Hanja Maij-Weggen, minister van verkeer en waterstaat: Ik heb een heel positieve drive

In tegenstelling tot veel pers- en volksvertegenwoordigers heeft Hanja Maij-Weggen niet het idee dat ze als minister van verkeer en waterstaat heeft gefaald. Integendeel, ze is ervan overtuigd een lans te hebben gebroken voor een open, helder en desnoods hard debat de Tweede Kamer. Als werkende moeder diende ze menige carrièrevrouw met kinderen tot voorbeeld. En op het terrein van de verkeersveiligheid, de mobiliteit en de Betuwelijn wacht haar opvolger een mooie nalatenschap. Minister Maij-Weggen ziet om in tevredenheid: 'Als ik straks in een schommelstoel zit, hoop ik dat mijn kleinkinderen zeggen: Je stond aan het begin van een omslag die zeer goed heeft uitgewerkt.'

'Wie je hier ook zal neerzetten, er zal altijd veel turbulentie zijn'', verklaart Hanja Maij-Weggen alle commotie over haar beleid; 'dat is inherent aan dit departement.'' Sombere verhalen over desinteresse in de politiek komen Maij-Weggen onwerkelijk voor: 'Daar hebben wij hier absoluut geen last van.'' In het blad Opzij stelde Maij twee jaar geleden in het eerste jaar van haar ministerschap een 'golfje seksisme'' over zich heen te hebben gekregen. Die 'overaandacht' in het begin van haar ministerschap had wel degelijk met het 'vrouw-zijn' te maken, zegt ze nu. 'Die persoonlijke aandacht gold alle vrouwelijke ministers. We hebben dat de eerste anderhalf jaar maar over ons laten komen, en pas van ons afgemopperd als het ècht onsportief werd. Ik heb de indruk dat het een beetje is bijgestuurd. Als in een volgend kabinet weer vrouwelijke ministers komen, zullen zij het makkelijker krijgen.''

Heeft men ervan geleerd?

'Ik heb de indruk dat men de vrouwelijke ministers zakelijker is gaan benaderen.''

En Jan Blokkers geschrijf over 'Meisje Maij'?

'Wat hij over mij schrijft is meestal niet onaardig. Het ergert me niet, het doet me zelfs wel enig plezier. Soms is het aardig raak.''

Vrouw, gehuwd, kleine kinderen, een baan, politiek actief in nota bene de christen-democratie en dat allemaal in het Nederland van het begin van de jaren zeventig. In haar toenmalige partij de ARP was ze haar tijd duidelijk vooruit. 'Er werd heel kritisch aangekeken tegen het werken door moeders met jonge kinderen. Ik had toen wel eens het gevoel dat sommige mensen hoopten dat er iets mis zou gaan om de eigen positie te kunnen rechtvaardigen.'' Natuurlijk heeft ze zich in die tijd wel eens eenzaam gevoeld in de partij, erkent ze. Maar overwogen om de partij te verlaten? Nooit. 'Ik heb altijd gezegd: het is mijn club en als mijn partij op dit punt wat minder ver is dan ikzelf, dan zal ik helpen de partij over de drempel te krijgen. Ik ben absoluut niet iemand die snel weggaat.''

Ze hoopt dat het niet 'arrogant klinkt'', maar ze heeft destijds nooit getwijfeld of ze het als werkende moeder wel zou redden. 'Ik was en ben gewoon van mening dat vrouwen net als mannen in de maatschappij evenredig moeten kunnen functioneren. Professioneel en in de politiek. En ook vind ik het belangrijk dat mannen en vrouwen daarnaast gezinsverantwoordelijkheid kunnen dragen. Ik heb tussen gezin en beroep ook nooit een tegenstelling gezien. Ik had er altijd een hekel aan als werd gezegd dat gehuwde werkende vrouwen niet van hun gezin hielden. Er werd ten onrechte een controverse van gemaakt.''

Iets dat het CDA Kamerlid Hans Hillen nog steeds suggereert...

'Hier heb ik hem altijd erg conservatief gevonden. Hij verkondigt een achterhaald standpunt. Hij denkt dat hij namens de wat oudere vrouwen spreekt, maar ik heb hem wel eens gezegd dat die oudere generatie vrouwen die misschien zelf nog voor de traditionele rolverdeling kiest, vaak heel anders aankijkt tegen de positie van de eigen dochters en zonen. Daarom denk ik ook dat Hillen een achterhoedegevecht voert.''

Zelf zit ze in de mannenwereld van het hoger management. Het zijn amper vrouwen die haar in het hoogste ambtelijke echelon ondersteunen. Hoewel, de plaatsvervangend secretaris-generaal is een vrouw.

'Er wordt aan gewerkt'', zegt Maij. Het ministerie huurt 200 crècheplaatsen, de regeling voor ouderschapsverlof is beter dan de algemene die voor de rijksoverheid geldt, vrouwen krijgen extra kansen en de werktijden zijn zeer flexibel. Vier dagen in de week negen uur werken kan ook. Heeft het te maken met het feit dat zij zelf vrouw is?

Maij: 'Zeker. Ik denk dat een vrouwelijke minister gemiddeld iets meer aandacht, een extra oog heeft voor dit soort kanten van het personeelsbeleid dan mannelijke. En je hebt zeker een mogelijkheid om een persoonlijk stempel te zetten op personeelsbeleid.''

De combinatie van een karaktervol minister en een publieksgevoelig departement maakte Hanja Maij-Weggen tot één van de meest besproken ministers van het kabinet Lubbers-Kok. Nog even en dan gaat ze weer terug naar waar ze vandaan kwam: het Europees Parlement. Onder het grote publiek heeft zij slechts uitgesproken aanbidders en vijanden, een tussenweg lijkt niet te bestaan. Een minister, kortom, die iets weet los te maken. Hoe is dat toch zo gekomen, en hoe heeft zij het ervaren?

Ze begon als minister van verkeer en waterstaat in een land van volle wegen en volle treinen. Ze vertrekt volgend jaar met nog langere files, en nog meer vertragingen bij het spoor. Wat de minister van verkeer en waterstaat achterlaat is vooral perspectief, gesymboliseerd door vele bouwputten. Een 'betrekkelijke onbekende in Den Haag'' luidde in 1989 de typering van de toen net benoemde minister. En nu? Wie kent haar niet?

'Ik wens iedereen die met haar een conflict krijgt van harte sterkte'', zei haar Nederlandse christen-democratische Europarlement-collega Jean Penders toen ze vier jaar geleden de overstap van Europa naar de Nederlandse politiek maakte. Conflicten heeft ze gehad. Met collega's in het kabinet, met haar ambtenaren, met Tweede Kamerleden, met journalisten. 'Ik ben een soort mens dat niet alléén vrienden heeft. Eerlijk gezegd vind ik dat helemaal niet zo erg. Ik wil absoluut niet met iedereen vrienden blijven, die behoefte heb ik niet.'' Maar dat ze een onmogelijk mens zou zijn dat alleen maar vijanden heeft, zoals wel is beweerd? 'Absoluut niet waar.'' Weer zo'n verkeerd beeld, volgens de minister geschapen door een kleine groep mensen die niet erg op haar gesteld is.

Een koele, monotone stem. Geen accent dat een afkomst uit Drente verraadt. Maar als nuchterheid staat voor die provincie doet ze haar 'roots' alle eer aan. Van haar geen 'freischwebende' filosofieën over de toekomst, wel veel opsommingen over beleid dat in gang is gezet dan wel resultaten die zijn geboekt. Zeven miljard gulden extra voor investeringen ('De volgende minister van verkeer en waterstaat zal een echte bouwminister worden''), de nieuwe tracéwet ('Die procdures terugbrengt van tien naar vier jaar''), het Rijn-zout-verdrag dat zij heeft afgesloten, de bevordering van de verkeersveiligheid ('We staan bovenaan de lijst van verkeersveilige landen, dat is iets om zeer dankbaar voor te zijn'') en het waterbeheer waarover de Tweede Kamer onlangs nog zeer te spreken was. Boos wordt ze dan ook als ze alleen met kritiek wordt geconfronteerd. Veel 'onzin' heeft zij moeten incasseren, vindt ze zelf. Zoals haar beleid dat zou zijn mislukt. 'De trendwijziging voor een ander mobiliteitsbeleid is in gang gezet. Ik vind dat Kamerleden, en zeker de bevriende Kamerleden uit de coalitie, in staat moeten zijn dit beleid op een wat langere termijn te bezien en zo ook te honoreren.''

Het tweede gesprek, begin deze week. Opnieuw op het departement. Maij-Weggen is van een loden last verlost. De Tweede Kamer is die dag in meerderheid akkoord gegaan met de aanleg van de Betuwelijn. Het kostte haar uiteindelijk 750 miljoen gulden om de regeringsfracties mee te krijgen. De sfeer is duidelijk meer ontspannen dan de eerste keer, toen ze nog middenin het debat zat. Forse kritiek op haar optreden had ze ook toen weer te verduren gekregen. De wijze waarop ze de plannen voor de Betuwelijn presenteerde droeg niet bij aan 'het creëren van een draagvlak'', was het verwijt van haar partijgenoot Leers. Anders gezegd: ze had zich te weinig buigzaam getoond, een karaktertrek die inderdaad niet echt bij Maij-Weggen past. Liever verschaft ze direct duidelijkheid.

'U had zich eens moeten voorstellen wat er gebeurd was als ik slagen om de arm had gehouden met betrekking tot de vele alternatieven die zijn gepresenteerd'', zegt ze. 'Daardoor zouden burgers de hoop gevestigd hebben op een Betuwelijn die heel anders gebouwd werd. En uiteindelijk zouden we in de Kamer met zijn allen tot de conclusie komen dat het toch gebeurt volgens het oorspronkelijke plan. Dat tast de geloofwaardigheid van de politiek pas ècht aan. Ik wil altijd duidelijk, eerlijk en helder zijn. Het betekent niet dat je niet gevoelig moet zijn voor argumenten van burgers, daarom heb ik ook niet geschroomd om in Barendrecht en Giessendam zelf met de burgers te spreken. Maar één van de redenen dat in de Nederlandse politiek een aantal problemen jarenlang kan slepen, is het feit dat men steeds om de problemen heen praat. Met passen en meten wordt dan geprobeerd langs de randjes oplossingen te zoeken, zonder dat helder wordt gezegd welke de problemen zijn. Het is geen kritiek, maar het schetsen van een politieke cultuur.''

Die gedomineerd wordt door uw eigen partij.

'Ik stel vast dat de neiging om meer helder, eerlijk en duidelijk te zijn toeneemt. De cultuur is op dit punt aan het wijzigen. Ik voel me gesteund door iemand als de heer Brinkman, die hetzelfde voorstaat. Het komt misschien hard over, maar als je weet dat een ziekte alleen maar door een operatie te verhelpen is, moet je niet eerst met de patiënt gaan praten over een aangename therapie. Dat betekent uitstel. Natuurlijk is timing belangrijk, maar het moet ook niet zo zijn dat een politicus pas een lijn durft te zetten als iedereen het ermee eens is, want dan is het te laat.''

Toch is dat de Nederlandse consensuspolitiek...

'Nee, die houdt in dat je probeert met een groot aantal groepen tot overeenstemming te komen. Dat doet echter niets af aan het feit dat iemand eens zegt: het moet op die en die manier gebeuren.'' Waarna ze vervolgt met de herkenbare klacht van zoveel bestuurders. De 'gigantische adviescultuur'', die ertoe leidt dat pas een besluit kan worden genomen als 'heel Nederland'' zijn mening heeft laten horen, en derhalve als een 'remblok'' werkt. De stroperigheid in de besluitvorming ook. Maar er is hoop, als we de minister mogen geloven. 'Ik denk dat er de komende jaren heel veel zal gebeuren op het terrein van bestuurlijke en staatkundige vernieuwing, als er een kabinet komt onder leiding van Brinkman. Die heeft er zeer veel belangstelling voor.''

Anders dan Lubbers?

'De heer Lubbers is een van de beste premiers geweest die we gehad hebben. Maar iedere tijd heeft zijn eigen politicus nodig. Lubbers is een kostbare politicus geweest in een moeilijke tijd en hij heeft veel tot stand gebracht. Ik denk dat als de kiezers Brinkman de mogelijkheid geven, we opnieuw een heel boeiende premier zullen hebben. Maar wel anders en in een andere tijd.''

Hoe anders?

'Er komt een tijd waarin behoefte is aan bestuurlijke vernieuwing, de plaats van Nederland in Europa wijzigt en de stroperigheid uit de politieke cultuur moet worden gehaald. Daar is de afgelopen jaren een begin mee gemaakt en in die zin is er geen sprake van een waterscheiding, maar van een overgang naar een tijd waarin helder en duidelijk wordt gezegd waar het op staat. Ik heb het gevoel dat de huidige generatie dat meer apprecieert dan de generatie van de jaren zeventig en tachtig.''

Saai, geweldig saai vond zij de Nederlandse politiek toen ze in 1989 kennis maakte met het nationale parlement. Gehard in het Europese parlement om in drie minuten stevige verklaringen af te leggen, werd ze op het Binnenhof getrakteerd op eindeloze betogen waarbij geen element onbesproken bleef. Ze heeft vele debatten zien 'verzanden'' in de details. 'Ik wil niet verhelen dat dat mij irriteert. Ik vind dat debatten over hoofdlijnen moeten gaan. Ik ben best bereid dossiers tot op de laatste millimeter te lezen, maar je raakt wel het zicht op het grote geheel kwijt als je te ver in de details gaat.'' Ze heeft dan ook met voldoening geconstateerd dat in de Kamer een beweging op gang komt om debatten meer op hoofdlijnen toe te spitsen. 'Dat mag best. We spreken zo veel over de verhouding tussen kiezer en gekozene. Een van de middelen om die te verbeteren is zorgen voor levendige Kamerdebatten.''

Haar eerste grote optreden in de Tweede Kamer was voor velen een cultuurschok. Niet de Kamer interrumpeerde de minister, zoals de mores voorschrijven, maar de minister onderbrak óók de Kamerleden. Het was een mix van sarren en meppen, waarbij alle bestaande conventies werden doorbroken. Niet één keer, maar achter elkaar. Er wordt nu nog over gesproken in de Tweede Kamer.

Maij-Weggen: 'Ik was nog maar net begonnen en vond dat er toen unfaire standpunten werden ingenomen, bedoeld om iemand persoonlijk onderuit te halen. Je kunt dan twee houdingen innemen: de eerste is je te laten geselen en kastijden. Nou, dat ligt niet erg in mijn karakter. Ik kan best kritiek verdragen, maar kritiek leveren moet ook kunnen. Je mag als minister teruggeven, en ook stevig. Ik zie er niet tegenop als het nodig is hard te debatteren, maar ik denk dat het misschien een paar keer per jaar voorkomt dat er een vlammetje in de pan slaat. Daar moet niet de conclusie uit worden getrokken dat er sprake is van een verstoorde verhouding tussen parlement en minister. Maar het is een beetje ongewoon in onze cultuur. Marcel van Dam kon er ook wat van. Ik had er altijd veel plezier in als die debatteerde.

'Het politieke debat is een kwestie van argumenteren en tegenargumenteren. (lachend) Door af en toe ook eens Kamerleden te interrumperen doorbrak is misschien wel een taboe. Ik zie nu dat het hier en daar wordt overgenomen. De Kamer moet zich dan niet aangevallen voelen, maar het zien als volwassen debatteren. De spreektijden in onze Kamer zijn heel lang, soms wel veertig of vijftig minuten achter elkaar. Dat alleen al nodigt uit om er eens een paar keer tussen te komen.''

Nu al lijkt ze zich te verheugen op de hernieuwde kennismaking met de debatten in het Europarlement. Op haar Franse collega's ('Altijd veel met citaten, ze tonen zich zeer belezen, of ze het echt zijn moet je je altijd maar afvragen), op haar Engelse collega's ('Buitengewoon scherpzinnige debaters''), de Duitsers ('Zeer to the point'') en de Italianen ('Zeer breedvoerig, ze vinden dat je pas echt iets goed hebt gezegd als het vijf keer is herhaald''). En de Nederlanders in het Europese Parlement? Maij-Weggen: 'Heel degelijk vaak en iets te detaillistisch. Misschien niet altijd bereid een stevig debat aan te gaan.''

Met een groot aantal van de Nederlandse parlementariërs leek ze het niet goed te kunnen vinden, en met een groot aantal persvertegenwoordigers evenmin. Ze straalt iets uit van de onbegrepen minister. Mensen die haar nu aanspreken op gebrek aan resultaat, hebben het niet begrepen. Het gaat volgens haar om de trendwijziging die onder haar ministerschap is ingezet en waarvan de resultaten pas later zichtbaar zullen worden. 'Belangrijk vind ik dat als ik later in een schommelstoel zit, mijn kleinkinderen zullen zeggen: je hebt aan het begin van een omslag gestaan die uiteindelijk zeer goed heeft uitgewerkt.''

Ze verwijt de pers geen oog te hebben voor die lange termijn. Slechts het incident is interessant, is haar ervaring. De debatten met de Kamer die wel postief verliepen, zijn nauwelijks verslagen. Waarom niet? 'Omdat de media niet geïnteresseerd waren, want goed nieuws is geen nieuws.''

Ze heeft 'soms te doen' met het journalistieke volk dat zich in Den Haag ophoudt. Maij-Weggen: 'Ik heb zelf een heel positieve drive en ben altijd geneigd mijn zegeningen te tellen. Als er dingen niet goed gaan, zoek ik een oplossing. Ik heb wel eens de indruk dat journalisten precies het omgekeerde hebben. Als ik tijdens een vergadering al die journalisten op een rijtje zag zitten, keek ik er wel eens hoofdschuddend naar en dacht: wat een vak. Ze zitten echt te wachten tot er iets misgaat. Ik zou het dat vak niet kunnen uitoefenen. Het uitvergroten van het niet-goede, overal het incident uithalen, het is zo tegengesteld aan mijn eigen mentaliteit. Daarom botert het ook niet altijd tussen mij en een deel van de journalisten in Den Haag. Onze uitgangspunten zijn dan volstrekt tegengesteld.

'Vaak zijn het plezierige en aardige mensen, maar als ze een artikel schrijven mag dat bij voorkeur niet al te positief zijn, althans, het is de code niet. Maar het beeld naar buiten van de politiek wordt daardoor te negatief. Als een sportjournalist alleen de missers weergeeft en niet de doelpunten, dan verliezen de lezers toch ook hun interesse in de sport?''

Misschien heeft het gewoon wel te maken met uw beleid.

'Ik vind dat er over het algemeen een te negatief beeld over de politiek naar buiten komt. Het is toch ook zeker de moeite waard de positieve kanten van het politieke werk te benadrukken.''

Lijkt dit toch niet erg op de klaagzang van iemand wier beleid is gefrustreerd?

'Ik heb absoluut dat idee van mijzelf niet. Ik heb zelf een heel opgewekt beeld van een vierjarig en straks bijna vijfjarig ministerschap, dat ik heb mogen uitoefenen. Het is nog altijd een leuke voetbalwedstrijd, met veel publiek.''