'Profs en amateurs zijn gevangenen van elkaar'

DEN HAAG, 11 DEC. Dr. Ad Lansink, voorzitter van de sectie amateurvoetbal van de KNVB, staat vandaag in zijn speech bij het afscheid van Jo van Marle ongetwijfeld even stil bij het schisma dat dreigt tussen de profs en zijn afdeling. Door die ontwikkeling zal de bondsvoorzitter allerminst met een gerust hart vertrekken uit Zeist. Een scheiding der geesten binnen de KNVB, daar is Jo van Marle altijd bang voor geweest. Soms werd hem in het verleden nog weleens verweten dat hij in het bondsbestuur te veel partij trok voor de amateurs die hij aanvankelijk diende. Maar als hij ze al bevoordeelde, gebeurde dat in het belang van zijn grote doel: het bijeen houden van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond.

Meer dan ooit dreigt er nu een scheuring. De profs hebben in hun beleidsplan voor de komende drie jaar laten weten dat zij een grotere mate van zelfstandigheid nastreven. Als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks, wordt er vrij vertaald aan toegevoegd. De amateurs zijn geschrokken van die harde taal. De scherpe toonzetting hadden zij niet verwacht nadat er twee besprekingen over dit onderwerp met het college van voorzitter Jos Staatsen in goede harmonie waren verlopen. “Nog steeds heb ik er vertrouwen in dat we er wel uitkomen”, zegt Ad Lansink, in dagelijks leven Tweede Kamerlid voor het CDA. “Maar als ik naar de inhoud van dit beleidsplan kijk zal het knap lastig worden.”

De huidige structuur van de KNVB is gebaseerd op afspraken die werden gemaakt in 1974. Uitgangspunt was steeds: eenheid in verscheidenheid. Lansink: “Ik heb altijd gezegd, we zijn gevangenen van elkaar. Als één van de twee partijen zich wil afscheiden zal daarvoor een tweederde meerderheid in de bondsvergadering, die uit een gelijk aantal afgevaardigden van beide secties is samengesteld, noodzakelijk zijn. Dat geldt ook voor het bondsbestuur (dat bestaat uit vier amateur en vier profvertegenwoordigers, red). Je moet het dus altijd met elkaar eens worden. Als het betaalde voetbal desondanks zegt: 'wij stappen eruit', dan blijven de UEFA en FIFA-rechten automatisch bij ons. Daarom denk ik dat het sectiebestuur met dit beleidsplan zichzelf een inspanningsverplichting heeft willen opleggen ten opzichte van de clubs.”

De gesprekken tussen betaald voetbal en de amateurs kwamen op gang toen het college van Martin van Rooijen nog aan het bewind was. Dat werd het knelpuntenoverleg genoemd. De amateurs wilden praten over de doorstroming, maar ook over de financiële structuur. Zij vroegen zich af waarom zij bijvoorbeeld bij de kandidaatstelling voor het EK net zoveel geld moesten ophoesten als de betaalde sectie. Terwijl het voor die afdeling veel makkelijker was en is om forse sponsorbedragen en tv-gelden te innen. En verder profiteren de profs toch van opleidingen op het gebied van jeugdvoetbal, trainers en scheidsrechters die worden betaald door de amateursectie? Tevens was de bestuurlijke structuur van de KNVB een gesprekspunt. Maar dat overleg tussen twee penningmeesters heeft niets opgeleverd. Het kabinet-Van Rooijen worstelde met zijn eigen beleidsplan c.q. identiteit en dat kwam de voortgang van de gesprekken niet ten goede.

Het sectiebestuur-Staatsen is, als instrument van de clubs, een stuk duidelijker in de opstelling ten opzichte van de amateurs. Maar als Ad Lansink het beleidsplan erbij pakt somt hij zo een stuk of tien punten op die op gespannen voet staan met de hoofdlijnen van '74. Hij mag dan in Nijmegen actief zijn in de carnavalswereld en enkele jaren geleden een verdienstelijk optreden in de Tweede Kamer achter de rug hebben als Sinterklaas, de profs moeten niet verwachten dat zij iets cadeau krijgen in hun streven naar zelfstandigheid.

“We zijn de betaald voetbal destijds zeer terwille geweest met de instelling van een landelijke competitie voor B-junioren. Daar had onze achterban geweldige moeite mee. Maar we hebben onze goede wil getoond in de hoop er iets voor terug te krijgen. Dat gebeurt dus niet. In tegendeel, betaald voetbal wil nu zelfs ook een landelijke C-juniorencompetitie. Daarnaast hebben we een relatief zwakkere positie gekregen in de KNVB-bekercompetitie. Er komt een opzet zonder knock-outsyteem met regionale competities waaraan minder amateurclubs zullen deelnemen. Het was al typerend dat er raar werd opgekeken door Heerenveen en Ajax toen ik als waarnemend voorzitter van de bond afgelopen zomer bij absentie van Van Marle de beker uitreikte. Dat vonden die clubs vreselijk. Terwijl er theoretisch in De Kuip toch ook een amateurclub had kunnen staan. Dan wordt er een streep gezet door het plan voor een competitie met non-amateurs. Dat bemoeilijkt ons bij het vinden van een oplossing in de kwestie van de amateurbepalingen. De kandidaatstelling voor het EK 2000 vinden wij ook een heikel punt. De financiële risico's moeten worden afgedekt. Die zijn voor ons veel moeilijker te dragen dan voor de profs.”

Het is symptomatisch voor het onafhankelijkheidsstreven van het betaalde voetbal dat een klasse van onafhankelijke als onbespreekbaar wordt beschouwd. Profclubs, die veel investeringen hebben gedaan om aan de licentievoorwaarden te voldoen, mogen niet het risico lopen uit de eerste divisie te tuimelen, luidt de achterliggende gedachte. “Het is de vraag of je om een andere mentaliteit te kweken niet eens moet stoppen met al die dure voorzieningen tegen het vandalisme. Uit oogpunt van sportieve wisselwerking zou een doorstroming toch heel aantrekkelijk moeten zijn. Als je eenmaal in die onafhankelijke klasse zit, betekent het toch niet dat je nooit meer terugkunt naar het betaalde voetbal? Zo'n eerste divisie zonder degradatie, dat is toch ook raar? Ik moet toegeven dat er aan onze kant nog wel wat technische problemen zijn. Als je een gemengde topklasse wilt, ben je gedwongen ook op zaterdag te gaan spelen. Tevens worden de reisafstanden groter. Maar het draagt wel bij aan onze problemen met de betalingen. Amateurs die rechtstreeks geld krijgen van sponsors omdat ze daar op de loonlijst staan of in natura iets terugzien. Daar is moeilijk een vinger achter te krijgen. Het beste zou zijn als er een klasse komt waarin vergoedingen worden toegestaan, de spelers over een licentie beschikken maar de clubs niet te maken krijgen met arbeidsrechtelijke toestanden. Dan heb je een profafdeling met arbeidsovereenkomsten, een klasse van non-amateurs met een vergoedingensysteem en daaronder echte amateurs.”

Het zijn de idealen van een amateurvoorzitter die alleen verwezenlijkt kunnen worden in een wat hij noemt “transparante organisatiestructuur”. “Onze hoofdfilosofie gaat uit naar een eenheidsmodel. Vergeet niet, de meeste mensen zien ons als één bond. Al die Oranje-supporters in Polen, dat waren toch vooral ook clubmensen uit de amateurwereld. Bij de profs hebben ze heel weinig inlevingsvermogen over hoe het er bij het amateurvoetbal aan toegaat. Men heeft niet in de gaten hoe moeilijk het is om het financiële reilen en zeilen rond te krijgen voor het jeugdvoetbal, de integratie van allochtonen, het gehandicaptevoetbal en de exploitatie van het sportcentrum. Zonder basis is er geen top.”

Volgens Lansink zijn er drie alternatieven in de organisatiestructuur denkbaar: het eenheidsmodel, zoals in Duitsland en België, het huidige model waarin twee partijen elkaar stevig vasthouden onder de koepel van de KNVB en het 'Engelse model' waarin amateur- en betaald-voetbal samensmelten en de bond de rechten van UEFA en FIFA overdraagt aan een profleague. “Voor ons is in feite alles bespreekbaar, maar als er bijvoorbeeld wordt gesteld 'wanneer beoogde organisatiestructuur niet middels reglementswijzigingen te realiseren is, zullen alternatieven worden overwogen' (paragraaf 3.2.5 uit het beleidsplan, red), dan wordt het een zware opgave om het met elkaar eens te worden.”

Wat dat betreft komt Jeu Sprengers, de nieuwe bondsvoorzitter en voormalig preases van VVV, voor een vuurdoop te staan. “Hij is al omschreven als een bruggebouwer, dus dat klinkt hoopvol”, aldus Lansink tenslotte.