'Olifantsdracht' levert de stad nieuw bouwtype op

AMSTERDAM, 11 DEC. De vele en langdurige procedures die aan grote bouwprojecten in de Amsterdamse binnenstad vooraf gaan, hebben de stad een nieuw, 'woekerend' bouwtype opgeleverd. Dat bleek gisteren op een symposium over nieuwbouw in de oude binnenstad dat de Bouw en Woningdienst Amsterdam organiseerde.

Het gaat om gebouwen die zich uitstrekken over meer dan één perceel, soms zelfs doorsneden door stegen. Vanaf de straatkant lijken zij in hoogte en wat de gevelindeling betreft aangepast aan het straatbeeld. Om aan de strenge voorschriften die gelden voor het aanzicht vanaf de straat te ontkomen, zet de ontwerper bijvoorbeeld extra verdiepingen midden op het complex, zodat het vanaf de straat vrijwel niet waar te nemen valt. Achter de gevel echter gaat “een woekering schuil van binnenstraten, winkels, parkeerkelders, kantoren en woonruimte”, zoals de stedebouwkundige F. Palmboom het omschreef.

Vrijwel alle betrokken partijen bogen zich gisteren over de vraag hoe grote bouwprojecten in de historische binnenstad gerealiseerd moeten worden. Twee visies stonden loodrecht op elkaar. Volgens de ene visie moet de ontwerper nieuwbouw volledig aanpassen aan wat er al is. Volgens de andere moet het ontwerp vernieuwen en dus moedwillig breken met het bestaande.

Die visies botsen en zorgen voor een langdurig proces waarbij de Raad voor de Monumentenzorg, gemeentelijke diensten, adviseurs, bewoners, bestuurders en particuliere initiatiefnemers strijd voeren over het te realiseren projecten. Uit recent onderzoek blijkt dat dit proces in Amsterdam twee keer zo lang duurt als in Rotterdam. Verscheidene deelnemers spraken dan ook van een 'olifantsdracht' in Amsterdam.

Een stad is voortdurend in verandering, ook vroeger wisselde een locatie steeds van bestemming en vorm, zei K. Bosma, docent architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. Onderzoek naar de geschiedenis van een bepaalde plek geeft inzicht in het verloop van stijlen. Dit zogenoemde historisch-morfologisch onderzoek is als experiment onlangs gedaan voor de Plantagebuurt.

In de Amsterdamse binnenstad richten ontwerpers zich op de hoogte en de breedte van een grachtenpand. De gevels van uitgestrekte bouwblokken worden in smallere eenheden opgedeeld. Dogmas en conventies, oordeelde Palmboom. Ook het historisch onderzoek vond hij niet bindend: de ontwerper moet vrijzinnig kunnen herinterpreteren.

In het verleden werden grote bouwprjecten uitgevoerd door rijksbouwmeesters in nationale stijl. Volgens A. Oxenaar van de Raad voor Monumentenzorg bestaat zo'n nationale norm nu niet meer. Hij voelde zich vaak bezwaard wanneer hij in het beoordelingsproces aan de rem moest trekken, maar zag in de 'olifantsdracht' van Amsterdamse projecten toch de beste garantie voor een eigentijdse, nationale stijl. Zeker nu blijkt dat het in een eigen bouwtype heeft geresulteerd.