Platitudes in een al te menselijk drama

Voorstelling: Tommie, door Yvonne Keuls. Spelers: Paul Röttger, Jules Hamel, Simone Rooskens, Diana Coolen, e.a. Decor: John Bogaerts. Regie: Pieter Loef. Gezien: 9/12 in de Stadsschouwburg, Haarlem.

Yvonne Keuls beoefent menskunde for the millions. Haar boeken, door de uitgever “sociale romans” genoemd, hebben een massaal publiek doen meeleven met randgroepjongeren van diverse snit, en ook de toneelstukken die ze er nadien van maakte, hebben in brede kring indruk gemaakt. Of ze ook goed drama kan schrijven, deed altijd minder terzake; voorop stond de documentaire kwaliteit, de gedachte dat het allemaal gebaseerd was op echte mensen en echte gebeurtenissen.

Haar nieuwe stuk Tommie is de theatrale uitvergroting van één element uit het in 1985 verschenen boek Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel. Het behandelt de geschiedenis van een jeugdige crimineel met travestie-neigingen, die in de grijpgrage handen belandt van een pedofiele kinderrechter. Ook die zaak was uit het leven gegrepen. Yvonne Keuls vertelt het verhaal hier na in flashbacks, met een hoofdpersoon die zich als verteller tot het publiek richt en als betrokkene diverse scènes naspeelt, omringd door botte en/of mallotige gezagsdragers en af en toe ook door een schrijfster die hem een hart onder de riem steekt. De bedoeling is duidelijk: ze tracht door die constructie het platte realisme te ontstijgen en Toneel te maken.

Maar ook Tommie heeft weer hevig te kampen met een gebrek aan intrigerende en vooral unieke personages. De figuren die Yvonne Keuls creëert, zijn geen individuen, maar case histories, gevallen uit dossiers. Hoe authentiek ze blijkbaar ook zijn, op mij maken ze de indruk puur uit platitudes te bestaan. Toen hij heel jong was, verloor Tommie zijn vader (de man liep weg) en zijn moeder (de vrouw stierf aan een tumor). Hij groeide op in een kindertehuis, werd verleid door een stafpedagoog en ging de hoer spelen. Al gauw had hij heel wat hoge heren in zijn klantenkring.

De pedofiele kinderrechter werd als jongen gedwongen tot “ruwe sexuele spelletjes” en kan sex sindsdien niet los zien van geweld. De man meent eerlijk Tommie geborgenheid te kunnen bieden, maar helpt hem door dure uitstapjes en cadeaus van de wal in de sloot. “Oh Tommie, je maakt me gek. Ik kan alleen maar aan jou denken,” zegt hij - want Yvonne Keuls laat haar personages alles uitleggen. “Ik ben bang, bang dat het uitlekt,” roept hij even later. “Hoe moet ik dit verklaren? Wie zal mij begrijpen?”

Tegen zoveel eendimensionaal volkstoneel is regisseur Pieter Loef niet opgewassen, al heeft hij zijn best gedaan de enscenering nog zoveel mogelijk spanning en suggestie te geven. De spelers staan veelal gevangen in fraaie lichtbundels in het zwart, waar ze diagonaal zijn opgesteld en er geen geheim van maken dubbelrollen te spelen. In de titelrol speelt Paul Röttger flemend en provocerend de travestie-hoer, met felrode lippen en bloedrode pumps onder zijn netkousen. Maar ondanks al zijn technisch acteursvernuft is ook hij niet in staat van dit prototype meer te maken dan een eenvoudig instructiemodel voor maatschappelijk werkers en juristen.

Yvonne Keuls beschrijft ongetwijfeld de werkelijkheid, die vaak wreed en onrechtvaardig is. Maar nog vaker te saai en te voorspelbaar om theater te worden.