Ken Whyld: een monument

'Kort geleden,' zo vertelde de schaakhistoricus aan zijn ademloos luisterend gehoor, 'kreeg ik onverwacht bezoek van een man uit Hongkong. Hij bleek tapijthandelaar te zijn en hij had een tapijt meegenomen, van ongeveer 4 bij 1,7 meter, waarover hij de mening van een schaakkenner wenste te horen. Ik zag dat het een zeer bijzonder tapijt was. De handelaar vertelde me dat deskundigen hadden vastgesteld dat het uit de veertiende eeuw was. Het was het oudst bekende tapijt dat geheel van zijde was geweven. Het was in goede staat, alleen aan de onderkant waren er een aantal beschadigingen. Dat kwam, aldus mijn bezoeker, doordat dit tapijt tijdens de Chinese culturele revolutie in stukken was gesneden en verdeeld onder verschillende families van arbeiders en boeren. Sommige families waren zuinig op hun stukje vloerbedekking geweest, maar bij anderen hadden de poten van de keukenstoelen beschadigingen veroorzaakt die helaas onherstelbaar waren.

'Maar het deel van het tapijt waarover mijn bezoeker mijn mening wenste te horen, was gelukkig ongeschonden. Het was een vierkant van ongeveer 30 bij 30 centimeter, verdeeld in acht maal acht vakken. Het moest een speelbord zijn en het lag voor de hand dat het een schaakbord was. Volgens mijn Hongkongse bezoeker was het tapijt afkomstig uit de omgeving van Samarkand in Oezbekistan. Het was zo prachtig en kostbaar dat het oorspronkelijk aan een zeer aanzienlijk man moest hebben toebehoord, misschien Timoer Lenk zelf, de grote Mongoolse veroveraar wiens gezag zijn centrum had in Samarkand en reikte van China tot Klein Azië; zoals bekend een groot schaakliefhebber, over wie is opgetekend dat hij zowel een door hem gestichte stad als een van zijn vele zonen naar schaakstukken heeft genoemd. Op zijn troon gezeten zou Timoer op het vierkant hebben kunnen spelen tegen een op het tapijt neergeknielde hoveling.

'Ik vertelde mijn bezoeker dat het inderdaad vrijwel zeker was dat het vierkant een speelbord was voor sjatran, de voorloper van ons schaakspel, maar dat er enige intrigerende details waren die ik niet kon verklaren. Het bord was in drie kleuren uitgevoerd, goud, rood en wit, wat ongebruikelijk was. Verder waren er lijnen en diagonalen aangebracht waarvan de functie mij niet duidelijk was. Betekende het dat het bord ook voor andere spellen dan het schaken gebruikt werd, of dat er misschien schaakregels toegepast werden die in de ons bekende bronnen niet vermeld worden? Het is een vraag waarover ik graag uw mening zou horen en die ook mijn bezoeker graag beantwoord zou zien, voordat hij zijn schat voorlegt aan de internationale tapijtenwereld.''

De schaakhistoricus die dit verhaal vertelde, was de Engelsman Ken Whyld en hij deed het tijdens een congres van schaakhistorici dat twee weken geleden gehouden werd in het Max Euwe Centrum in Amsterdam. De geleerde congresgangers verdrongen zich om de grote foto van het speelbord die hij had meegenomen, maar een antwoord op de vraag konden zij niet geven. Het was typisch een verhaal van Whyld. Hij is een man van grote geleerdheid, die vele vragen kan beantwoorden, maar er ook een groot genoegen in schept om anderen moeilijke vragen voor te leggen. Hij doet het al jarenlang iedere maand in British Chess Magazine en zijn rubriek Quotes and Queries is de belangrijkste reden dat ik op dat blad geabonneerd ben. Zijn onderwerpen liggen meestal in een meer nabij verleden, maar ook daar kunnen zich problemen voordien die alleen door de meest begaafde speurders kunnen worden opgelost.

Zo was er een paar jaar geleden een lezer in het bezit, niet van een tapijt dit keer, maar van een enveloppe, poststempel 21 november 1885, waarop gedrukt was: 'Door Trabue gedoteerd schaaktoernooi, Florida 1885.'' Wat was dat voor een toernooi? vroeg de lezer van het Britse tijdschrift. Hij was aan het juiste adres. Weinigen zouden het antwoord weten. Whyld wel. Zijn reactie gaf een verbluffende indruk van zijn encyclopedische kennis van het kleinste schaakdetail: 'Isaac Hodgen Trabue (1829-1907) werd door de Louisville Commercial in de lente van 1885 als een van de grootste schakers in de Verenigde Staten beschreven. Hij bouwde toen Trabue City (in de buurt van Charlotte Harbour, Florida) en stelde de prijzen beschikbaar voor een toernooi dat ieder jaar een week zou duren, vanaf de tweede maandag van december. Open voor iedereen behalve advocaten, geen inleggeld. De winnaar zou twee derde krijgen van de waarde van de ananasoogst van een veld van anderhalve hectare, en nummer twee het overgebleven derde deel. Later voegde iemand anders er een kokosnotenoogst van tien hectaren aan toe, en een derde, een schoenenverkoper, stelde nog een kokosnotenoogst van twee hectaren beschikbaar voor de beste twee problemen en de beste oplossers van het toernooi. Het schijnt dat het evenement niet doorging. Misschien was de lange reis een bezwaar, maar waarschijnlijker is het dat de spelers werden afgeschrikt doordat op dat moment op geen van de velden gezaaid was, laat staan de oogst binnengehaald.''

Dat noem ik kennis van zaken. Maar Whyld is niet alleen een zeer geleerd, maar ook een zorgvuldig schaakschrijver. 'Het schijnt dat het evenement niet doorging'' schreef hij in 1991. Onzekerheid die voor een waar vorser een uitdaging is. Meer dan twee jaar later, in het augustusnummer van dit jaar, kon hij er nog eens op terugkomen: 'In Quotes and Queries nummer 4921 veronderstelde ik cynisch dat de 'jaarlijkse toernooien' die door de kolonel gesponsord werden met de opbrengst van ongeplante oogsten, niet doorgingen. Ik had het mis. Ze hielden het uit tot het tweede jaar, 1886, toen mejuffrouw Nannie Scott verloor (in een Muziogambiet) van de enige andere deelnemer, de echtgenote van Isaac Trabue.'' Zaak gesloten, lijkt me.

Ik heb nog nooit in welke andere schaakpublicatie dan ook een toespeling gezien op dit Trabue-toernooi. Ook ben ik nergens de naam van kolonel Trabue tegengekomen, al was hij volgens de Louisville Commercial een van de sterkste spelers van de Verenigde Staten. Zijn toernooi moet werkelijk een van de onbetekenendste schaakevenementen zijn geweest die ooit door huis- tuin- en keukenschakers zijn georganiseerd. Het vervult me met diepe vreugde dat het zo zorgvuldig is gedocumenteerd door Ken Whyld. Geen schaakfeit is hem te klein, zelfs niet dat auto's met een nummerbord dat begint met REE, moeten worden gezocht in Grimsby en omstreken.

Na dat congres in Amsterdam heb ik zijn rubrieken van de laatste jaren weer eens doorgenomen. Rijke oogst van exotisch fruit. De nieuwste openingsvondsten zal je er niet vinden. De stellingen die Whyld afdrukt hebben altijd iets curieus, of ze zijn uit de oude doos, zoals deze.

Zie diagram 1.

Dit is uit Vidmar-Teichmann, Karlsbad 1907. Teichmann speelde 26...Ta6-g6, wat hem een ernstige berisping opleverde van de strenge schaakleraar Tarrasch, die de partij voor een krant analyseerde en aangaf dat zwart 26...Dc7xe5 had moeten spelen. Whyld geeft aan dat Teichmann een heel goede reden had om af te zien van 26...Dxe5. Er zou een fraai mat in vier zetten volgen: 27. Dc2xh7+ Pf8xh7 28. Td1-d8+ Ph7-f8 29. Th3-h8+ Kg8xh8 30. Td8xf8 mat. Dat doet hij dus ook nog, tussen het werk aan de Aljechin-biografie die op stapel staat: kranten van bijna een eeuw geleden napluizen om te zien of een beroemde schaker er soms een fout in heeft geschreven. Een gewetensvol man, een van de schaakwerelds grootste cultuurschatten.