door te knippen, uit angst voor een spiritueel vacuum dat in haar ogen alleen kan worden opgevuld door westers-liberale denkbeelden en dito-decadente gewoonten. Een geritualiseerde cultuur bestendigt de sociale betrekkingen en dat is goed zo. Dat versterkt het Aziatische wij-gevoel en maakt de Singaporezen weerbaar tegen invloeden van 'buiten', lees: het Westen.

Binnen de cultureel afgebakende groepen durft niemand toe te geven dat hij een God is in het diepst van zijn gedachten. Singaporese schrijvers zijn dan ook met een lantaarntje te zoeken en het immigratieland Singapore heeft weinig nieuwe, zo men wil 'nationale' cultuuruitingen opgeleverd.

Carriere maken gaat in de ogen van yuppie-Singapore intussen voor trouwen en kinderen krijgen. De hoger geschoolde Singaporezen krijgen later en minder kinderen, wat bij Lee Kuan Yew en zijn oude garde een demografisch angstsyndroom deed rijzen: de minder geslaagden (minder begaafden?) maakten meer kinderen. Aan het begin van de jaren tachtig wezen Singapore's zorgvuldig bijgehouden statistieken uit dat kinderen van afgestudeerde moeders het op school beter deden. Daarop werd een overheidscampagne gebaseerd, die door de Singaporezen nu eens niet werd geslikt. Toen er een wetsontwerp werd gelanceerd dat moeders met titels 'aanmoedigde' om meer kinderen te baren, rees een golf van protest tegen deze vorm van 'sociobiologie'.

Het instituut dat overbleef van deze exercitie is de Social Development Unit (SDU), een huwelijksmakelaardij van de overheid, die tot taak heeft geslaagde alleenstaanden van beiderlei kunne tot elkaar te brengen. De Singaporezen hebben daar zo hun eigen gedachten over: de koppelambtenaren hebben nog geen duizend gelukszoekers verenigd en in de volksmond staat de afkorting SDU voor Single, Desperate and Ugly.

Het interessantste - ongeplande - resultaat van Singapore's 'social engineering' wijkt af van wat de PAP-planners voor ogen stond. Hun confucianistische ideaal is immers een geordende samenleving, waar het groepsbelang boven dat van de enkeling gaat, en negatieve invloeden van elders buiten worden gesloten. In werkelijkheid wordt de goed opgeleide Singaporees steeds zelfbewuster, individualistischer en kosmopolitischer.

Walter Woon: "In de jaren zestig werd Singapore op z'n eentje de grote, boze wereld ingeslingerd en tot in de jaren zeventig dachten de mensen: we trekken een lijn en zolang de regering resultaten laat zien, bekommeren we ons niet al te zeer over de leuke dingen van een liberaal-democratisch bestuur. In de jaren tachtig bereikten we een welvaartspeil dat ons in staat stelde wat te ontspannen en wilden de mensen dat er naar hun geluisterd werd. In de jaren negentig, tenslotte, nu we volgens de cijfers de Britten qua koopkracht zijn voorbijgestreefd, zegt de goed opgeleide Singaporees: 'luister, je hoeft mij niet te vertellen hoe ik moet leven. Geeft me de opties en ik kies zelf.' Eigenlijk zouden de politici deze houding moeten beschouwen als een maatstaf voor hun succes bij het scheppen van een moderne staat.: Woon schrijft dat toenemende individualisme ook toe aan de grotere mobiliteit van de Singaporezen: "Dertig jaar geleden waren we Britse onderdanen - niet eens staatsburgers. Waar moest je in hemelsnaam naartoe? Je paste je aan en verder niks. Als je je nu niet thuisvoelt in Singapore, trek je naar elders. Je emigreert niet, want dat zou stom zijn, de Singaporese economie doet het uitstekend. Je gaat in het buitenland werken, Australie, Duitsland, waar de opvattingen liberaler zijn. Later, als je kinderen hebt, breng je hen hierheen, want hier is het veiliger, hier leren ze hun ouders respecteren en verslingeren ze zich niet aan drugs en seks. Op die manier voegen ook de ouders zich weer in de groep. Dit is een demografische bult, een jeugdige golf. Naarmate de samenleving ouder wordt - onvermijdelijk gezien het lage geboortecijfer - keert ze terug tot het conservatisme.

"Intussen ontwikkelt Singapore zijn eigen identiteit. We zijn nu al kosmopolitischer dan de andere kleine tijgers (Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan). Ik voorzie een internationale samenleving, een wereldstad in de ware zin van het woord, waar de verwestersing zal worden getemperd door de emotionele verbondenheid met de beschavingen van onze voorouders.