Oost-Europa; Uiterst onaangenaam incident in Praagse regen

PRAAG, 11 DEC. Per 1 januari gaan de tarieven voor het openbaar vervoer in Praag met de helft omhoog. De helft! In laat-kapitalistische landen stijgen dergelijke tarieven meestal met een paar, maximaal tien procent. Maar hier ineens met vijftig.

Er is in de voormalige communistische landen natuurlijk nogal wat achterstand in te halen op het gebied van de openbare diensten: tot dusver kostte het losse kaartje, waarmee je een uur lang kunt reizen in tram, bus of metro, vier kronen, omgerekend een kwartje. Zo veel betaalde je in Nederland waarschijnlijk in de jaren vijftig.

Nu wordt het dus zes kronen, ruim 38 cent. Een hele hap voor de inwoners van Praag die niet over een maandkaart beschikken, zoals mijn vriend O. die nu al twee keer achter elkaar op zwartrijden is betrapt, wat bestraft wordt met een boete van 500 kronen (32 gulden). Maar de meeste Tsjechen staan eens per maand geduldig in de rij om hun kaart op te halen. De maandkaart gaat van 200 kronen (12,80 gulden) naar 280 (17,92), maar studenten en gepensioneerden betalen de helft. De kwartaalkaart gaat van 500 naar 680 kronen. Wie echt niet op de kleintjes hoeft te letten, koopt meteen een kaart voor een half jaar (1.250 kronen), of voor een heel (2.200). Bejaarden boven de zeventig reizen geheel gratis.

Als er iets mag worden aangemerkt als een “verworvenheid van het socialisme” dan is het wel de organisatie van het openbaar vervoer in de Tsjechische hoofdstad. De dichtheid van het tram- en busnet kent haar gelijke niet in Europa. De drie metrolijnen - na de inval in 1968 als een soort pleister op de wonde met Russische hulp gebouwd op een onwaarschijnlijke diepte in de Praagse bodem - liggen strategisch zeer uitgekiend en snijden elkaar in het centrum, waar ze een grote driehoek vormen. Vanaf de eindstations waaieren talloze buslijnen uit naar de meest afgelegen dorpjes. Na twaalf uur rijden elk uur op bepaalde lijnen nachttrams en -bussen.

Zelf ben ik een enthousiast gebruiker geworden van het Praagse net, al was het alleen maar omdat parkeren in het centrum een ramp is: nadat één keer mijn auto naar een vreugdeloos parkeerterrein zo'n tien kilometer buiten de stad was weggesleept - de taxi erheen was duurder dan wegslepen plus boete - en na één wielklem heb ik me voorgenomen geen risico's meer te nemen.

Met name het laatste incident was uiterst onaangenaam. Na een geanimeerde avond in het restaurant van het kunstenaarscentrum Mánes blijkt de auto geblokkeerd door een klem. Het regent flink. Stevige sticker op de zijruit: melden bij het hoofdbureau van politie. Daar neemt een slaperige beambte kennis van mijn malheur en sommeert me terug te keren naar de plaats waar mijn auto verkeerd geparkeerd staat. Hij zal het doorgeven.

Wachten in de regen op het busje van de dienst parkeerovertredingen dat na een half uur, tegelijk met een politie-auto, arriveert. De klem wordt eraf gehaald, de agent maakt het proces-verbaal op, scheurt de briefjes uit zijn bonnenboekje, terwijl ik mijn paraplu uit louter meegevoel boven zijn hoofd houd. Vijfhonderd kronen (32 gulden), 400 voor de overtreding, 100 voor de klem. Dat valt mee, denk ik.

Dan plotseling de ijzige stem van de politieman: “U hebt gedronken, nietwaar?”

“Ik heb gegeten bij Mánes, tja, paar glaasjes wijn...”

“Gaat u rijden?”

“Mijn auto staat op een plaats waar die niet mag staan.”

“Dat betekent dat, zodra u in uw auto stapt, ik u kan aanhouden.”

“Dat zou vervelend zijn.”

“Wat gaat u nu doen?”

“Een straatje om lopen, denk ik.”

“Tot ziens.”

Daartoe is het niet gekomen. De politie-auto verdween in tegengestelde richting.

“U had helemaal niet naar het politiebureau moeten gaan”, zei later de ober van Mánes, “maar terug naar mij. Ik had dat wel geregeld. Voor minder geld.”