Groeiende hoop op herstel van Japanse economie

TOKIO, 11 DEC. Zelfs de minister die de scepter zwaait over het Economische Planbureau was gisteren verbijsterd. De Japanse econonomie was in het derde kwartaal niet gekrompen, zoals alom werd verwacht, maar met twee procent (op jaarbasis) gegroeid.

“Het is nog te vroeg om te zeggen dat de bodem is bereikt”, zei hij voorzichtig. Een uitdrukking die voorheen altijd werd gebezigd met omgekeerde betekenis. Ja, de bodem was nu echt bereikt, we zien tekenen van herstel, de economie trekt nu echt aan, hoewel iedereen zag dat het niet waar was.

Het goede nieuws kwam te laat voor de beurs, die al wekenlang als een jojo op en neer gaat. Vorige week maandag een mini-krach, daarop herstel toen massaal werd gelekt naar de media dat een nieuw, grootscheeps stimuleringsplan in de maak was, vervolgens weer snel dalende koersen toen de berichten werden tegengesproken door de premier, en de afgelopen twee dagen stijgende koersen, alsof de beurs snoof dat het met de economie beter zou gaan.

Toch waarschuwde de centrale bank gisteren in haar kwartaalbericht dat meer ondernemers pessimistisch waren. Die tegenstrijdigheid met het gunstige goeicijfer kreeg gisteravond ruime aandacht op de Japanse tv. Japanners zijn de afgelopen maanden zo murw gemaakt met slecht nieuws over de economie, dat velen eerder de bank dan de regering zullen hebben geloofd. Te meer omdat onderzoeksinstituten tot gisteren voorspelden dat de economie verder zou krimpen.

De belangrijkste reden van het herstel in het derde kwartaal was volgens het Planbureau de woningbouw. De produktie van huizen steeg met liefst negen procent. Maar de investeringen daalden, zij het met 1,6 procent minder hard dan in het tweede kwartaal toen ze met drie procent krompen. Overheidsbestedingen namen met 0,7 procent toe en de export steeg eveneens met 0,7 procent, omdat de yen de laatste tijd was gedaald tegenover de dollar. De groei van 0,5 procent van het bruto binnenlandse produkt (twee procent op jaarbasis) was dan ook voor 0,4 punt toe te schrijven aan de binnenlandse en voor 0,1 punt aan de buitenlandse vraag.

Dat neemt niet weg dat de officiële doelstelling van 3,3 procent economische groei door niemand nog serieus wordt genomen. In het eerste kwartaal van het begrotingsjaar, dat op 1 april begon, kromp de economie immers met 0,4 procent (1,6 procent op jaarbasis), zodat over de eerste twee kwartalen de groei net iets boven de nul uitkomt.

Dat verklaarde gisteren de behoedzaamheid van de autoriteiten. Een woordoerder van de Bank van Japan zei geen enkel teken van herstel te zien, zij het dat hij wel de kansen hoog aansloeg dat in het volgende begrotingsjaar de economie weer zou groeien. Maar nog steeds waren de voorraden op een te hoog niveau volgens hem. De meeste bedrijven voorzagen dat hun winsten dit jaar zouden dalen (met ruim een kwart). De zogeheten stemmingsindex stond op min 56, vijf punten lager dan in het vorige bericht. Het laagste niveau was bereikt in 1975, vlak na de eerste oliecrisis, toen de index op min 67 stond, aldus de bank.

Niettemin komt het nieuws over het economische herstel voor het kabinet als een geschenk van de goden. Politieke sores rondom de rijst (lees: GATT) en de politieke hervormingsvoorstellen maakten de kansen op zijn voortbestaan almaar kleiner. Voor het eerst deze week bleek dat de (ongewoon hoge) populariteit van het kabinet was geslonken. Reden: de recessie, die steeds meer Japanners bedreigt in hun bestaanszekerheid. 'Macro' mag de econonmie dan herstellen, in zijn krant leest hij nog elke dag dat ondernemingen massaal werknemers overplaatsen naar bevriende bedrijven - de Japanse methode voor ontslag. Op een arbeidsbeurs deze week in Tokio kwamen duizenden studenten af op zoek naar een baan, vele malen meer dan de organisatoren hadden verwacht.

Of de economie daadwerkelijk herstelt, kan maandag blijken, wanneer de beurs opengaat. Als maandag de koersen flink stijgen, zal dat het bewijs zijn dat de beleggers er ook in geloven.