Kaviaar

Behalve Rodney King is nog iemand beroemd geworden na de rellen in Los Angeles van vorig jaar: Marcia Choo, directeur van het Asian Pacific American Dispute Resolution Center. Met behulp van psychologen en linguïsten probeert haar bureau te bemiddelen bij etnische conflicten en misverstanden, van burenruzies tot bende-oorlogen. Maar niemand kende het centrum, tot de rellen - Marcia Choo spreekt steevast van 'de opstand'. Vooral Koreaanse winkels en bedrijven werden aangevallen door zwarten en latino's, dus zocht de verzamelde nationale en internationale pers naarstig naar een woordvoerder van die gemeenschap. En omdat Marcia Choo toevallig Koreaanse is, en bovendien accentloos Engels spreekt, werd zij gebombardeerd tot vertegenwoordigster van alle Aziaten. Ze is er niet erg gelukkig mee, maar het heeft haar wel de kans gegeven om in vele tientallen interviews haar standpunt naar voren te brengen: dat de opstand een uiting was van de wijze waarop de etnische groepen tegen elkaar worden uitgespeeld en dat de woede van zwarten en latino's tegenover de Aziatische gemeenschap onterecht is: 'Men is kwaad omdat de Aziaten later kwamen en toch welvarender zijn. Maar het hele argument van wie-hier-eerst-was deugt niet, omdat dan alleen de Amerikaanse Indianen recht hebben op verontwaardiging. Amerika is snel aan het veranderen, in vijftien jaar tijd is de blanke gemeeschap in Los Angeles een minderheid geworden, en over vijftig jaar zal dat in het hele land zo zijn. Er is dus geen etnische meerderheid meer in Amerika en het denken in termen van kleur is daarom volstrekt zinloos.''

Deze woorden maakten Marcia Choo onsterfelijk, en ze wordt sindsdien op alle universiteiten en televisie-talkshows uitgenodigd om spreekbeurten te houden over de etnische toekomst van het land. 'De Amerikaanse smeltkroes was een manier om onszelf te bedriegen, omdat de onderlinge verschillen niet alleen groot, maar ook waardevol zijn, en omdat de geschiedenis uitwijst dat blanken om een of andere reden makkelijker 'smelten' dan anderen. Zij zijn degenen die onderling vermengd raken en de mainstream uitmaken, terwijl de overige groepen worden buitengesloten en uit pure onmacht hun eigenheid benadrukken. Waar we aan moeten wennen is dat de culturele verscheidenheid zal blijven bestaan en dat dat spannend is, in plaats van lastig en verwarrend.''

Het Amerikaanse publiek is dol op Marcia Choo en ze heeft nu een ster-status bereikt waar ze niet zo goed raad mee weet: op straat herkend worden, uitgenodigd worden door de filmbonzen - van Hollywood om met haar van gedachten te wisselen, diners aangeboden krijgen van grote bedrijven die haar in limousines afhalen en haar trakteren op kaviaar en champagne. 'Ik ben maar een eenvoudig Koreaans-Amerikaans meisje dat toevallig goed Engels spreekt, wat onder de Aziaten nog niet erg veel voorkomt'', zegt ze bescheiden. Maar de waarheid is dat ze niet alleen mooi Engels spreekt (wat door de telefoon wel eens tot misverstanden leidt, omdat sommigen zich zo op hun gemak voelen dat ze haar toevertrouwen dat al die Koreanen toch maar smerige zaken doen of dat die Vietnamezen allemaal besmettelijke ziekten hebben), maar dat ze haar ideeën op een intelligente en behaaglijke manier weet te presenteren. Men heeft hier in Amerika schoon genoeg van de agressieve benadering van de anti-rascisten die quota eisen en politieke correctheid, op straffe van demonstraties en gewelddadigheden. Marcia Choo eist niets, omdat ze komt uit een gemeenschap die bekend staat om haar economische succes. 'We zijn niet zielig, arm en ongeschoold, we hebben het op eigen kracht gemaakt, met behulp van dezelfde droom, die we aan de blanken hebben ontfutseld. Als ze tegen ons zijn, zijn ze tegen hun eigen geschiedenis.''

Deze kranige taal is afkomstig van een charmante Koreaanse van negenentwintig met een lengte van amper een meter zestig; elegant gekleed en uiterst zelfverzekerd. Ze lacht. 'Het is maar schijn hoor, die zelfverzekerdheid. Of een vorm van overcompensatie vanwege een zware jeugd. Vlak na mijn geboorte lieten mijn vader en moeder mij in Korea achter, omdat ze in Amerika wilden studeren. Op mijn vijfde kon ik overkomen, en de boodschap die ik van mijn grootmoeder in Korea meekreeg was: gedraag je als een welgemanierd Koreaans meisje, anders raken je ouders teleurgesteld. Die gedachte heeft mijn hele leven geterroriseerd. Op de eerste dag van mijn aankomst brachten de mensen die zich aan mij voorstelden als mijn vader en moeder me naar een speelgoedwinkel waar ik van alles mocht kiezen, zoveel ik dragen kon. Het enige wat ik nam was een klein plastic popje, omdat dat volgens mij gemanierd was. Thuis bleek ik een zusje te hebben, dat mij onmiddellijk haatte omdat ik haar positie als oudste dochter innam, er was een broertje waar ik op moest passen, ik moest naar een school waar men alleen Engels sprak en waar niemand op mij leek. Ik was te welgemanierd om uiting te geven aan mijn verwardheid, dus werd ik ziek: ik verdroeg geen voedsel meer en gaf alles over. Mijn ouders sleepten me naar alle artsen en Chinese geneeskundigen, niets hielp en ik kon er niets aan doen. Ze straften, ze schreeuwden, maar na de volgende maaltijd was het weer raak.''

Maar overcompensatie of niet, ze heeft het allemaal toch keurig overwonnen? Hoeveel Koreanen genieten nationale bekendheid? Marcia Choo twijfelt. 'Ik weet wel dat ik slim ben en dat ik niet op m'n mondje ben gevallen, maar waarom nodigen Koreaanse mannen mij nooit uit om met ze uit te gaan? Omdat ik niet mooi genoeg ben, volgens hun maatstaven, en omdat ik te onafhankelijk ben en overal een uitgesproken mening over heb. In hun ogen ben ik maar half succesvol. Ik ben nog steeds niet getrouwd en ik heb geen twee kinderen.''

Er zijn niet-Koreaanse mannen. 'Natuurlijk, ik ga ook haast alleen uit met blanke mannen, maar bij hen heb ik het probleem dat ik nooit weet waarom ze mij aardig vinden: omdat ik Marcia ben, of omdat ik een exotisch type ben. En ik wil al helemaal niet omgaan met mensen die eigenlijk een hekel hebben aan Aziaten maar die mij wel leuk vinden volgens de 'but you are different'- formule.''

Marcia Choo beantwoordt een telefoontje met een lage vriendelijke stem, strijkt haar mantelpakje glad en komt weer zitten, met gekruiste benen. Is het niet ook aangenaam, vraag ik, al die aandacht en publiciteit? 'O absoluut, ik heb nu ineens heel veel rijke vrienden in Los Angeles. Dat komt goed uit, want ik heb een dure smaak. Ik hou van sjieke diners met kaviaar en champagne, met minder dan een Mercedes-Benz neem ik geen genoegen en ik geniet van de concerten en theatervoorstellingen, maar als ik dan om me heen kijk, en niet één gekleurde man of vrouw zie, word ik zenuwachtig. Dat herinnert mij er aan dat deze wereld nog altijd wordt beheerst door welgestelde, beschaafde, liberale mensen die allemaal blank zijn. Ik laat me verleiden door hun levensstijl, want ik ben nu eenmaal een snob. Ik doe geen boodschappen in goedkope winkels en ik draag geen goedkope kleren. Ik wil dat iedereen die levensstijl heeft, dat is mijn politieke ambitie. Maar dat moet niet gebeuren op de oude manier, ik ben geen woeste stenen-gooister. Ik wil de strijd tegen racisme op een hoger niveau voeren. Op een meer gedistingeerd niveau.''