Lawson gelooft niet in eeuwige revolutie

ROTTERDAM, 11 DEC. Lord Lawson verdeelt het beeld van de wereld in twee onverzoenbare kampen. Aan de ene kant staat de visie dat alle inkomen toebehoort aan de overheid en dat deze de plicht heeft te zorgen voor een rechtvaardige verdeling. Haaks daarop staat het uitgangspunt dat het inkomen onvervreemdbaar eigendom is van degene die het wetmatig heeft verworven en dat de graaizucht van de overheid beperkt moet zijn. De val van het communisme heeft deze tegenstelling in economische uitgangspunten niet uitgewist. “Het is belangrijk voor Europa om de juiste keuze te maken en daar naar te handelen”, aldus Lord Lawson.

Nigel Lawson, minister van financiën in het tweede en derde kabinet-Thatcher, afgetreden in 1989 na hooglopende ruzie met de premier over het Europa-beleid, auteur van het informatieve boek The view from # 11, Memoirs of a Tory Radical, sprak gisteravond op uitnodiging van de Stichting Rotterdamse Monetaire Studiën over een favoriet onderwerp: belastingen en de verzorgingsstaat. Daarover trad hij onder leiding van gastheer prof. Eduard Bomhoff in debat met PvdA-Kamerlid Ad Melkert en VVD-fractieleider Frits Bolkestein.

“Iedereen behoort de meerderheidsaandeelhouder van zijn eigen inkomen te zijn”, betoogde Lawson. Hij haalde uit naar het begrip 'sociale rechtvaardigheid' dat veelvuldig gebruikt wordt om “iedere vorm van herverdeling te rechtvaardigen zonder de economische gevolgen ervan te overzien”.

Het werd een debat over radicalisme en consensus. “Ik geloof niet in permanente revolutie, maar soms doet zich een moment voor dat verandering absoluut nodig is. Die bereik je nooit door te wachten op consensus”, betoogde Lord Lawson. Hij hield een scherp pleidooi voor minimale overheidsbemoeienis bij pogingen om de economische conjunctuur te beïnvloeden. “De waarheid is dat de overheid heel weinig kan doen aan een recessie en het geloof dat overheden een recessie kunnen bestrijden is schadelijk.” Overheden moeten zich in zijn visie beperken tot zaken waar ze wel invloed op kunnen uitoefenen: lage inflatie, aanbodversterkende maatregelen en lage belastingen.

Hoewel Melkert, de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie, pleitte voor een grotere rol van een zorgzame overheid, bleken de Tory-radical en de ambitieuze PvdA-realo het op hoofdpunten met elkaar eens te zijn. Het pleidooi van Melkert voor belastingverlaging, versoepeling van de arbeidsmarkt, arbeidsplicht voor uitkeringsgerechtigden en lagere stijging van de overheidsuitgaven dan van de economie als geheel: Lawson knikte instemmend. “De heer Melkert neemt een zeer verlicht standpunt in en dat zal helpen om consensus te bereiken. Ik heb er nooit bezwaar tegen dat mensen het met mij eens zijn”, zei hij.

Slechts op het punt van overheidsinvesteringen verschilden ze van mening. Melkert pleitte voor Japanse vormen van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven om het technologische concurrentievermogen van Europa te versterken. Lawson zag daar niets in: economische onzin op kosten van de belastingbetalers, meende hij. En met een oog op de Europese top die vandaag in Brussel is begonnen en waar het Witboek van Delors ter sprake komt: “Het is tegenwoordig op het continent politiek correct om alles wat in Europese kleren is verpakt, toe te juichen. Maar het is onzin dat iets wat van een Europees jasje is voorzien, ook economisch deugt.”

Op verzoek van Bolkestein gaf Lawson aan wat hij met een belastingmeevaller zou doen: het financieringstekort verlagen of de lastendruk verminderen. Melkert koos, in lijn met het PvdA-programma, voor lastenverlichting omdat de overheidsfinanciën onder controle zouden zijn in Nederland, de rente laag is en het tekort inmiddels aan de Europese norm voldoet. Lawson redeneerde anders: begin een nieuwe kabinetsperiode met verlaging van het financieringstekort en bewaar de lastenverlichting tot het politiek gunstige moment in de aanloop naar de volgende verkiezingen. “Lage rente is niet voor eeuwig en een laag begrotingstekort geeft vertrouwen in de financiële markten. Bovendien geeft een laag tekort de zekerheid dat de lastenverlichting blijvend is”, zei hij.