Pinter

Het nieuwste stuk van Harold Pinter (eigenlijk Pinto, want hij komt uit Oost-Europa) heet Moonlight, en is behoorlijk obscuur (in de oude zin van het woord, niet de studentikoze betekenis). Het is zijn 27ste toneelstuk, maar ik heb sterk het idee dat zijn naam in Nederland groter is dan bij het gemiddelde Britse publiek, of moet ik zeggen bij de toeristen, want 70% van de Londense zalen zitten vol met buitenlanders, en die moeten niet zo om Pinter lachen als wij. Dit wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt door onze kennis van de Engelse taal, die die van andere volken overtreft, hoe gebrekkig en accentrijk dan ook. En juist voor stukken van Pinter dient men op de hoogte te zijn van accenten en uitdrukkingen, en clichés als clichés kunnen herkennen, omdat die stukken meer stoelen op dialoog dan op plot, meer op klasse-verschillen en hebbelijkheden dan op verhaallijn en nu de meester wat ouder wordt, nog meer op experiment en durf.

Laat ik eerlijk zeggen dat ik vooringenomen ben. Ik ben een liefhebber van Pinters werk, zelfs van zijn acteren en zeker van zijn regie. Hoewel ik in slaap viel bij de derde voorstelling van No Man's Land, kon ik toch lange monologen uit het hoofd reproduceren, waaronder de routebeschrijving. Ik schrok ook echt toen die lange Ralph Richardson op de grond viel. Even ging er door me heen: het zal me toch niet gebeuren dat ik bij het overlijden van zo'n groot acteur ben, maar het bleek om acteren te gaan, gelukkig.

Hoewel Moonlight dus enigszins onbegrijpelijk is, valt er toch veel te genieten. Ian Holm, volgens mij de volgende acteur die geridderd wordt, levert een prachtige prestatie als de op sterven liggende vader, sterk gesteund, in acteer-opzicht dan, door Anna Massey als zijn vrouw, die naast het sterfbed zit te borduren.

Hun conversatie is bitter, bij vlagen buitengewoon komisch en altijd onthullend. Zo vraagt Anna halverwege of hij nog niet dood is. Nee, roept vader geërgerd, hoezo?

Nou, als je sterft ga je volgens mij dood, zegt de vrouw en dan ontstaat er een woordenwisseling over de volgorde en de snelheid.

Maar sterf ik eigenlijk wel, vraagt haar man.

Hoe weet ik dat nou? Jij sterft toch? Voel je niks, heb je geen speciale pijn of zo, ergens?

Hoe weet iemand nou of hij sterft, zegt de man weer. En is Maria d'r niet?

Maria?

Ja, Maria, waar ik 'n verhouding mee had, die Maria. Waar jij trouwens ook 'n verhouding mee had. Did you have her here on this bed, by the way, here on this very spot?

De vrouw legt geduldig bordurend uit dat zij nooit iemand 'heeft', of zal 'hebben'.

Oh nee? Hoe heet dat dan? Ik vraag me het trouwens toch al af hoe dat bij jullie gaat, zegt de man. Je had beter met háár kunnen trouwen, voegt hij er nog aan toe. Ze kan zo in het Guinness Book of Records, die vrouw. Een verhouding met mij en met jou tegelijkertijd. En wij getrouwd. Hoe is het mogelijk.

Ik denk dat ze het vergeten is, zegt de vrouw.

Vergeten? Wat vergeten?

Nou, dat jij op sterven ligt.

Vergeten dat ik op sterven lig?

Ja. Mensen vergeten toch wel 's dingen. Zij is misschien vergeten dat jij op sterven ligt.

Maar even later komt Maria toch nog, met haar man, een scheidsrechter (volgens de stervende de knulligste scheidsrechter die hij ooit zag. Ja, maar hij is toch je beste vriend, zegt zijn vrouw. Nee, maar dat fluitje. Wat een zielig geluid!)?

Wat de twee zonen, die we ook af en toe te zien krijgen, aan het doen zijn, heb ik niet begrepen. De dochter zien we ook zo nu en dan achter een gaasdoek dromerige teksten zeggen, over de maan en zo. Vandaar de titel, zover kwam ik nog.

Het stuk speelt in dat leuke theatertje achter de Haymarket, the Comedy Theater, vroeger ook wel de Alexandra en de Lyric genoemd en tot 1884 The Royal Comedy - maar dat hadden ze niet gevraagd en dus mocht het niet.

En als u nog naar een musical wil bezoek dan het melodramatische Blood Brothers. Het loopt al vier jaar en kreeg elk jaar een andere prijs. Daarvoor moet u dan naar de Phoenix. Het wordt ook geproduceerd door Bill Kenwright, en opbellen en reserveren middels de creditcard is mogelijk. Net iets voor derde kerstdag.

En als ze vragen waar u wilt zitten, zeg dan 'op de zesde rij midden'. Dat is de beste plaats, zei Guus Oster altijd. En die had er echt verstand van.