'Opa, waar is de kerstboom?'

BETHLEHEM, 11 DEC. Met het kerstfeest 'in vredestijd' in aantocht kan Elias Frey, de Palestijnse burgemeester van Bethlehem, niet begrijpen waarom Israel het Noorse kerstgeschenk aan Jezus' geboortestad niet toelaat. Ondanks al zijn inspanningen en goede relaties achter de schermen in Jeruzalem is hij er niet in geslaagd het Israelische ministerie van landbouw ervan te overtuigen, dat de kerstboom die Oslo per speciaal vliegtuig naar het heilige land had willen vliegen, geen gevaar oplevert voor Israels bossen.

“Dit is geen geïnfecteerde boom die wordt geplant. Het is een kerstboom op een plein, een teken van vrede”, zegt Elias Freij met stemverheffing in zijn werkkamer in het gemeentehuis van Bethlehem. “Opa, waar is de boom nou, vragen mijn kleinkinderen ongedurig. Die komt niet, moet ik antwoorden”, klinkt het. “Wij zijn heel erg door het Israelische gedrag teleurgesteld. Ik wil dat de wereld het weet”, vervolgt de burgemeester grimmig.

Maar zijn gezicht klaart op als hij zegt dat bij dit kerstfeest, voor de eerste maal sedert de intifadah zes jaar geleden begon, het grote plein voor de geboortekerk van Jezus weer zal worden verlicht. “Dit jaar is anders dan de voorafgaande jaren. Een vredesakkoord is getekend dat door geen enkele Israelische minister of Palestijnse leider ongedaan kan worden gemaakt. Als wij hier dit jaar het kerstfeest vieren, verwachten wij dat Israel de meeste van de Palestijnse gevangenen vrijlaat en de gedeporteerden (van Hamas in Libanon) weer thuis zijn. Dat zal het kerstfeest een vreugdevolle tint geven.”

Frey is bekaf van de in 1967 begonnen Israelische bezetting van zijn stad en land en hij is volkomen gefrustreerd door de elkaar versterkende Palestijnse en Israelische terreur. Hij hoopt nu dat het begin van de Palestijnse bestuursautonomie in de Gaza-strook en in Jericho op 13 december volgens het akkoord van Oslo zich zo snel mogelijk tot Bethlehem zal uitstrekken. “Hoe sneller de Israeliërs vertrekken des te beter voor iedereen”, zegt hij.

De politieke onzekerheid die over Bethlehem is gekomen, heeft volgens hem zijn stad volkomen onbestuurbaar gemaakt. Elias Frey, de meest doorgewinterde en langst zittende Palestijnse burgemeester, heeft het gevoel dat hij de grond onder zijn voeten heeft verloren en dat hij die pas zal hervinden als de Palestijnse bestuursautonomie een politieke structuur schept om orde op zaken te stellen. “Er is nu volkomen chaos in Bethlehem” zegt hij. “Onbestuurbaar”, roept een raadslid vanuit zijn stoel. “We hebben politie nodig om de misdaad, diefstal, wanhoop, armoede te bestrijden.” In één zin komen deze woorden, waarvan de samenhang niet duidelijk is, eruit als een emotionele uitbarsting van lang opgekropte woede.

Pag.4: Hoop Palestijnen is angst van kolonisten

Elias Frey is, ondanks zijn meesterschap in de kunst van zelfbeheersing, ook aangetast door de golf van bloedwraak tussen Israeliërs en Palestijnen die over de bezette gebieden en Israel zelf slaat. Hij spreekt zijn spijt uit over het feit dat deze week in zijn stad een Israeliër bij het graf van aartsmoeder Rachel door een Hamas-Palestijn met enkele revolverschoten zwaar in de buik is verwond. Maar even woedend is hij op “kolonisten die ik op het tv-scherm als cowboys op Palestijnen in Hebron heb zien schieten om te doden”.

Elias Frey zegt respect te hebben voor premier Yitzhak Rabin en de minister van buitenlandse zaken Shimon Peres, die het akkoord van Oslo met PLO-leider Yasser Arafat mogelijk hebben gemaakt. Maar hij kan absoluut niet doorgronden waarom de Israelische autoriteiten soldaten naar de bezette gebieden sturen om “de kolonisten te beschermen”. Dat is volgens hem nogal vreemd omdat tegenover ieder pistool in Palestijnse handen de kolonisten er drieduizend hebben.

Die uitspraak lijkt wat overtrokken, maar is wel tekenend voor de sfeer waarin het gesprek met Elias Frey, in het door de intifadah-staking volledig platgelegde Bethlehem, plaats had. Kolonisten kliederden deze week het woord 'transfer' op zijn huis in Bethlehem, zegt hij nog tussen neus en lippen door - alsof hij niet anders had verwacht in deze situatie. De klachten die hij uitte over de Israelische belastinginning klonken ook al tijdens een diner met Palestijnen, de avond voor het gesprek met Elias Frey. Ondanks alles is de burgemeester er zeker van, dat de vredestrein niet meer is te stoppen, maar leden van het chique geklede Palestijnse gezelschap hadden, op een enkeling na, de hoop op vrede opgegeven. Aan de klaagzang over de Israelische vernederingen, arrestaties, aanhoudingen en belastingafpersing kwam geen einde. De teneur van het gesprek was dat de Palestijnen, na de handdruk tussen Rabin en Arafat in Washington op 13 september, op een 'ander' gedrag van de Israelische bezetter hadden gerekend. Dat “er niets is veranderd en de toestand zelfs erger is” heeft hun geloof in de vrede zo ernstig aangetast, dat Arafat heel snel zijn geloofwaardigheid als Palestijns leider aan het verliezen is.

Heel veel Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook denken daar precies zo over. De hoopvolle verwachting van 13 september is in nauwelijks twee maanden omgeslagen in wanhoop. Yasser Arafat heeft een succes nodig om wat van het verloren terrein terug te winnen. De Palestijnen willen de Palestijnse politie in de straten van Jericho en Gaza zien. Dan pas kunnen ze geloven - dat is ook de mening van Elias Frey - dat de vrede tastbaar en zichbaar wordt.

Die Palestijnse hoop is nu juist de angst van de joodse kolonisten, die al weken storm lopen tegen “de regering van de verrader Rabin”. Hun anti-vredesargumenten maken de vetste en grootste koppen in de kranten en overspoelen na iedere Hamas-aanslag de elektronische nieuwsvoorziening.

De speelruimte die de door de kolonisten aangevoerde nationalistische oppositie 'op straat' en zelfs in de politiek van het vredeskamp krijgt, is buitengewoon opvallend. Vredesdemonstraties zijn zeer zeldzaam. Vanavond pas organiseert de 'Vrede-Nu-beweging' een demonstratie in Jeruzalem.

Een zekere Ronen van de extremistische fundamentalistische Israelische Kach-beweging heeft gistermiddag de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de moord op drie Palestijnen bij Hebron. “Wraak voor de Palestijnse moord op vader en zoon Lapid” in Hebron eerder deze week, meldde Ronen. Radio Israel gebruikte voor het eerst het werkwoord 'vermoorden' ter aanduiding van deze aanslag. De extremisten onder de kolonisten verkeren in een mystieke religieuze trance door hun strijd tegen de verkwanseling aan de Palestijnen van het door God aan Mozes beloofde 'Land van Israel'.

Yitzhak Rabin, de oorlogsheld van 1967, is anno 1993 de “verrader die een geweer aan de moordenaar Yasser Arafat geeft”. Niet alleen uit de Kach-kringen onder de kolonisten klinkt de oproep tot “bloedwraak en opstand”. “Het volk van Israel moet in opstand komen”, riep Benni Katsover, een van de leiders Gush-Emuniem, het blok der getrouwen, tijdens de begrafenis van vader en zoon Lapid in Hebron. Achtergebleven met dertien kinderen zei moeder Lapid dat er maar één oplossing is voor het geweld: “Dat joden hier leven en de Arabieren niet. Alleen als beide volken van elkaar zijn gescheiden, zal er vrede heersen.”

Het politieke wiel van de geschiedenis draait nu, met de Palestijnse bestuursautonomie in zicht, echter tegen de gedachte aan een 'transfer' van de Arabieren in. De Palestijnen denken nu aan een 'transfer' van de joden naar het Israel van voor juni 1967. Dat is de tragedie van de kolonisten - en de enorme uitdaging waarvoor Yitzhak Rabin staat.