Ratificeer verdrag over recht van kind

Ruim drie jaar geleden trad na meer dan tien jaar onderhandelen het verdrag voor de rechten van het kind eindelijk in werking. Maar voor de Nederlandse regering heeft het verdrag blijkbaar geen politieke prioriteit. Zij heeft het nog altijd niet geratificeerd.

De twintigste november was de dag voor de rechten van het kind. Op die dag werd in 1959 door de Verenigde Naties de verklaring inzake de rechten van het kind aanvaard. Precies dertig jaar later, op 20 november 1989, werd de tekst van het verdrag inzake de rechten van het kind door de algemene vergadering van de Verenigde Naties aanvaard. Meer dan tien jaar is er over het verdrag in Genève onderhandeld. De Nederlandse delegatie heeft aan dit onderhandelingsproces inhoudelijk veel bijgedragen. Maar ook dit jaar is in Nederland aan de dag voor de rechten van het kind weinig tot geen aandacht besteed.

Inmiddels hebben 150 landen het VN-verdrag inzake de rechten van het kind getekend, een absoluut record. Maar voor de Nederlandse regering heeft dit blijkbaar geen politieke prioriteit. Het verdrag dat op 2 september 1990 in werking trad is nu, ruim drie jaar later, nog steeds niet door de Nederlandse regering geratificeerd. Behalve Luxemburg is Nederland het enige EG-land dat dit nog niet deed. En van de ruim dertig leden van de Raad van Europa, de Europese mensenrechtenorganisatie bij uitstek, hebben behalve Nederland alleen Liechtenstein, Luxemburg, Turkije en Zwitserland, het verdrag nog niet goedgekeurd. Nederland behoort op dit gebied dus tot de achterhoede.

Nederland is nooit snel geweest met het ratificeren van internationale mensenrechtenverdragen. Het duurde meer dan 10 jaar na de aanvaarding van de twee grote internationale mensenrechtenverdragen inzake burgerlijke en politieke rechten en economische, sociale en culturele rechten, voordat Nederland deze verdragen goedkeurde. Ook de nationale goedkeuring van het VN-Vrouwenverdrag duurde meer dan 10 jaar. Argument van de Nederlandse regering is dat zij er de voorkeur aan geeft zulke verdragen zorgvuldig te behandelen en uitgebreid met het parlement over de inhoud ervan te discussiëren. Op zich een nobel streven. Het geval is echter dat een zeer uitvoerig en kritisch voorlopig verslag van de vaste commissie van justitie van de Tweede Kamer al sinds 19 maart 1993 beschikbaar is, een verslag waarop de regering tot op dit moment nog niet gereageerd heeft.

Er zijn aanwijzingen dat de memorie van antwoord voorlopig nog niet zal verschijnen. Het uitblijven van de ratificatie maakt een des te merkwaardiger indruk nu zowel in de recent gepresenteerde nota jeugdbeleid 'Jeugd verdient de toekomst' van minister H. d'Ancona van WVC als in de concept(nota) 'Kinderen en ontwikkeling' van minister J. Pronk van ontwikkelingssamenwerking het VN-verdrag inzake de rechten van het kind op het niveau van beleidsuitgangspunten wordt gememoreerd.

Daar komt bij, en dit is in strijd met het vaak gehoorde argument dat men de nationale wetgeving wil aanpassen aan de internationale normstelling, dat de Nederlandse regering voornemens is een drietal voorbehouden te maken. Het betreft hier voorbehouden op artikel 26 (geen zelfstandige aanspraak op sociale zekerheid), artikel 37 (kinderen desnoods bij volwassenen in één cel) en 40 (niet altijd een gratis advocaat in strafrechtzaken). Het lijkt een omgekeerde wereld. In plaats van de nationale regelgeving aan te passen aan de internationale norm, negeert men de internationale norm, daar waar deze niet in overeenstemming is met de nationale regelgeving of de nationale praktijk.

Diverse organisaties, zoals de Raad voor het Jeugdbeleid en Defence for Children International hebben reeds bij de minister van justitie aan de bel getrokken met het verzoek vaart te zetten achter het ratificatieproces. Deze organisaties, in samenwerking met het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM) zullen binnenkort een studie presenteren die een steun kan vormen voor een adequate behandeling van het VN-verdrag inzake de rechten van het kind. De studie bevat een vergelijking van alle artikelen van het VN-kinderrechtenverdrag met andere mensenrechtendocumenten, die Nederland heeft geratificeerd of ondertekend. Het VN-kinderrechtenverdrag is niet het enige internationale document waarin de rechten van kinderen worden geregeld, maar het is wel het enige internationale algemene mensenrechtenverdrag dat zich uitdrukkelijk richt op de rechten van kinderen. Nederland maakt zich traditioneel sterk voor de rechten van de mens. Dat zou een belangrijk motief moeten zijn, om nu eindelijk na zoveel jaren dit verdrag ten spoedigste te ratificeren. Kinderen zijn ook mensen.