Politie hoort ABN-bankier; Surinaamse smeergelden getraceerd

DEN HAAG, 11 DEC. In het onderzoek naar de verdeling van steekpenningen van Nederlandse bedrijven onder invloedrijke Surinamers is onder andere nieuw belastend materiaal verzameld tegen H. Goedschalk, de deze week ontslagen president van de Surinaamse Centrale Bank.

De politie heeft ook de voorzitter van de Raad van Bestuur van de ABN Amro-bank, mr. R. Hazelhoff, gehoord over de onderhandelingen die de bankier persoonlijk heeft gevoerd met Goedschalk over het verlenen van een krediet van dertig miljoen gulden aan Suriname.

Deze zomer werd bekend dat twee bedrijven ruim negen miljoen gulden aan smeergeld hebben betaald aan Surinamers om voor 35 miljoen gulden levensmiddelen te kunnen leveren. Justitie heeft inmiddels zicht gekregen op de verdeling van de steekpenningen.

Voor de ontvangst van de ruim één miljoen gulden smeergeld die Goedschalk volgens de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) heeft opgestreken, maakte de ex-president volgens justitie gebruik van twee vennootschappen die hij in december 1992 heeft opgericht op het eiland Tortola van de Britse Maagdeneilanden.

De politie kwam de bedrijven op het spoor via een bankrekening die de firma's, Conywell Inc. en Skyrock Investment Ltd, hebben bij de Schweizerische Bankgesellschaft in Zürich.

De politie heeft het ingewikkelde spoor van de smeergelden kunnen traceren via huiszoekingen op een groot aantal adressen van verdachten en via het opvragen van bankbescheiden. De Haagse rechter-commissaris, G.C. Haverkate, heeft op 3 september “in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek tegen Goedschalk” onder andere de Postbank Leeuwarden opdracht gegeven materiaal af te staan. Haverkate zegt “geen commentaar” te willen geven op de vraag of Goedschalk nu officieel in Nederland zal worden vervolgd.

Hazelhoff is op 6 augustus door de politie ondervraagd. Hij heeft tegenover de politie toegegeven dat hij twee jaar geleden wel degelijk persoonlijk met Goedschalk en de consul van Suriname onderhandelde over het verstrekken van het krediet dat Suriname wilde hebben voor “de import van kippevoer, eerste levensbehoeften en het afbouwen van een gebouw van de Centrale Bank van Suriname”.

Suriname gebruikte het geld voor het betalen van de contracten waarmee de steekpenningen waren gemoeid. In augustus liet de ABN Amro-bank nog weten dat Hazelhoff slechts protocollair de hand van Goedschalk zou hebben geschud. Hazelhoff eiste als dekking voor het krediet een afbetaling van twee tot drie miljoen gulden per maand die Suriname verdient met de uitvoer van bauxiet.

Pag.3: Bouterse van cokehandel beticht

Voorzitter R. Hazelhoff van de Raad van Bestuur van de ABN Amro-bank vond het geen bezwaar met de voormalige president van de Surinaamse Centrale Bank, H. Goedschalk, zaken te doen. Het bijkantoor van de bank op Curaçao weigerde daarentegen mee te werken aan de vestiging van een trustcompany op de Antillen omdat dit bankfiliaal bang was dat het bedrijf zou worden gebruikt voor “het witten van gelden”. De Surinamer die de bewuste trustcompany wilde oprichten, was de voormalige directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij, A. Mungra. Hij behoort volgens justitie ook tot de groep van verdachten die smeergelden hebben ontvangen en deel uitmaken van een organisatie die cocaïne smokkelt.

Volgens Hazelhoff zijn de tweede onderhandelingen met Goedschalk gevoerd door de directeur-generaal van het internationale kantorennet van de ABN Amro-bank, J.J. Oyevaar. Tegenover de politie heeft Hazelhoff ook gezegd dat Goedschalk recent nog eens gevraagd heeft te komen praten. In het onderzoek naar Goedschalk is ook huiszoeking verricht bij het ABN Amro-filiaal in Lisse. De ABN Amro-bank was gisteravond niet bereikbaar voor commentaar.

Het politie-onderzoek heeft ook iets meer duidelijkheid gebracht over de verdenking dat de verdachten in de smeergeldzaak betrokken zijn bij handel in cocaïne. De politie is op het spoor gekomen van de betalingen van steekpenningen toen zij in november 1992 een 33-jarige Surinamer R.T. aanhield die in het bezit was van 61 kilo cocaïne. Bij de huiszoeking werden papieren gevonden over de Bataafse overzeese exportmaatschappij (Boem). Dat bedrijf is van een van de Nederlandse verdachten die heeft bekend smeergelden te hebben betaald. R.T. heeft verklaard de zakelijke belangen te behartigen van zijn oom die voor de Boem werkt.

De ondervoorzitter van de Surinaamse regeringspartij, A. Jessurun - die in september in Nederland door de politie is verhoord omdat hij er ook van wordt verdacht onder andere smeergelden te hebben ontvangen - heeft in zijn verhoor verklaringen afgelegd over de handel in cocaïne. Jesserun ontkent zelf bij cocaïnehandel betrokken te zijn maar heeft gezegd dat “het in Suriname algemeen bekend is dat Bouterse betrokken is bij cocaïne. Een vriend van Bouterse is Atta Mungra, die twee ontmoeten elkaar regelmatig. Van Mungra zegt men dat hij ook bij deze handel is betrokken”, aldus Jesserun.

Het onderzoek naar de smeergeld-affaire zal overigens nog vele maanden in beslag nemen, zo verwacht justitie. Toen in juli de omvang van de zaak en de betrokkenheid van vele invloedrijke Surinamers bekend werd, is er op het ministerie van justitie gesproken over de vraag of het onderzoek, gelet op de politieke gevoeligheden, wel in volle omvang zou moeten doorgaan. Inmiddels heeft het Haagse openbaar ministerie van het departement het groene licht gekregen.

De Haagse rechter-commissaris G.C. Haverkate zegt een dezer dagen met officier van justitie C.V. Van der Voort te zullen overleggen over de mogelijkheid om in Suriname getuigen te horen. Inmiddels heeft het Surinaamse ministerie van justitie via de Nederlandse ambassade in Paramaribo officieel verzocht om overdracht van het door de Haagse politie verzamelde bewijsmateriaal zodat ook in Suriname kan worden overgegaan tot huiszoekingen en vervolgingen.

In het Nederlandse onderzoek heeft de politie ook belastinginspecteur J. Stegers verhoord. Hij heeft toegegeven dat de fiscus toestemming gaf aan de Nederlandse verdachten de smeergelden die zij aan Surinamers betaalden op te voeren als aftrekbare kosten. Stegers heeft verklaard aanvankelijk wel enige bedenkingen te hebben gehad omdat het om zulke hoge bedragen ging.

De belastingdienst gaf uiteindelijk te kennen dat de steekpenningen mochten worden afgetrokken als voldaan was aan vier criteria:

De bedrijven moeten een onberispelijke administratie voeren.

De betalingen moeten kunnen worden gevolgd in de administratie.

De kostenpost moet leiden tot aantoonbare omzetverhoging.

Het moet gebruikelijk zijn.

Dat de belastinginspecteur het betalen van de smeergelden zelf niet helemaal gebruikelijk vond, blijkt uit de afhandeling van deze zaak. Van het gesprek dat hij met de Nederlandse verdachten heeft gevoerd, heeft hij een met de hand geschreven verslag gemaakt. Er onder staat. “Ik heb dit verslag niet uit laten typen om de kans op uitlekken zo minimaal mogelijk te houden”. Goedschalk heeft zijn ontslag aangevochten.